Maandelijks archief: februari 2015

Aangifte

Een maand oud is ie nu. En het achtste bericht is in de maak.
Tijd om de boel dus officieel te gaan registreren. Zoals het een nieuwbakken ouder betaamt.
Niet langer meer een semi-naam. Een enkel blogaccount. Nee, als we het echt, écht willen doen, moeten we voor de erkenning gaan. Een naam waarmee je tevoorschijn kunt komen. Zo eentje die niet verwijst, maar die op zichzelf staat.
De officiële instantie checkte de naam, knikte goedkeurend en niet veel later was het een feit.
En dus eten we beschuit met muisjes, klinken we met de volle glazen champagne naar elkaar en wensen we de nieuw geborene een lang leven toe!

www.schrijvenaandekeukentafel.nl

Ik ben er blij mee!

schrijven

Advertenties

Druppeltje

‘Wil je een druppeltje?’ Mijn lief kijkt me schuins aan vanaf zijn kant van de bank.
Ik knik. Kreun een beetje en voel hoe mijn maag zich nog een keertje omdraait.
Druppeltje.
In ons gezin is het een toverwoord. Zo’n woord waarbij wij allemaal precies weten wat er bedoeld wordt. Zo’n woord waarbij buitenstaanders zich nog eens achter de oren krabben en zich afvragen: ‘Druppeltje? Druppeltje? Waar hébben ze het in ’s-hemelsnaam over?!’
Onze kinderen zijn ermee opgegroeid. En toen jaren later mijn lief zijn plek binnen ons gezin innam leerde hij snel het begrip ‘druppeltje’ kennen.
Oudste kreeg zijn eerste tandjes met een druppeltje als ondersteuning. Middelste zag zelfs het eerste daglicht met een druppeltje. Bij jongste was het druppeltje al zo goed ingeburgerd dat ik niet eens meer weet waar ze het niet kreeg als ondersteuning.
Druppeltje heeft zelfs zijn vaste plaats veroverd op onze vakantielijst. Na paspoort, creditcard en verzekeringspapieren komt druppeltje.
Mijn lief, door opleiding en werk behoorlijk gepokt en gemazeld in de overtuiging dat wetenschap heerst over gevoel, moest na een paar maanden toegeven dat het druppeltje toch ook wel behulpzaam kon zijn in situaties waarbij je al het wetenschappelijk aantoonbare al uitgeprobeerd had en waarbij je je – als laatste redmiddel – dan maar moest wenden tot het ongrijpbare. Langzaam maar zeker won het druppeltje ook bij hem terrein. Zo goed zelfs, dat een heel flesje druppeltjes mee mocht op uitzending, in tegenstelling tot de rest van het gezin.
Gisteren was hij dus ook de eerste die vroeg of ik misschien een druppeltje wilde.
Als troost voor mijn maag die plots behoorlijk overstuur leek te zijn.
Met het flesje binnen handbereik, mijn benen opgekruld onder mijn billen en een dekentje tot ver over mijn kin getrokken wachtte ik dus rustig af.
Ook deze keer liet het druppeltje me niet in de steek. Na een klein uurtje zakte het gevoel, kon druppeltje weer terug naar de keuken en haalde ik opgelucht adem.
Druppeltje.
Het toverwoord binnen ons gezin.
Wat is jullie toverwoord?

druppel

Heldere hemel

Het gebeurt me de laatste jaren steeds minder, maar gisteren was het er ineens weer. Herinneringen aan mijn ex.
Nu was de aanleiding vrij logisch. Tijdens de straatborrel vertelde de buurvrouw die aan de andere kant van de straat woont dat zij en haar man uit elkaar waren. Nou ja, eigenlijk zei ze dat hij haar verlaten had. Klinkt dramatischer. Is het waarschijnlijk ook.  In ieder geval voor het gevoel.
Ik knikte bij haar vragende ogen, want ja, ook in deze echt Nederlandse straat snelt dit soort nieuws vaak de persoon vooruit. Ik had het al gehoord inderdaad. Tevreden dat ze niet meer hoefde uit te leggen dat het echt waar was vervolgde ze haar verhaal.
Nee, ze snapte er niets van. Het was als donderslag bij heldere hemel gekomen en ja, ze hadden gewoon een goed huwelijk gehad. Niets had ze gemerkt van zijn verliefdheid, zijn afwezige momenten.
Dát was het moment dat ik weer aan mijn ex moest denken.
In ons geval was ik degene die de knoop doorhakte. Na jarenlang praten, zelfs een flink aantal maanden relatietherapie en veel passen en meten met het gevoel.
Toen na zo’n dikke zes jaar de koek echt op was, alle overgebleven kruimels gezocht en verorberd waren en ik tot mijn grote afschuw ontdekte dat ik verliefd was geworden op mijn lief was het voor mijn gevoel niet eens tijd dat ik de beslissing ging nemen, maar eigenlijk gewoon veel te laat. Op die bewuste zondag vertelde ik mijn ex dat ik nu écht, écht de stap ging nemen. Tranen, smeken, dreigen, het zou nu serieus geen zin meer hebben. Ik had mijn besluit gemaakt. Ik ging weg en daar moesten we allebei een weg in zien te vinden.
Nog steeds hoor ik hem aan anderen vertellen dat het als donderslag bij heldere hemel kwam en nog steeds voel ik de verbijstering van het niet begrijpen dat hij zoiets met droge ogen kon beweren. Zijn woorden ‘Maar we hebben toch een goed huwelijk?’ klonken bijna te bizar om ze nog serieus te nemen.
Pas veel later, toen zowel hij als ik hertrouwd waren, begreep ik iets meer van zijn reacties. Natuurlijk kwam mijn beslissing voor hem niet écht als een donderslag bij heldere hemel, maar als hij er echt nog van overtuigd was dat hij gelukkig was in ons huwelijk was het op z’n minst een schok voor hem. Ik denk dat aan het eind van een huwelijk iedere partij zo met zichzelf bezig is dat het moeilijk is om het gevoel van de andere partij in te schatten, laat staan ze te doorvoelen.
Ik keek gisteren dus naar mijn buurvrouw van verderop in de straat en zag mijn ex.
En weer had ik het gevoel dat ik hem een stukje beter begreep.

uit elkaar

Me and my guys

Honden en ik, we hebben altijd wel een klik gehad. Bij gebrek aan een eigen hond liet ik vroeger maar wat graag de honden van andere mensen uit als we bij hen op visite waren. Ergens in mijn tienertijd gingen mijn ouders overstag en liep er plotseling een vuilnisbakkie rond. Geen spaniël zoals ik eigenlijk heel graag wilde op dat moment, maar gered uit het asiel, dus waar hadden we het over? Eenmaal op mezelf begon ik met een kat. Ook leuk, minder bewerkelijk als je hele dagen moet werken, maar toen het eerste kind zich aandiende was de beslissing snel gemaakt. En omdat ik toen zelf kon kiezen was de eerste spaniël al snel een feit. Na zijn dood volgde al snel spaniël nummer twee. Roerige tijden en een onzekere toekomst maakte dat ik na een aantal jaren de spaniël met dikke tranen moest afstaan aan een ouder echtpaar die hem behandelde als hun eigen kind. Ieder jaar kregen we rond dierendag een update hoe het met hem ging. Hij overleefde zelfs zijn nieuwe baas. Jaren later schreef zijn vrouwtje dat hij was overleden. Vijftien jaar oud en innig tevreden op zijn plekje voor de kachel. In die tijd was de rust bij ons wedergekeerd en was er plek voor een nieuwe vriend. Deze keer gingen we voor een teckel. Een dashond, of – zoals de kinderen gekscherend zeiden – een worst op vier poten. Ruwharig en zo lief dat we ons volledig vergistten in het karakter van de doorsnee teckel. Al na een half jaar riep mijn lief dat hij nog nooit zo’n leuke hond had gehad en dat twee misschien dan nóg wel leuker zou zijn. Nummer twee arriveerde en al snel kwamen we achter het échte karakter van een teckel. Ondeugend, eigenwijs, charmant, parmantig, een vleier en in het bezit van een jachtinstinct waar menig jager blij mee zal zijn. En hij heeft me echter volledig ingepakt. Samen met zijn ‘broer’ runt hij hier het huishouden. Hij bewaakt de keuken en zorgt ervoor dat we niet al teveel in kilo’s toenemen door op tijd in te grijpen en de koektrommel of snoepbak te legen voordat wij dat kunnen doen. Een cappuccino is niet veilig voor hem, net als jus d’orange. Overigens ligt zijn grootste kracht in de onschuldige blik. Dat we weten dat hij het is geweest en niet zijn broer, blijkt vaak uit het feit dat de kruimels of resten in zijn baardje hem verraden. Mijn lief probeert hem nog enigszins tot de orde te roepen, ik kan dat niet. Ik lig vaak dubbel van het lachen en kan niet serieus blijven als ik zijn fluwelen ogen ontmoet. Sinds kort weet ik dat ik in goed gezelschap verkeer met mijn liefde voor een (ruwharige) teckel. Ook Jos Brink, Jack Cousteau, Lou Reed, Paul Newman, Marilyn Monroe, Andy Warhol, Queen Elizabeth, John F. Kennedy, Picasso zijn gevallen voor het ongrijpbare karakter van deze trouwe viervoeter. Ik voel me één met ze. Me and my guys. picasso

Reizen met Tom

Ik ga graag op reis. Hier in Nederland of erbuiten.
Ontdekken – schrijven – fotograferen, het is dé droomcombinatie waar ik nooit over had nagedacht. Eigenlijk weet ik pas sinds kort wat ik later zou willen worden, maar het vervelende van deze ontdekking is dat ik al in het later leef en niet goed weet hoe ik dit zou kunnen veranderen.
Ik bedoel, wie zit er nu op een bijna 49-jarige Floortje Dessing te wachten?
Goed.
Ik ben dus graag onderweg.
Meestal ga ik met mijn lief op pad. Soms alleen.
Beiden bevallen mij prima.
Sinds een tijdje heb ik nog een reismaatje.
We kennen elkaar nog niet zo lang, maar het grappige is dat we maar zelden ruzie krijgen. In tegenstelling tot het reizen met mijn lief, waarbij het nog weleens tot verhitte discussies kan komen omdat ik toch de afslag verkeerd heb gelezen, zijn hij en ik het eigenlijk altijd wel eens met elkaar.
Gisteren was het weer zover: hij en ik gingen onderweg. Met z’n tweetjes.
Gelukkig is mijn lief niet jaloers aangelegd. Waarom zou hij ook? Hij weet: ik ben haar grote liefde en dat uitje met die ander is iets wat ze gewoon af en toe nodig heeft.
Omdat ik een vroege vogel ben, past Tom (zo heet de ander) zich aan aan mijn ritme.
Dat is fijn.
Even na achten reden we dus de straat aan.
De zon scheen, de velden waren wit van de rijp en de lucht kleurde babyblauw met af en toe een zweem roze erdoorheen.
We zochten een leuk muziekje op en in een vredige stilte reden we richting oosten van het land. Af en toe zeiden we iets tegen elkaar, wees ik hem op de enorme troepen ganzen die gakkend door de weilanden scharrelden of liet hij me weten dat ik misschien iets zachter zou kunnen rijden.
Bij Arnhem moesten we richting Doetinchem en bijna ging het mis.
De rotonde die er moest zijn miste ik en plotseling was ik van de snelweg op een ventweg terecht gekomen. Tom haalde echter zijn schouders op. Wees een keer naar de boot die onder de brug doorvoer waar we op dat moment overheen reden en vertelde me dat we een andere weg konden nemen. Waarschijnlijk zouden we er zo ook wel komen.
Dorpen gleden aan ons voorbij.
Namen waar ik nog nooit van gehoord had.
Lathum, Bahr, Bingerden, Angerlo, Drempt, Laag-Keppel, Hummelo… Bij de laatste naam ging een belletje rinkelen. Daar had ik weleens over gehoord.
Ontspannen leunde ik achterover en genoot van de boerderijen, verlaten gemeentehuizen en de schattigste kerkjes die je je maar kunt voorstellen.
Tegen koffietijd parkeerden we de auto en liet ik hem achter in de auto voor een kop koffie en een lunch met drie lieve vriendinnen.
Tegen drieën ontmoetten we elkaar weer in de auto en gingen onderweg naar huis.
Deze keer in rechte lijn. Ook hij weet: op de heenweg kan ik haar verleiden met nieuwe routes, terug wil ze naar huis. Naar haar lief.
Ja, Tom en ik, een prima combinatie!

Tom

Lentetrauma

Het moet ergens in één van de eerste klassen van de lagere school zijn geweest. De kleuterklas kan ik me niet voorstellen omdat ik zo’n beetje verliefd was op mijn kleuterjuf.
Goed. Eén van de eerste jaren van de lagere school dus.
De lente was in aantocht en tijdens de teken- en knutsellessen waren we allemaal druk bezig met het fabriceren van een voorjaarstafereel.
Er werden kunstige vogelnestjes met daarin eitjes geknutseld, vlinders en konijntjes geknipt, lammetjes en vogels geprikt en natuurlijk ook veel bloemen getekend.
Héél veel bloemen getekend.
In de loop van de weken werd de achterwand van ons klaslokaal één grote lentevoorstelling. Ik herinner me nog dat ik vaak droomde over de aanwezigheid van een lentefee of in ieder geval kaboutertjes. Ik weet ook nog de afkeurende blik van de juf, die dit soort taferelen meer iets voor de herfst vond. Hoe vol de achterwand dus ook werd, een menselijk teken van leven kwam niet in het kunstwerk voor.
Toen – het zal vlak voor de Pasen geweest zijn – het werk eindelijk af was, mochten we allemaal achterstevoren in onze bankjes gaan zitten en aangeven welk voorwerp of knutselwerk we nu het allermooist vonden.
Mijn oog was al meerdere malen op een tulp gevallen. Op meerdere tulpen zelfs.
Het fascineerde me hoe een klasgenootje de tulp bijna driedimensionaal tevoorschijn getoverd had. Zichtbaar eenvoudig, maar toch bijna plukbaar.
Bij gebrek aan de lentefee besloot ik: dit vond ik het mooiste van de hele voorstelling.
Toen de juf bij mij kwam en ik ‘mijn’ tulp aanwees werd het een moment heel stil in de klas. Voor het eerst voelde ik ongemak. Voor het eerst ook afkeuring.
Het kwam bij me binnen als een mokerslag.
En voor het eerst in mijn hele leven wenste ik dat ik onzichtbaar werd voor anderen nadat de juf misprijzend zei dat ze het heel gek vond dat ik nu juist het minst aantrekkelijke werkstukje had uitgezocht.
De enige troost die ik op dat moment had kunnen hebben was dat ik waarschijnlijk niet de enige was die door de grond wilde zakken.
Ik was toen alleen nog te jong om dat te begrijpen.
Net als de juf…

lente

Gat in de nacht

De zon schijnt. Ik voel de warmte op mijn armen. ik hef mijn gezicht koesterend op naar het stralende hemellichaam hoog boven me. Langzaam kruipt een loom gevoel door mijn lichaam. En ik word zwaar. Heel zwaar…

02.27 uur.
Met een ruk val ik terug in de nacht.
Bijna. Bijna was het gelukt.
Opnieuw proberen. Misschien nu met iets meer omgeving…

Opnieuw schijnt de zon. Ik zie weer voor me hoe de bergen van het National Park waar we afgelopen jaar op vakantie waren dieprood kleuren, terwijl het groen van de bossen feller en feller lijkt te worden. Vliegt daar een roofvogel? Ik knijp mijn ogen een beetje dicht. De geur van warm zand vermengt zich met hars. Een diepe ademteug en ik voel mijn schouders ontspannen. Langzaam. In de richting mijn rug, door naar mijn ledematen. Voorzichtig glimlach ik en draai me tevreden om.

Duisternis klapt koud in mijn gezicht.
Zucht.
Wéér niet gelukt.
03.13 uur Nog een kleine 2,5 uur te gaan.

Met mijn rug tegen mijn lief aan rol ik me op.
Misschien dat Frankrijk beter lukt.
De Morvan. Wat was het daar mooi afgelopen najaar. Als ik ergens zou willen wonen in een ‘Ik vertrek’-gebeuren, zou dat een goede optie voor me zijn. Dat ene huisje, daar in dat zonnige dal. Dat stond toch te koop? Wat zou dat nou kosten? Ik zie mezelf al op het terras plaats nemen. In mijn eigen stoel. Stel je toch eens voor….

03.51
Toch bijna een half uurtje weggedommeld. Zou het nog gaan lukken deze nacht?
Misschien moet ik gaan dromen over een nieuwe baan. Reizen, fotograferen, schrijven…

06.39 uur
Een schel geluid haalt me uit de diepste slaap van die nacht.
Gelukkig dat mijn wekker kuren vertoont en niet alleen muziek voortbrengt als het tijd is om op te staan. Nee, een irritante toon schalt door een liedje waardoor ik mijn bed uitvlucht. Met een klap dwing ik alles tot stilte en schuifel richting badkamer.
Als mijn lief me niet veel later aan de keukentafel vraagt of ik lekker heb geslapen, begin ik te grijnzen.
‘Een gat in de nacht,’ zeg ik dan en sla mijn armen rond zijn nek.
‘En aankomende nacht bof ik helemaal, dan is het volle maan!’

maan