Maandelijks archief: mei 2015

Dag(je)dromen

‘Het zijn moderne nomaden, hun matje onder de arm. We zien ze steeds meer: yogi’s die hun hart volgen, hun vaste baan opzeggen en de wereld rondreizen om yogales te geven.’
Met de nieuwe Yoga Magazine op schoot koester ik het zonnetje. Een groot glas Chai tea latte binnen handbereik, daarnaast het koekblik open, net gevuld met de heerlijkste stroopwafels die er zijn.
Ik droom even weg. Hoe zou het zijn om je baan op te zeggen en gewoon wereldburger te worden? Te reizen, te leven daar waar je bent op dat moment? Om je hart je thuisbasis te laten zijn, zoals in het artikel beschreven staat.
Ik zucht. Maan het stemmetje in mijn binnenste tot stil en weiger te luisteren naar de argumenten waarom ik het vooral niet zou moeten doen. (‘En de kinderen dan?’ of ‘Zou je lief wel meewillen? Dat is wel een belangrijke voorwaarde natuurlijk!’ en ‘Hoe zit het met je huis, je werk, inkomen en laten vooral je ouwe-dag-voorziening niet vergeten?’ …)
Mijn ogen blijven een moment op de koektrommel hangen. Zo gezond als yogi’s zijn ben ik nu ook weer niet…
De koektrommel is half leeg.
Snel gooi ik de deksel erop en breng hem naar binnen. Hup, de kast in.
Ik trek de koelkast open en schenk mezelf een groot glas bronwater in. Voor de smaak en sier snij ik er een paar schijfjes limoen in. Dan schud ik wat noten in een schaaltje en loop naar buiten, de zon weer in.
Zo, dat is beter.
Meer in evenwicht met het blad op schoot.
Tevreden blader ik door.
5 opfrishoudingen van Hilary Brown.
Dat lijkt me wel wat voor het yogamomentje van de dag.
In gedachten maak ik een aantekening: deze Yoga Magazine bij mijn matje leggen, dan kan ik de oefeningen nadoen.
Op bladzijde 27 wordt mijn aandacht pas goed gewekt.
Ayurveda op Sri Lanka. Tóch weer dat reizen…
Bij het lezen van het artikel springen de tranen in mijn ogen. Voor mij een teken dat het artikel me niet alleen raakt, maar dat het me een soort van thuis brengt. Dit hoort bij me. Hier word ik helemaal warm van.
Ik denk weer even aan de woorden die een collega pas geleden tegen me sprak: ‘Als ik aan jou denk in combinatie met werk, dan zie ik jou bezig met stenen, met natuurlijk materialen, yoga, meditatie, andere geneeswijzen…’ Het was haar antwoord op mijn vraag of ze vond of ik zweverig was. Dat ontkende ze in ieder geval, maar tegelijkertijd gaf ze toe dat ik wel anders in elkaar zit dan de doorsnee medewerker bij een ministerie. Ach, daar heeft ze misschien wel gelijk in. Als ik aan mijn prikbord in mijn werkkamer denk hangen daar meer spreuken, mooie plaatjes, wijsheden, Tibetaanse vlaggetjes en foto’s dan handige werkschema’s of een overzicht van vergaderingen of belangrijke bijeenkomsten.
Mijn handen glijden nog een keer over het artikel en ik kijk mijn lief aan.
‘Dit wil ik ook ooit nog doen. Lijkt me geweldig!’ Ik laat mijn lief het stuk lezen.
‘Eigenlijk zou ik daar best meer over weten,’ peins ik. ‘Zou daar een opleiding of cursus in zijn?’
Mijn lief zucht.
‘En je andere opleiding dan? Waar je in september mee wilde beginnen?’
Ik haal mijn schouders op.
‘Ik vind het allemaal zo moeilijk, waarom zijn er zoveel leuke dingen te doen en te ontdekken?’ kreun ik. ‘Ik wil zoveel! Ik vind zoveel dingen leuk en interessant. Ik kan gewoon geen keuze maken!’
Vol frustratie been ik naar de keuken. Daar trek ik de kast open en gris het koekblik er weer uit.
Terug in de zon verdwijnt de een na de andere stroopwafel in mijn mond.
Een mens kan echt veel beter nadenken met stroop in z’n lijf.
Ook daar ben ik van overtuigd!

koek

Advertenties

52 druppels

Soms kom ik plotseling op een site terecht waar ik blijf hangen.
Heel even, omdat hij grappig is. Heel lang, omdat er gewoon veel te lezen is.
Soms kom ik plotseling op een site terecht die me prikkelt. Waarbij ik de kriebels krijg om het idee over te nemen en ook uit te gaan voeren. Nu hou ik zelf ook wel van een uitdagingen, dus het is niet gek dat ik bij het lezen van haar site helemaal enthousiast werd.
Zó enthousiast, dat ik zelfs sponsor ben geworden van 5 van de 52 druppels!
In één klik op de site.
Ik vroeg me af welke uitdagingen ik zou verzinnen als ik 52 van dit soort opdrachten voor mezelf zou vastleggen.
Tot mijn verassing kwam ik weken tekort.
Ik hoop dat zij ook weken tekort komt en volgend jaar weer 52 nieuwe druppels gaat verzinnen.
Want ik ben – net als zij – ervan overtuigd dat druppels misschien verdampen op een gloeiende plaat, maar dat er in dat proces ook een stukje verkoeling plaats zal vinden op diezelfde plaat.
En daar gaat het volgens mij (en haar?) allemaal om.
Gewoon doen!

Nieuwsgierig? Neem zeker een kijkje! Het is de moeite waard!! www.52druppels.nl

Schermafbeelding 2015-05-08 om 08.42.30

Belofte (uit de oude doos)

Met alle verhalen die ik gisteravond hoorde en waarbij er iedere keer weer kippenvel over mijn hele lijf trok, moest ik denken aan de belofte die ik ooit een oude man maakte.
In de wachtkamer bij de huisarts in onze oude woonplaats.
Uden.
Een dorp waar hevig gevochten is tijdens de oorlog.
Dat op dé route lag.
De route naar bevrijding.
En omdat je beloftes altijd moet nakomen, hierbij dus nóg een keer zijn herinnering aan de oorlog.
Omdat het belangrijk is dat we het blijven vertellen aan elkaar.
Zelfs 70 jaar na de bevrijding.

(uit de oude doos, mei 2011)

‘Tijdens de oorlog zaten de Duitsers daar.’ De man naast mij in de wachtkamer van de huisarts knikt met zijn hoofd in de richting van het raam. Ik volg zijn gebaar en bekijk het majestueuze huis aan de overkant van de straat.
Het is warm en de ramen staan wagenwijd open.
De wind laat de vitrages zachtjes heen en weer wiegen. Bijna slaapverwekkend.
Misschien dat de atmosfeer de herinneringen van de man stimuleren. Hij lijkt zich in ieder geval niet echt bewust van zijn omgeving.
‘Alles hadden ze kapot gemaakt. Echt alles,’ vervolgt hij nadenkend.
‘Ik weet nog dat wij in de tuin speelden voor de oorlog. Ik woonde er niet, hoor,’ haast hij zich te zeggen. Een verontschuldigend lachje komt mijn kant op. ‘Er woonde niet eens een vriendje van me. We speelden er gewoon. Allemaal. Achter de tuin begonnen de kersenboomgaarden. Die droegen overheerlijke kersen, al waren ze niet van ons natuurlijk.’ Zijn blik wordt wat ondeugend nu. ‘Maar ja, zeg maar eens tegen kinderen dat ze geen kersen mogen plukken. Één keer raden wat kinderen dan doen.’
Zijn schaterlach vult de wachtkamer.
‘Toen kwamen de Duitsers. En alles werd kapot gemaakt. Alsof het dan beter oorlog voeren was.’ Verbittering sluipt zijn stem in.
‘Er verdwenen mensen in die tijd. Niet veel hoor,’ haast hij zich. ‘Ik denk dat de meeste Joden in de grote stad woonden. Hier waren de onderduikadressen. Veilig op het platte land. Veilig ja… Huh…
Het huis werd een hoofdkwartier van de vijand. En van spelen achter het huis was geen sprake meer. De oorlog maakte sowieso een eind aan al het spelen…’
Zijn stem sterft weg in de lome warmte van de wachtkamer.
Verontschuldigend kijkt hij me aan.
‘Verveel ik je?’
Ik knik nee en merk dat hij inderdaad mijn aandacht flink te pakken heeft.
‘Weet u er nog veel van?’ moedig ik hem aan.
Oudste is ondertussen op mijn schoot geklommen en hangt tegen me aan met zijn duim in zijn mond.
De blik van de man dwaalt even af naar de krullenkop van oudste en olijk knipoogt hij naar hem.
‘De herinneringen van een oude man zijn misschien oud maar nog steeds helder!’ grapt hij.
Een donkere schaduw trekt over zijn gezicht.
Ik lach en oudste kijkt hem onderzoekend aan.
Zijn blik dwaalt weer af naar het pand aan de overkant van de straat.
‘Als dat huis eens kon praten…’ mompelt hij.
Zachtjes schudt hij met zijn hoofd en ongemerkt recht hij zijn schouders.
De deur van de wachtkamer gaat open. ‘Oudste?’ De huisarts knikt ons vriendelijk toe.
Ik sta op en pak de hand van oudste. Samen lopen we met de huisarts mee. Ik vind het bijna jammer dat ik niet meer te horen krijg van deze oude baas.
Als ik bij de deur ben draai ik me nog even om. ‘Dank u wel voor het verhaal,’ knik hem toe.
Verrast kijkt hij me aan. ‘Vertel het maar door,’ antwoord hij. ‘Oorlog, angst en verdrukking is iets verschrikkelijks. Laat je nooit wijsmaken dat het ook iets romantisch had.’
ik knik hem vriendelijk toe en stap de onderzoekskamer van de huisarts in met oudste.

Bij deze dus.

vrij

New me

Ineens was ik het zat. Niet zomaar een beetje zat, nee, spuugzat!
Iedere keer ging ik weer aan de slag en iedere keer was ik weer een uur verder om vervolgens zo’n drie weken rust te creëren.
Hooguit.
Want na die drie weken keek ik altijd weer vol afgrijzen naar de spiegel om te constateren dat de landingsbaan, ergens rond mijn haarscheiding, wéér breder was geworden.
En dan baalde ik. Niet zomaar een beetje, nee, dan baalde ik flink!
Wéér een uur van mijn tijd opofferen om er enigszins representatief uit te willen zien.
En waarom? Omdat ‘men’ vindt dat grijze haren bij oude vrouwen hoort? Omdat het wel algemeen geaccepteerd lijkt te zijn dat mannen met hun grijze lokken lopen te pronken (‘kijk eens hoe wijs wij zijn!’) en iedereen er maar van uit gaat dat vrouwen met grijs haar afgedaan hebben. Oma’s zijn. Vrouwen die er niet meer toe doen in het spel tussen man en vrouw.
En ik besloot: ik doe er niet meer aan mee.
Ik ben nu eenmaal grijs als ik niet iedere drie weken die bagger op mijn uitgroei smeer. En ik ben ouder en wijzer. Ik hoef niet meer mee te lopen met de meute die vind dat jeugd bestaat uit gekleurde (donkere) haren en vitaliteit.
Ik maakte dus een mooi bord aan op Pinterest om te zien hoe mooi grijze haren bij een vrouw zijn en stapte met kloppend hart (ja, ik ben en blijf dan toch een vrouw die wankelt op de grens tussen wijsheid en wijs zijn) naar de kapper. Een nieuwe kapper, omdat ik nu eenmaal een haat-liefde verhouding met kappers lijk te hebben. Ze doen in ieder geval nooit wat ik wil en meer dan eens ben ik ongelukkiger thuis gekomen van een kappersrondje dan gewenst.
Goed.
Een nieuwe kapper dus, op aanraden van een mede-forenser die op een dag met een bos prachtig wit haar op het station verschenen was. Nu was dát me een stap te ver, heel eerlijk gezegd, maar ik wilde mijn haren wel in de handen van deze wonderkapper geven, als hij mij mijn eigenwaarde over leeftijd terug kon geven.
Hij liep eens om me heen. Bekeek me van afstand. Duwde zijn vingers diep in mijn haardos en trok scheidingen op plaatsen waar ik niet kon kijken.
‘Grijs,’ constateerde hij. ‘Beslist grijs. Nog niet helemaal, maar wel al goed onderweg.’
‘En ik ben klaar met verven.’ antwoordde ik dapper.
‘Snap ik,’ knikte hij. ‘En dat hoeft ook helemaal niet meer. Volgens mij word jij namelijk heel mooi grijs. Wit. Zilverwit. Ik kan je naar deze mooie kleur helpen.’
Vol ongeloof keek ik hem aan.
‘Hoe?’ Het was het enig zinnige dat ik uit kon brengen.
‘Highlights, lowlights en langzaam je eigen witte haren erdoor laten vlechten.’
Het klonk als muziek in mijn oren.
Vlechten.
Die man is niet alleen kapper, maar ook een poëet.
‘De eerste keer is even heftig,’ waarschuwde hij nog, ‘maar ik weet zeker dat het je mooi zal staan!’
‘Moeten mijn haren kort als ik het grijs laat worden?’ vroeg ik met een benauwde stem, de woorden van mijn schoonmoeder in mijn oren echoënd.
‘Nee!’ Verschrikt keek hij me aan. ‘Niet afknippen hoor! Je zou het nog langer moeten laten groeien. Lang haar hoort bij jou.’
Toen wist ik het zeker. Dit is mijn kapper!
Vier uur later stapte ik naar buiten.
Een rugmassage door de kappersstoel rijker, blonder dan ik ooit ben geweest en helemaal gelukkig.
Ik ben ouder en ik voel me geweldig!
Is het niet heerlijk?

grijs haar

Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder

Nadat ik door hem getagd werd ging ik weer even op het net op zoek naar de serie Ramses. In mijn herinnering ergens in de winter, misschien de herfst nog, op tv uitgezonden en ik had ervan genoten! Tot mijn verrassing kwam ik erachter dat deze serie in januari 2014 op tv was.
2014!
Als in tweeduizendveertien…
Dat is 16 maanden geleden! Méér dan een jaar!
Verbijsterd over het ongemakkelijke gevoel van de tijd dat als los zand tussen de vingers door lijkt te glippen, drong het tot me door dat de tag van hem een herinnering is om te leven.
Nu!
Niet morgen, niet volgende week, maar vandaag.
De tag daagde uit om de begrippen van zijn liedje ‘Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder’ te beschrijven in je eigen leven.
Dus, bij deze:

ramses

Zing – Wanneer zing je?

Ik zing voornamelijk als ik alleen ben. Vroeger dacht ik nog te kunnen zingen en zat ik in het kinderkoor van de kerk. Nadat ik 12 was geworden mocht ik naar het jongerenkoor, maar nadat ik mijn lief had leren kennen en wist hoe zingen écht hoorde te klinken, besloot ik om mijn gezing voor mezelf te houden. En voor mijn gezin.
Maar omdat ik nu eenmaal graag muziek luister en nog liever meezing, zie ik soms weleens aan de verbaasde blikken van een toevallige voorbijganger dat ik niet in de gaten heb dat ik toch per ongeluk meezing met het liedje dat op dat moment via mijn koptelefoontje in mijn oren klinkt.
Sorry daarvoor!

Vecht – Beschrijf de laatste keer dat je gevochten hebt. Voor jezelf of voor een ander.

Als ik al vecht, is het in figuurlijke zin. Mijn vuisten heb ik nog nooit gebruikt, laat staan dat ik heb liggen rollenbollen over de grond.
De laatste keer zal beslist voor een van de kinderen geweest zijn. Daar vecht ik voor. Als een leeuwin.

Huil – Ben je snel geëmotioneerd?

Helemaal niet! Ik slik soms wat tranen weg als ik een zitting moet griffieren waarbij de emoties zo hoog oplopen dat tissues en glaasjes water bijna niet meer voldoende zijn. Ik huil maar een beetje bij zielige films, en als ik blij ben pink ik soms een traantje weg. Nou ja, vorige week huilde ik misschien eventjes, toen mijn lief een emotionele speech gaf tijdens het etentje met de kinderen… Maar voor de rest? Neuhhhh…

Bid – Hoe uit je jouw spiritualiteit? Waar je geloof je in?

Ik mediteer. Ik luister naar mezelf. En mijn innerlijke stem, zonder gelijk zweverig over te willen komen… 😉 Haar boek is een mooie leidraad hierin, dus…. Aanrader!

Lach – Wie maakt jou aan het lachen?

Mijn lief! Met stip op nummer één laat mijn lief me het meeste lachen. De hondjes vormen een goede tweede denk ik, want niets is ontspannener dan kijken naar twee hondjes die het zo naar hun zin hebben samen. Als ik al somber of verdrietig ben, dan weten zij altijd weer een lach op mijn gezicht te toveren.

Werk – Werk je om te leven of leef je om te werken?

Beslist om te leven! Nu heeft dat misschien ook wel met het soort werk te maken dat ik doe. Als ik rond zou kunnen komen van mijn schrijfwerk, fotografiewerk of een andere creatieve inslag, zou ik me zomaar kunnen voorstellen dat werk en leven zodanig met elkaar verweven zouden worden dat ik niet meer zou weten of ik nu aan het werk zou zijn of aan het leven…

Bewonder – Wie bewonder je? En waarom?

Ik bewonder mijn kinderen.
Alle drie!
Het zijn mooie, zelfstandige, verstandige en lieve jonge mensen geworden. Ik bewonder hun manier waarop ze in het leven staan. Twee benen op de grond, ogen wagenwijd open. Ze zijn nieuwsgierig, staan te popelen om te leven vanuit hun diepste ziel. Ik kijk vol bewondering hoe ze keuzes maken en daar ook volledig achterstaan.
Tja, ik ben misschien wel een trotse moeder.
Maar ik ben hun moeder.
🙂
Zo!

Tags doorgeven vind ik moeilijk. Maar toch ben ik wel benieuwd wat zij heeft te vertellen over de begrippen van het liedje van Sjaffy. En aangezien zij nogal van lijstjes houdt…
Dus… Doe je mee Mrs. T??