Maandelijks archief: juni 2015

Santé!

‘We moeten even een Brasserie of een Café opzoeken.’
Mijn lief knikt met zijn hoofd in de richting van het autoklokje.
12.39 uur. Tijd voor de lunch. En snel, anders zijn we weer te laat!
Mijn gedachten glijden terug naar een half jaar geleden. Het zal rond de klok van twee geweest zijn en na een lange autorit en laat ontbijt begonnen onze magen enigszins te knorren. Voordat we echter auto geparkeerd en een restaurant gevonden hadden liep het tegen half drie.
Aan de late kant inderdaad, maar volgens de Nederlandse normen nog altijd op tijd.
Eten kan immers de gehele dag door in onze 24-7 cultuur.
De Fransen keken ons echter verbaasd en misschien wel verstoord aan.
Nee, lunchen kon echt niet meer. Wat dachten we wel niet? Om half drie was een normaal werkend Fransman al weer een tijdje aan het werk en waarom zou de keuken dan nog open zijn? Koffie was geen probleem, een glas wijn ook niet, maar zelfs het maken van een eenvoudige Croq Monsieur was teveel van het goede.
Gisteren vergisten we ons bijna.
Op de valreep, tien minuten voor half twee, rolden we een café binnen voor een late lunch. We waren duidelijk de laatsten voor die dag. Andere stelletjes roerden hun suiker door de koffie en een gezin legde de laatste hand aan de ijsco’s die voor de neuzen van de kinderen stond.
Geen plat du jour, besloten we dus maar. Een hoofdgerecht met misschien nog een toetje, anders gewoon koffie. Als er maar iets gegeten kon worden, dat was het belangrijkste.
‘Voulez-vous boire un apéritif?’ Het meisje keek ons vragend aan.
‘Ehm, un verre de vin rouge, s’il vous plaît.’ Mijn lief knikte instemmend. ‘Moi aussi,’ zei hij.
Vinnig haalde ze de lege glazen van de tafel en liep naar de bar. Koud tien seconden later stonden er twee glazen voor onze neus. De gemorste druppels op het voetje.
Voorzichtig veegde ik de rode druppels weg. Vragend keken we elkaar aan en haalden toen onze schouders op.
‘Santé!’ We proostten en namen een slok.
Heerlijk, dit Franse leven waarbij de lunch uitgebreid genuttigd wordt met een lekker glas wijn erbij.
Toch zat me iets niet helemaal lekker.
Waarom zou ze zo snibbig reageren op ons antwoord dat we graag een glas wijn wilden drinken als aperitief?
De vraag bleef hangen en de dag verstreek.
Vandaag waren we mooi op tijd vonden we zelf.
Nog voor één uur zaten we in het restaurant en bestelden we een formule.
Voorgerecht, hoofdgerecht , kaas en café gourmet als dessert. Dit alles voor € 13,50 per persoon. Een gemiddelde Hollander wordt van minder nog blij.
‘Avez vous un apéritif?’ De vrouw keek ons vragend aan.
‘Un verre de vin rouge, c’est possible?’ vroeg ik dus voorzichtig.
Met een zucht duwde ze een kaartje dat in de houder op onze tafel stond in mijn richting en knikte.
‘Voilá.’ Een lijst met wijnen stond netjes beschreven.
Ze draaide zich om en griste de glazen van de tafel mee.
‘We doen iets echt niet goed,’ zei ik en keek mijn lief aan. ‘Geen idee wát, maar dat het niet goed is, is zeker.’
Samen bestudeerden we de kaart en maakten een keuze.
Na de maaltijd besloot ik dat het genoeg was. Nadat ik om de rekening had gevraagd stelde ik de vraag die me al dagen bezig hield.
‘Pardon madame, maar wat is het nu precies het verschil tussen een aperitief en een glas wijn?’
De vrouw veegde haar handen af aan haar schort en een lach brak door.
‘Ah,’ knikte ze. ‘Een aperitief is zoiets als een glas Pernod, of Whisky, Cognac, Martine. Begrijpt u? Wijn drink je gewoon bij je eten.’
Lief en ik knikten begrijpend. Ik keek naar de lege flessen op de andere tafels.
Het raadsel ontrafeld.
Fransen drinken niet alleen wijn tijdens hun lunch, ze nemen dus ook een aperitief.
En daarna weer vrolijk aan de arbeid.
Tijd om naar La douce France te verhuizen, lijkt mij!
Hoewel… ik weet niet of er dan nog veel werk uit mijn handen zal gaan komen.
Maar ik kan het mis hebben natuurlijk…

picknick

Advertenties

Jaap

Sinds een tijdje gaat Jaap met ons mee op vakantie. Nog niet zo heel lang, maar een jaar of drie geleden was hij er ineens.
Op de achterbank.
Jaap is een makkelijke reisgenoot. Hij eet of drinkt niet veel, is rustig en geeft op de juiste momenten het goede antwoord.
Vooral tijdens de eerste vakantie dat hij mee ging vroeg ik hem regelmatig om raad. Soms had hij het antwoord snel paraat, soms leek hij het leuk te vinden om het antwoord een beetje in het midden te laten. Ik raadde dan maar wat, giste er stoer een beetje op los en hield me vervolgens gedeisd
Hoe langer Jaap met ons meeging, hoe stiller hij werd. Niet afwijzend stil, niet boos stil, nee, Jaap werd goedkeurend stil. Alsof hij instemde met hetgeen hij zag en hoorde.
Vorig jaar ging Jaap niet mee.
Amerika was te ver voor hem, bovendien was hij de Engelse taal niet bijster meester. Amerikanen knauwen en dat maakt toch al snel dat alles nét wat anders klinkt dan het Engels dat we op school leren. Nu was het niet zo erg dat Jaap niet meeging naar Amerika, we kunnen ons aardig zonder hem redden daar.
Afgelopen herfst verscheen hij weer op de achterbank. Onderweg naar Bourgogne. Deze keer niet alleen om vragen te beantwoorden, maar ook om aan te sporen.
‘Ga dat nu eens vragen, anders kom je er nooit achter.’ Zijn stem klonk bijna spottend, maar ook serieus tegelijkertijd. ‘Je kunt het best, ik weet het zeker.’
Ik vertrouwde het niet helemaal, dus ik hield het bij één enkele poging, die ook nog maar halfslachtig uitviel. In plaats van de eerste weg links namen we de tweede. Dat we uiteindelijk toch het café vonden waar ook een garage (en dus ook benzinetank) aan verbonden was, was meer geluk dan wijsheid. Hoewel ik eigenlijk ook wel tijdens het vragen aan de kant van de weg heel duidelijk begrepen had dat het tankstation in het midden van het dorp lag, waar je ook bier kon tappen. Dus zover zat ik er nu ook weer niet naast…
Goed.
In Parijs was Jaap ook van de partij en overwon ik al meer schroom. Ik vroeg niet alleen de weg aan vreemden, maar vroeg aan een winkelier of ze mijn favoriete magazine (in het Frans) verkochten. Ik begon zelfs een minigesprek met de ober! En als klap op de vuurpijl las ik een folder van le Petit Palais, waarbij ik meer dan de helft zowaar kon begrijpen.
Ik voelde me een hele madame!
Afgelopen vakantie verhuisden we ons huishouden – inclusief twee hondjes – voor twee weken naar Bourgondië.
Daar ging ik volledig los!
Ik vroeg niet alleen waar we goed konden parkeren en wat de parkeerregels waren in die straat, nee, ik vroeg ook of ik ergens geld kon wisselen voor de parkeerautomaat! Ik lachte mee met de twee mannen die – naast de uitgebreide flirtpartij, waarvoor dank – me niet alleen de betaalautomaat aanwezen, maar ook het leukste café van hun stad, inclusief gezellig terras. Tijdens de lunch wisselde ik mijn eerder bestelde toetje tussen ons voor- en hoofdgerecht in van ‘dessert du jour’ naar een chocoladetaartje, omdat ik die plotseling voorbij zag komen.
‘Pas de problème!’
Ook knoopte ik een praatje aan met de vrouw in de winkel waar we een mooie schaal kochten en vroeg haar wanneer en waarom ze met de winkel zouden gaan stoppen vanwege het ‘à Vendre’ bordje op de gevel. In een ijscowinkel vroeg ik aan de eigenaar wat hij me aan zou bevelen qua smaak, op de markt had ik zowaar een gesprek met een oude baas die me hielp iets leuks uit te zoeken en me vertelde dat het die dag erg warm zou gaan worden. Prima weer voor een nieuw bloesje dus.
Op de achterbank van de auto bleef het deze vakantie lang stil.
Een trotse stilte.
Ik voelde het gewoon.
Ja, Jaap – mijn leraar Frans sinds 3 jaar – zweeg vergenoegd. Ik weet het zeker!

franse leraar

Tsja

Op de toilet in ons vakantiehuis hangt Martin Bril.
Niet letterlijk natuurlijk, maar in uitgetypte versie. Niet gekopieerd, niet geprint van een of andere site, nee, uitgetypt.
Vooral dát stukje intrigeert me.
Uitgetypt.
Iemand heeft dus de moeite genomen om zijn columns (in dit geval over Frankrijk) over te typen, in van die doorschijnende mapjes te stoppen en met een touwtje op te hangen in het kleinste kamertje van ons vakantiehuis.
Om vooral maar rustig de tijd in dat kamertje te benutten.
Sowieso is het een boekenhuis. In iedere kamer, in de keuken, op de voorzolder, overal zijn boekenkasten gevuld met boeken. Zowel Franstalige als Nederlandse.
Tussen al die boeken ging ik dus op zoek.
Naar boeken van zijn hand.
Ze waren niet moeilijk te vinden, want een beetje kenner weet hoe de boeken eruit zien.
Handformaat. Pakweg 13 x 18 cm groot, een beetje groot-foto-formaat.
Past in praktisch iedere tas, dus makkelijk mee te nemen. Naar een café, een restaurant of zomaar, de tuin in.
Natuurlijk heb ik de verzameling ook op mijn iPad staan, maar wat is er nu heerlijker dan met een echt boek op schoot je vakantie zien door te brengen.
Tussen de stapel die ik van de bieb heb meegenomen zwerven nu dus ook de boekjes van Bril. Nóg herkenbaarder nu we in het land zijn waar hij zo graag verbleef en menig column uit zijn pen liet vloeien. De schijnbaar simpele stukjes die het leven zo makkelijk weergeven.
Mijn leven ook.
Ieder verhaaltje samengevat in een titel bestaande uit een woord.
Niks geen lange titels voor een column. Nee, een enkel woord moet weergeven waar de column over gaat.
Met mijn ogen dicht soes ik weg in de zon.
Eenvoudig. Maar o zo moeilijk weet ik ondertussen.
Want hoe vaak kan ik mijn stukjes een titel van een enkel woord meegeven die de hele lading dekt?
Ik zucht.
Wat haal ik wel niet in mijn hoofd? Martin was een schrijver. Kreeg ook betaald voor zijn werk. Ik pruts maar wat. Af en toe krijg ik ervoor betaald, maar over het algemeen niet.
Verschil moet er zijn.
Tsja.

BrilinFrankrijk

 

Orkest

Vierentwintig graden. De thermometer die naast de voordeur in de plantenbak staat wijst met een rood streepje de grens van vierentwintig graden aan. En dan moet de klok nog negen uur in de ochtend slaan en hangt hij niet eens in de zon.
Het is een vakantie van uitersten.
Vorige week stookten we een houtkachel in de keuken en de open haard in de huiskamer hoog op om het maar een beetje behaaglijk te krijgen. De afgelopen dagen houden we de (buiten)deuren angstvallig gesloten, zodat er in het huis een constante verkoeling te vinden is.
Na het ontbijt laat ik me loom in een ligstoel midden in de tuin vallen.
Nadat we gewend zijn geraakt aan een leven zonder televisie (erg makkelijk), geen internet in het huis (vind ik persoonlijk toch iets lastiger) zwijgt de laatste dagen ook de radio in alle talen. Zelfs in de auto blijft het stil en stiekem bevalt dat best goed.
Ik sluit mijn ogen en geniet van de rust om me heen.
Hoewel… de krekels zijn al behoorlijk druk zo op de vroege morgen. De temperatuur maakt dat ze door het klapperen van hun vleugels meer en meer geluid produceren. Hoe hoger de temperatuur, des te meer geluid. Hoe meer ik er naar luister, hoe harder het klinkt.
Om me heen zoemen insecten. Het is een wonder dat ze me niet als landingsbaan gebruiken, ik zou gek worden. Dan hoor ik plotseling dat er naast het pad van het huis een beekje moet stromen. Water klatert als een zacht strijkorkest op de achtergrond. De wind slaat de maat doormiddel van een zacht briesje.
Helemaal niet gek.
Een merel begint vanuit de struiken mee te zingen. Net als een paar andere vogels, waarvan ik de naam niet ken. Vanuit het dorp blaft een hond en soms gromt één van onze teckels een zacht antwoord. Pas op! Hier zijn wij de baas.
De kerkklok beiert. Het is negen uur.
In de verte zoekt een Boeing zijn weg door de lucht. Misschien naar Parijs, misschien een bestemming ver weg. Wie zal het zeggen.
Af en toe zwijgt de wind om de boeren in het dal de gelegenheid te geven hun aanwezigheid te melden. Tractor, maaier, het ritme wordt door de rest van het orkest in goede banen geleid.
Soms slaapverwekkend, soms indringend aanwezig.
Plotseling opent mijn lief de keukendeur en stapt naar buiten. Kop koffie in de hand, boek onder zijn arm.
Hij ploft in de stoel naast mij en sluit zijn ogen een moment.
‘Wat een rust,’ mompelt hij.
Ik grinnik.
‘Goed luisteren,’ antwoord ik. ‘Gewoon goed luisteren.’

IMG_0275

Leven in Frankrijk

In de mand naast het dressoir liggen ze netjes opgestapeld. Tijdschriften, puzzelboekjes en wandelkaarten. De laatste van de omgeving, de anderen uit een ver, ver verleden.
Jaargang 2002 – 2003.
Dat staat gedrukt op de magazines van ‘Leven in Frankrijk’.
De bladen zien eruit alsof ze gisteren nog vers van de pers zijn gerold. Klaar om zich te verspreiden over het land, tussen de abonnees.
Mijn handen strelen de kaften, glad en glanzend.
Wat zou er veranderd zijn van wat er in het tijdschrift staat in de afgelopen twaalf-dertien jaar? Zouden de reportages op dit moment nog kloppen? Al die mensen die hun droom achterna gegaan zijn, zich hebben gevestigd in La douce France, zouden ze er nog steeds zitten? Al dan niet met elkaar.
Ik pak het zomernummer en blader er doorheen.
Jaargang 2003.
Op pagina 33 de column van Hendrickje Spoor; Stoelendans.
Volgens mij schrijft ze nog steeds voor het blad, dat sinds enige jaren de krachten heeft gebundeld met het andere magazine over Frankrijk: En France. Thuis nog maar eens even checken.
De advertentie voor een nieuw tijdschrift dat vanaf juni in de schappen gaat liggen doet me grinniken. Ik denk aan de stapel die al jaren thuis op zolder ligt: Joie de Vivre.
Het blad is een succes geworden, zover is duidelijk!
Verderop in het blad lees ik het verhaal van Marcel en Willem. Twee mannen die na (zoals ze dat zelf zeggen) een ‘zware dip’ het roer definitief omgooiden en hun banen in respectievelijk de IT-wereld en kippen-business opzegden om hun droom achterna te gaan: een landhuis in de Dordogne waar ze gasten zouden gaan ontvangen. Het project dat toen nog op stapel stond (de voormalige bakkerij op hun terrein verbouwen zodat de ouders van Marcel zich hier ook definitief zouden komen vestigen) zou nu al jaren geklaard moeten zijn. Ik ben echt reuze benieuwd of dát gelukt is!
De jonge kop van Philip Freriks grijnst me naast zijn verhaaltje tegemoet.
Tijd verstrijkt.
De recepten die her en der verspreid staan door het tijdschrift echter niet.
Nog steeds eten wij pizza van zoet gestoofde uien met geitenkaas, ansjovis en olijven (of – nog beter – vijgen!). Het servies, aangeprezen in de verschillende advertenties, is minstens zo tijdloos als de maaltijden die erop geserveerd zullen worden.
Bij de boekenpagina glimlach ik over de lofzang van de nieuwste boeken over Frankrijk, door mij in een ver verleden allang gelezen.
Ja, het leven in Frankrijk verloopt traag.
Ik laat me deze vakantieweken meedrijven in deze traagheid.
Bien sûr!

leveninfrankrijk