Maandelijks archief: september 2015

Ouderwets

Ergens in de afgelopen jaren moet ik iets gemist hebben. Móet ik iets over het hoofd gezien hebben wat anderen feilloos opgepikt hebben en ermee aan de slag zijn gegaan. Het begon me denk ik ruim een jaar geleden pas écht op te vallen en op dit moment is het niet meer te missen. En al die tijd heb ik er niets mee gedaan.
Zo’n anderhalf jaar geleden werd me door een groot trainingsbureau in onze stad gevraagd of ik de tekst van hun nieuwe informatiedocumentatie wilde nalezen, redigeren en eventuele verbeteringen wilde doorgeven. Ergens halverwege de tekst raakte ik het spoor bijster. De een na de andere Engelse term vloog voorbij. Voorzichtig vroeg ik voor wie de documentatiemap bedoeld was. Buitenlanders die nog niet helemaal bekend waren met de Nederlandse taal, of…? De map bleek bedoeld voor gewone Nederlanders, zoals jij en ik.
Driftig verbeterde ik woorden als ‘personal touch’ in ‘persoonlijk tintje’, ‘basics’ in ‘grondbeginselen’, ‘feeling hebben voor’ in ‘gevoel hebben voor’ en ‘out of the box denken’ in ‘buiten de geijkte kaders denken’. Het werd een behoorlijke klus, waarbij ik op een gegeven moment maar in de kantlijn heb geschreven: ‘Weten jullie écht geen Nederlandse bewoordingen te vinden die duidelijk maken wat jullie bedoelen? Nederlands heeft minstens zoveel kracht als Engels..’
Vanaf dat moment viel het me meer en meer op dat Nederlanders de Engelse taal steeds meer lijken te omarmen. Integreren in onze taal. En steeds meer wordt het voor mij een sport om juist bij die woorden – hardop of in mijn hoofd – goede Nederlandse vervangers te vinden.
De laatste tijd wordt het echter een onmogelijke taak. Ik lees overal volledig Engelse teksten. Geen woordjes meer, nee, alles wordt in het Engels geschreven. Alsof het dan beter herkenbaar is voor iedereen. En ik snap er niets van.
Wat is er nu mis met onze eigen taal?
Ergens in de afgelopen jaren moet ik iets gemist hebben. Geen idee wát. Maar misschien is het de leeftijd en word ik langzaamaan hopeloos ouderwets.
Ik ben bang dat het te laat is om het tij te keren.
Point of no return.
*zucht*

school

Advertenties

Uniek mens

Vanmorgen werd ik wakker met hoofdpijn. Met mijn ogen gesloten bleef ik even liggen. Pfftt, zou het vanzelf wegtrekken of zou ik iets moeten slikken? Misschien nu direct en dan nog even omdraaien. Ik hoef tenslotte niet te werken vandaag, dus het kan best…
De onrust in mijn lijf maakte dat ik toch maar opstond. Oké, toegegeven, de blaffende hondjes beneden gaven me ook niet echt de rust die nodig was om nog even te blijven sluimeren, maar de onrust was sterker dan de protesterende blafserenade van beneden.
Ik sleepte me naar de badkamer en bekeek mezelf eens goed aan in de spiegel. Donkere kringen onder rooddoorlopen ogen gaven me ook niet direct het ‘jippie-gevoel’. Een klein kwartiertje (en wat make-up) later ging het wel weer. De krullen in mijn haren had ik samengebonden in een elastiek en eigenlijk zag het er best wel weer oké uit.
Beneden drentelde ik wat heen en weer. Zou ik wel of niet de kachel aandoen? Het regende buiten en ik moest eigenlijk wat aanmaakhoutjes uit het houthok halen. Toch maar even een jas aanschieten en de mand met hout vullen. Een kille kamer is tenslotte ook niet alles.
Met de woorden van mijn lief in mijn achterhoofd (‘Doe nu eens een keertje lekker rustig op je vrije maandag! Je hoeft niet persé alles schoon te maken.’), pakte ik een emmer en liet hem vol sop lopen. Ik spoot de kranen in de badkamer met een antikalk-goedje en liet het even inwerken. Ondertussen gooide ik wc-reiniger in de toiletpotten en pakte vast nieuwe wc-rollen. Een klein uurtje later waren wc’s en badkamers weer blinkend schoon.
Al die tijd negeerde ik voor het gemak maar dat ene stemmetje in mijn binnenste dat fluisterde: waar loop je voor weg? Wat wil je niet onder ogen zien?
Tijd voor koffie.
Of..?
Nee, eerst maar even boodschappen doen. Hoewel… afgelopen zaterdag hadden we eigenlijk al alles voor de komende week in huis gehaald. Maar er zou toch nog wel íets zijn wat ik kon halen? Even naar buiten. Even ademhalen.
En toen viel het kwartje.
Ik wilde helemaal niet nadenken. Vandaag niet in ieder geval.
Oudste heeft vandaag een sollicitatiegesprek en ik zou zo graag willen dat het goed gaat. Dat hij morgen mag beginnen. Ik zou de gesprekspartners willen toeroepen wat een heerlijke man mijn zoon is. Wat een harde werker ze aan hem zouden hebben. Toegewijd, loyaal, intelligent en slim. Academisch geschoold, voor wat het waard is tegenwoordig. Oké, misschien niet zo sociaal in de zin van meelevend, meevoelend maar wel sociaal in de zin van: er voor iemand zijn! Zijn onhandigheid in de sociale contacten maakt hij ruimschoots goed door andere eigenschappen.
Ik ben bang dat mensen hem gebruiken, dat ze zien dat hij kwetsbaarder is dan anderen.  Een gevoel dat ik meer bij hem heb dan bij middelste en jongste. Zij redden het wel. Is het niet met de ene baan, dan is het wel met de andere. Bovendien komen zij wel voor zichzelf op!
Oudste is een ander verhaal.
Oudste is een kind mét een verhaal.
Hij vertrouwt iedereen. Wil anderen helpen, zelfs als het ten koste van hemzelf zou gaan.
Lief, maar op het naïeve af…
Niets komt hem als vanzelf aanwaaien. Bij alles moet hij nét iets meer doen dan een ander en vanzelfsprekendheid komt niet in zijn woordenboek voor. Dat maakt hem anders. Dat maakt hem uniek. Maar dat maakt ook dat ik me net iets meer zorgen maak dan bij de andere twee.
Acceptatie. Ik ben al heel ver met hem gekomen. Maar soms, met dit soort dagen bijvoorbeeld, neemt de onzekerheid toch stiekem even de overhand.
Mijn oudste met zijn extra rugzak.
Een prachtige jongeman. Ik hoop maar dat anderen dit ook zien!

moederhand

Hardop dromen

Het was weer eens tijd om een kast op te ruimen. Of eigenlijk een lade.
Het was ook meer noodzaak dan dat ik er nu zo’n zin in had, maar ja, als de lade niet meer dicht kan nadat ik hem opengetrokken heb, dan wordt het tijd. Dan kan ik eigenlijk niet anders meer.
Goed.
Ik ging dus een la opruimen.
Eerst haalde ik alles uit de la. Wat ik écht wilde bewaren legde ik op de keukentafel, wat weg mocht ging direct de prullenbak in en alle losse spullen liet ik nog maar even op een hoopje liggen. Dobbelstenen, reserveknopen van jasjes, blouses en polo’s, have tubes lijm, losse punaises, pennen, gordijnhaakjes (waarvoor heb ik die eigenlijk nodig??), rolletjes plakband, een lolly (geen idee hoe die in de la komt!) en een verloren gewaande oorbel.
Helemaal onderin de la lagen twee plakboeken.
Op de eerste had ik 2007 geschreven, de tweede werd versierd met de jaartallen 2010/2011.
En ineens schoot het me weer te binnen.
Voor de tijd van Pinterest, voordat ik digitaal allerlei moodboards bijhield plakte ik plakboeken vol met ideeën en wensen.
Het boek 2010/2011 was ik gaan maken vanwege onze verhuizing. Plaatjes van keukens, badkamers, woonkamers, meubels, van alles had ik erin geplakt. Grappig om te zien hoe sommige dingen ook werkelijkheid zijn geworden. Het knipsel van de woonkeuken leek niet erg reëel in ons jaren twintig huis. De keuken was eerder een smalle pijpenla waar je achter elkaar door moest schuiven als je van gang naar achterdeur wilde. Mijn lief liet zich echter niet uit het veld slaan! Als ik een woonkeuken wilde, dan zou hij ervoor zorgen dat ik een woonkeuken zou krijgen. Overbodig om te zeggen dat deze keuken – bijna vijf jaar later – nog steeds mijn lievelingsplek is in ons huis!
Ook de lambrisering kwam me verdacht bekend voor in mijn plakboek. Net als de houtkachel en de kleuren van de inrichting!
Zo hadden we de verhuizing dus ingericht…
Het boek uit 2007 was weer even nieuw voor me.
Ik bladerde er eens doorheen, stuitte op een plaatje van een keukenkraan. Mijn ogen gleden naar onze huidige kraan. Toeval… Ik sloeg de bladzijde om en keek grijnzend naar openslaande deuren. Oké, die hebben we ook, maar ook dat kan iets zijn van: graag willen hebben en gewoon goed onthouden.
De bladzijde erna was pas écht bijzonder! Op dezelfde pagina sprongen twee eekhoorns achter elkaar aan in een boom terwijl een teckel vanaf een ander plaatje toekeek. Met een krullend handschrift had ik erbij geschreven: ‘Als we dan toch teckels in de tuin hebben rondrennen, dan kunnen er ook nog wel een paar eekhoorns bij! Landelijkheid ten top!’ 
In 2007 woonden we midden in een woonwijk. In geen velden of wegen een eekhoorn te bekennen. Maar sinds de verhuizing  vijf jaar geleden zijn we inderdaad de ‘eigenaars’ van twee eekhoorns. Ze rennen achter elkaar in door de bomen, peuzelen van de noten die ik iedere keer weer in het voederhuisje leg wat mijn vader speciaal voor die twee gemaakt heeft en soms krijgen ze onze twee teckels zo gek dat ze achter hen aan rennen…
Zou het dan toch waar zijn dat hardop dromen zo gek nog niet is?

be careful

Hobbelen

Iedere week zitten we er weer klaar voor! Genieten van de eerste tot de laatste minuut. ‘Ik Vertrek…’
En net als alle medekijkers zitten we op de juiste momenten te gruwelen van alle onkunde in het verbouwen, opknappen, de vergeten (of foutieve) aanvragen voor bouw-, horeca- en uitbaat-vergunningen. Regelmatig krijgen we de slappe lach als de mensen zelfs met handen en voeten de burgemeester nog niet duidelijk weten te maken wat ze nu precies bedoelen en dan boos worden over het gebrek aan de Nederlandse taal van hun nieuwe landgenoten.
Soms ook kijken we met bewondering over de vorderingen die gemaakt worden en de manier waarop het nieuwe leven wordt ingericht. Kinderen gesetteld, volledig opgenomen in een nieuwe vriendengroep en vloeiend tweetalig na een krap jaar. De zaken lopen goed, camping of Bed & Breakfast zitten volgeboekt tot eind van het jaar, iedereen gelukkig!
Op die momenten kriebelt er iets bij mij.
Ik wil ook.
De romantiek van opnieuw beginnen in een ander land laat alle schaduwkanten verdwijnen in het niet. Hardop dromend zien we onszelf al in zuid-Frankrijk zitten. Italië misschien. Of Oostenrijk, Zwitserland, Scandinavië…. Dat is vaak het moment dat ik me afvraag: waar ben ik mee bezig? Dromen over dromen? Je moet wel een doel hebben, Joolzz! Iets wat je hier uitdenkt en daar in daden omzet.
Gisteravond heb ik met open mond naar de aflevering van de familie Hobbelen zitten kijken. Hun hele huisraad namen ze mee volgens eigen zeggen, op de meubels en de bedden na… Hangbuikzwijn Kliko stal de show. Hij sliep in het oude huis in de kast onder de trap en in hun nieuwe onderkomen moest en zou er voor haar een plaatsje zijn.
Af en toe liep er een rilling over mijn rug. Wat een bende! Wat een troep! Wat een… armoede. De provisorisch aangelegde toilet rook ik op mijn eigen bank (en dan durfde ik niet eens te denken aan de toiletdienst om emmers poep en pies te legen…). De bananendozen die netjes naast elkaar werden gezet om een bed te vormen – waar hangbuikzwijn Kliko ook wel gebruik van wilden maken, maar wat gelukkig niet door ging – maakte dat ik mijn rug direct voelde steken. Een douche of badkamer heb ik niet voorbij zien komen, maar wel veel, heel veel dieren! Kippen, konijnen, poezen, schapen, lammetjes, honden én Kliko natuurlijk! Allemaal in en rondom het huis.
Na lang snoeien en kappen werd de waterput gevonden waaruit de familie moest drinken, koken, wassen en schoonmaken. De eerste slok uit de eerst omhoog gehaalde emmer deed mij heel hard ‘Nee!’ roepen. ‘Morgen zijn ze allemaal ziek…’ zei ik somber tegen mijn lief. ‘Wie heeft dit water nu gecheckt? God mag weten wat er allemaal in zit!’
Blijkbaar had ik het mis, want tien seconden later liep de familie een paar dagen later vrolijk en monter door de wildernis-tuin te banjeren.
De bedachte plannen voor inkomsten door middel van een Bed & Breakfast had de familie volgens mij al snel aan de wilgen gehangen, want daar zag je al snel niets van terug.
Nee, luxe en alles pico bello voor elkaar, dat kan je met droge ogen niet beweren over deze familie!
En toch… en toch… ik zag wel twee heel tevreden mensen. Blij met hun leven. Blij met de manier waarop ze nu rondom hun huis (en met elkaar) samen waren. Zonder rijkdom. Zonder gasten. Zonder kinderen.
Hun droom achterna.
Gewoon vertrokken.
Zij wel!

weg