Maandelijks archief: maart 2015

Koers

Afgelopen week was ik mijn koers kwijt.
Dat klinkt dramatischer dan het uiteindelijk is natuurlijk, maar feit is dat kleine beestjes hun kans schoon hadden gezien en in een moment van zwakte hadden ze toegeslagen.
Ze hadden gevochten en gewonnen.
Slim als ze zijn wisten ze precies wanneer het systeem uitgeput door emoties op herstel wachtte.
Eigenlijk hoefden ze niet veel te doen. Het was een kwestie van aankloppen en rustig naar binnen marcheren.
De koorts volgde vanzelf. Net als het algehele malaise-gevoel.
Pas op maandag zag ik wat er gebeurd was in de dagen ervoor en toen was het natuurlijk veel te laat om voorzorgsmaatregelen te nemen. Ik deed nog een halfslachtige poging om verdere schade enigszins in te dammen, maar ik verloor glorieus.
Nu ben ik een mens die weet wanneer ze verslagen is, dus ik verhuisde in de dagen die volgden van bed naar bank en vice versa. Ik snoot honderden zakdoekjes vol en gaf een financiële injectie aan de paracetamol- en ibuprofenfabriek ergens in den landen. Ik sliep een kleine 16 uur per dag en lepelde liters verse kippensoep naar binnen.
Precies op het goede moment hadden we een proefabonnement afgesloten en tussen de slaap en dommeluurtjes in leefde ik mee in huize ‘Downton Abbey’. Vier seizoenen aan een stuk.
Na een paar dagen ging het weer een beetje kriebelen.
Bed en bank liet ik af en toe weer links liggen en het rommelen in huis begon weer. Met de heerlijke wetenschap dat ik onder een dekentje op de bank kon kruipen wanneer ik maar zou willen.
Vanmorgen merkte ik voor het eerst dat ik weer terrein aan het winnen was.
De ziektetroepen zijn flink uitgedund en het is een kwestie van uren voordat ik weer volledig ‘in control’ ben.
Op koers.
Godzijdank!

ziek

Advertenties

Cycloon

Opgekruld op de bank zit ik doelloos door mijn blad te bladeren.
Het is zo’n bewaarexemplaar, want op pagina 7 stond een fotootje van mij. Gemaakt tijdens onze laatste vakantie in Frankrijk.
Op het moment van bladeren is de foto echter ver weg. Uit mijn herinnering. Net als de rust van die vakantie.
Er woedt een orkaan in mijn hoofd. Eén van een tropische soort, dus eigenlijk meer een tyfoon. Cycloon.
Snelheden van 120 km/uur razen door mijn hoofd en ik ben niet bij machte om hem stil te krijgen.
Keer op keer flitsen de woorden aan mijn ogen voorbij.
‘… bij ons.’ ‘… door de zure appel heen bijten.’ ‘… we zien jullie bij ons. Tot morgen.’
En iedere keer weer vlamt de boosheid even erg op als toen ik de berichtjes voor de eerste keer las.
Woest blader ik door mijn blad.
Lezen is er al lang niet meer bij. Te boos. Te verdrietig. Te gekwetst.
Ik denk aan het meisje van vroeger die nooit tegen haar ouders durfde in te gaan en niet voor de eerste keer in mijn leven voel ik spijt. Over de gemiste kans van het puberen. De gemiste kans om mijn identiteit eerder op de kaart te zetten.
Als er een televisieprogramma zou bestaan met als titel: Het braafste meisje van de klas, dan zou ik beslist een goede kans maken om uitgezocht te worden.
Maar dat programma bestaat niet.
En dat is maar goed ook.
Ik vraag me steeds vaker af voor wie het vooral gunstig is, zo’n braaf kind. De ouders of het kind zelf?
Wat dat betreft ben ik blij dat onze kinderen wel gewoon hebben durven puberen. Op zoek naar zichzelf.
Mijn blad valt open op bladzijde 46. Mijn ogen glijden langs de regels en plotseling lees ik.
Langzaam keert de rust terug in mijn lijf.
Nu moet ik alleen nog over de laatste zin nadenken.
Hoewel, privacy is ook een mooi recht…

gevoelens

De echte master

Hij kleuterde drie volle jaren. Was volgens de kleuterjuf teveel een spelen-kind om al toe te zijn aan groep drie.
De lagere school doorliep hij rustig. Niet een opvallend goede leerling, ook niet de underdog.
Tijdens de cito gesprekken in de laatste groep gaf de leraar aan: ‘Geen idee hoe hij het gaat doen op de middelbare school, maar ik denk dat jullie al blij mogen zijn als hij papiertje van het praktijkgerichte onderwijs op zak heeft straks. Ik zie geen bolleboos en hij lijkt niet echt veel plezier te hebben in het bestuderen van leerstof. Zijn algemene ontwikkeling is goed, maar studeren? Nee, dat zit er echt niet in.’
Lief en ik keken elkaar eens aan, hadden een gesprek met oudste en besloten met z’n drieën: VMBO-T was toch wel het minste wat er gehaald moest kunnen worden.
Die stroom deed hij vervolgens met tien vingers in zijn neus en dus werd de HAVO erachteraan gedaan.
Na dat papiertje trok de sluier langzaam op en besloten we – weer met z’n drieën – dat het misschien wel een goed idee zou zijn als hij zijn Propedeuse ging halen op het HBO, waarna misschien dé stap richting Universiteit zou kunnen volgen. Want geschiedenis zou het moeten worden.
Hoopten we.
Binnen het jaar was de Propedeuse in de pocket en liep oudste de Universiteit binnen.
Bachelor zat binnen de toegestane tijd in zijn zak.
Toen volgde de stressvolle jaren om zijn Master te halen.
Hier struikelde hij af en toe, krabbelde weer overeind om nogmaals onderuit te gaan.
Gisteren kreeg hij het verlossende mailtje van zijn begeleider:
‘Oudste, goed nieuws. Je bent geslaagd voor je Master. Proficiat! Ik heb echt bewondering voor de door jou getoonde volharding! Groet, je scriptiebegeleider.’
Waarvan akte.

Waanzinnig trots!

geslaagd

Wilde week

Het is even na half elf als ik mijn lief op het station afzet. Hij gaat onderweg naar Schiphol en dan voor een week naar Finland. Was mijn eerste reactie een paar weken geleden nog: ‘Jeetje, als ik nu eens ook een paar dagen kom? Helsinki ken ik nog niet!”, vandaag kijk ik naar de zon en de weersvooruitzichten voor de komende dagen.
Die zijn goed.
Die zijn beter dan in Helsinki.
Die beloven terrasjesweer, of in ieder geval een aantal uurtjes in de zon, in de tuin.
En dus besluit ik dat het nog niet zo gek is om een weekje alleen te zijn.
Wat zal ik allemaal kunnen doen? Wat zal ik allemaal kunnen eten? Of niet eten? Ik kan nu tenslotte maaltijden overslaan zonder me schuldig te voelen. Of gewoon lekker met een bord op schoot naar de meest onzinnige series gaan kijken. Achter elkaar. Als een marathon.
Als ik lief een laatste kushand heb toegeworpen snel ik dus naar de supermarkt.
Karretje, lijstje. Of wacht, nee, geen lijstje. Ik pak gewoon waar ik zin in heb!
Spaghetti, wijn, chocolade paaseitjes, paprikachips, chocolademousse en vooruit wat vers klein fruit voor de broodnodige vitamine. Ontbijt zonder fruit vind ik ook niet alles tenslotte.
Dan vlug naar huis en voordat ik de boodschappen uitpak zet ik ‘mijn’ muziek van dit moment keihard op.
Sinds deze week is Fleetwood Mac weer een favoriet, maar aangezien ik niet echt zuiver kan zingen doe ik dat dus meestal niet. Ik heb echter niet het gevoel dat de hondjes zich met hun poten over hun oren heen gaan verstoppen in de verste hoek van de kamer, dus ik schal lekker mee met ‘You make loving fun’ en swing door de keuken, terwijl ik de boodschappen op hun plek zet en het eerste paaseitjes in mijn mond verdwijnt tussen twee uithalen door.
Als ik uit gedanst ben mik ik snel een wasje in de droogtrommel en besluit dat ik eigenlijk mijn dekbedovertrek maar even moet strijken voordat ik het weer op mijn bed gooi.
De rest van de was neem ik maar even mee.
Een lege wasmand is toch eigenlijk ook wel fijn.
Na de was loop ik de kamer in. Ondertussen heeft Fleetwood Mac plaats gemaakt voor Eddy Vedder. Ook niet verkeerd. Helemaal niet verkeerd zelfs! De volumeknop gaat dus weer omhoog en ik blèr heerlijk een half uurtje mee met mijn held.
Dan valt mijn oog op de piano en dan vooral op de stof op de piano. Zon is leuk, maar niet als een zwarte piano is diezelfde zon staat! Ik ren dus naar de keuken en haal een doek.
De rest van de kamer neem ik gelijk maar even mee…
Tevreden met mijn actie en blij dat ik de wc’s ook nog even heb meegenomen, plof ik op de bank.
Wanneer was ook alweer de deadline van die schrijfwedstrijd?
Ik zoek het snel op en kijk dan naar de datum. Vijftien maart?? Als in vijf-tien-maart??
Allemachtig, dan moet ik mijn idee maar eens snel gaan uitwerken!
Eerst nog een chocolade-eitje.
Niet veel later zit ik – net als ieder andere zaterdag – te schrijven aan de keukentafel. Mijn vingers vliegen over de toetsen.
Slechts één enkele seconde vraag ik me af hoe wild deze komende week nu eigenlijk gaat worden zonder mijn lief.
*zucht*

dansen

Van die dagen

Gisteren was het er nog niet.
Gisteren was ik vrolijk, actief, vol zin om dingen te ondernemen. Als iemand mij gisteren had gevraagd om het hoognodige in een rugzak te gooien omdat er een leuke reis in het verschiet lag, had de timer niet gezet te hoeven worden. Voordat er drie keer diep adem gehaald zou zijn stond ik met jas, tas en mezelf al lang en breed bij de voordeur. Gisteren kreeg ik al inspiratie van een lege sinas-dop.
Bij wijze van spreken.
Vandaag is alles anders.
Vandaag werd ik wakker en schoot de ene na de andere paniekgedachte door mijn hoofd. Hoe vaak moest het verbeterde scriptie van oudste worden uitgeprint en ingebonden? Wat voor dag is het vandaag? Wil ik wel praten met mensen waarbij het bij voorbaat al lijkt dat het gesprek gedoemd is te mislukken?
Lusteloos loop ik naar de badkamer.
Ik kijk in de spiegel. Mijn haren moeten ook al opnieuw gekleurd worden. Waarom heb ik dat gisteren niet gezien?
De kleur valt anders uit dan gehoopt.
*zucht*
Ik surf wat op het internet en vind niet wat ik zoek. Maar ja, wat zoek ik eigenlijk? Ik word kriegel van mezelf.
Ook tijdschriften bieden geen soelaas. Inspiratie is ver, ver te zoeken. Aan de andere kant, waar heb ik in ‘s-hemelsnaam inspiratie voor nodig nu? Schrijven lukt niet, fotograferen heb ik geen zin in, om te lezen heb ik meer rust nodig in mijn kont…
Lief leest een stukje van Aaf voor in een poging mij op te vrolijken. Ik kan er niet om lachen. Iemand heeft mijn lach gejat vannacht en ik snauw dat ik Aaf sowieso nooit leuk vindt!
Ik lieg.
Aaf is wel leuk, net als Sylvia. Martin.
Maar niets komt aan bij mij.
Voorzichtig rolt hij een chocolade-eitje naar me toe.
Ik gooi het terug in het schaaltje.
Geen zin in chocola.
En als mijn lief heel voorzichtig een vraag begint met: ‘Moet je misschien…’, kijk ik hem zo vernietigend aan dat hij de rest van de zin vlug weer inslikt.
‘Nee! Ik word niet ongesteld! Ik word überhaupt nooit meer ongesteld de laatste tijd. Voordeel van in de overgang gaan.’
Lief vlucht naar de kamer. Met de hondjes. Mij alleen aan de keukentafel achterlatend.
Net goed! Denk ik. Zou ik ook doen als ik mijn lief was. Of een hondje.
*zucht*
Het is weer eens zo’n dag.
Mag het alsjeblieft alvast morgen zijn?

oud