Maandelijks archief: december 2015

Wensenpotje

Er was een tijd dat ik er een beetje lacherig over deed. Dat ik het misschien zelfs wel wat te ver gezocht vond en me bovendien ook een beetje afzette tegen de hype van dát moment: The Secret.
Goed, ik was het ermee eens dat je pas iets kon veranderen als je het écht zelf wilde, maar om nu te denken dat je een wens de lucht ingooit en dat het dan ook uitkomt…? Dat vond (en vind!) ik toch moeilijk te geloven. Ik bedoel, een ander komt niet naar je toe met een vraag of een voorstel dat overeenkomt met misschien wel je diepste wens. Zo van: ‘Hé, ik bedacht me ineens, als ik jou nu eens dit huis cadeau doe met al je wensen en dromen erin verweven. Zou dat geen goed idee zijn?’ of ‘Kijk, ik heb hier jouw droombaan voor me liggen. Ik heb hem speciaal voor jou bewaard! Doen?’
Ik denk zelfs dat ik het niet eens zou doen! Gewoon, omdat ik het niet zou vertrouwen. Welke gek zou mij een huis geven of een wereldbaan aanbieden, terwijl er honderdduizend anderen zijn die precies diezelfde baan willen hebben en er misschien wel veel beter in zijn ook?
Nee, zo werkt het niet. Dat weet ik zeker.
Maar hoe komt het dan toch dat ik toch al echt meerdere malen heb meegemaakt dat het maken van een wensenpotje (of een Bucketlist zoals ze het ook wel noemen) stiekem zoveel vruchten afwerpt?
Het moet bijna wel iets te maken hebben met inwendig programmeren of zoiets. Iets psychologisch dus…
Vandaag keek ik eens naar mijn Bucketlist 2015 op Pinterest en schrok bijna van alle wensen die ik vorig jaar had toegevoegd en die afgelopen jaar waren uitgekomen. Op een paar na. En zelfs daar zit schot in…
Een klein overzicht…

* Neem een abonnement op je favoriete tijdschrift     *check* (Happinez is het geworden, per april van dit jaar)
* Lees het boek: Playing Big van Tara Mohr, en doe er iets mee!     *check* (en hoe!)
* Ga dansen aan zee     *check*  (samen met mijn lief)
* Stuur veel kaartjes aan lieve mensen     *check*  (zo leuk om te doen!)
* Laat die tattoo zetten!     *check*  (in juni liet ik er een op mijn voet zetten. Hij is me zo dierbaar!)
* Accepteer je grijze haren. Ze horen bij je leeftijd!     *check*  (Mooi oud worden kan best!)
* Creëer je eigen schrijf-yoga-meditatieplek     *check*  (mijn lief richtte een mooi kamertje in deze zomer, speciaal voor mij!)
* Ga het gesprek aan op je werk om er meer uit te halen dan er nu inzit!     *check*  (nieuwe baan sinds 1 juli!)
* Maak voor 2016 een nieuwe Bucketlist     *checkerdecheck!!*

En jij? Wat doe jij om je wensen uit te laten komen voor 2016? Een Bucketlist? Een wensenpotje? Ik ben benieuwd!!

2016

Advertenties

Lichtjes

Als ik nu voor jou een lichtje ben,
en jij dit weer doorgeeft aan een ander.
En stel nu dat diegene weer een lichtje is voor iemand dierbaar voor hem,
of haar.
Zou het lichtje dan als vanzelf via iemand anders weer terugkeren bij mij?
Zodat we allemaal een lichtje naast ons hebben staan het komende jaar?

Zou de wereld er dan volgend jaar met kerst mooier uitzien?
Liefdevoller misschien?
Het is het proberen waard…
Toch?

Ik wens je heel veel lieve lichtjes toe in 2016.
Voor jou en al je geliefden.

Maak er iets moois van.
met veel liefde, wijsheid, geluk & gezondheid.
En voor nu: fijne dagen!

Liefs, Gwennie

lichtje

Iets met boontjes en loontjes…

‘Oh, die is sowieso altijd eerst ziek!’ Spottend kijk ik naar mijn collega die zojuist gevraagd heeft wat de vakantie allemaal voor ons in petto heeft. ‘Hij heeft dat met de zomervakantie én met de kerst.’
Hij is mijn lief en ervaring leert dat hij iemand is die zich voor de volle 200% geeft aan zijn werk. Soms een slordige 55 uur per week werkt en dan ziek wordt als het tijd is om te ontspannen. Met de zomervakantie of tijdens de kerst dus.
We stellen ons er zelfs een beetje op in. Gewoon iets langer van te voren vrij plannen en hij is weer opgeknapt tegen de tijd dat we echt mogen genieten.
Afgelopen vrijdag was mijn laatste werkdag voordat we een weekje vrij zouden zijn voordat de kerst gaat beginnen.
Bij het opstaan voel ik een scherpe pijn links bovenin mijn buik. Vast verkeerd gelegen, denk ik en begin aan mijn dagelijkse routine. In de loop van de dag wordt de pijn echter heftiger en als de klok half vier aanwijst, besluit ik naar huis te gaan. De pijn is ondertussen opgelopen tot ondraaglijk.
Met flink wat pijnstillers, een hete douche en een borrel ter ontspanning zoek ik die avond mijn bed al vroeg op. Een nachtje goed slapen en ik ben vast weer volledig bij de mensen! Of..?
Zaterdagochtend word ik kreunend van de pijn wakker. Dit is niet goed…
Na wat heen-en-weer-geloop en vreemde houdingen zoeken om de pijn dragelijk te houden, wil ik gaan liggen. Nu breekt de hel pas echt los. Huilend van de pijn kom ik overeind en besluit dat het zo echt niet langer kan.
Ik bel de huisartsenpost en een uur later zitten we in het ziekenhuis.
De dienstdoende arts kan er geen goed garen van spinnen. Na overleg met de spoedeisende hulp stuurt hij me echter weer naar huis. Een afspraak voor zeven uur op zak. En een injectie tegen de pijn rijker.
Om stipt zeven uur zitten we weer in de wachtkamer. De pijn is verschrikkelijk. Ook de avondarts weet zich geen raad met mijn pijn. Nu beland ik wel op de spoedeisende hulp en de molen wordt in werking gebracht. Bloed prikken, alle standaard onderzoeken komen voorbij, een röntgenfoto wordt gemaakt, verschillende artsen komen aan mijn bed voorbij en het is vooral wachten. Heel lang wachten.
Ver na middernacht ben ik er helemaal klaar mee. Ik wil naar huis. Ik ben kapot, voel me ellendig en heb het koud. Bovendien ben ik vanaf het middaguur al nuchter moeten blijven, ‘voor het geval dát’. De verpleger ziet het gebeuren en gaat er achteraan. Als de chirurg niet veel later naast mijn bed staat is de boodschap al snel om toch maar naar huis te gaan en zondagochtend vroeg terug te komen. Een groot verkeersongeluk (en de daarbij komende patiënten die binnenstromen) helpen daarbij.
Thuis kruip ik mijn bed in. Voordat ik in slaap val zie ik 01.57 uur op de klok staan.
Om 09.00 uur strompel ik de spoedeisende hulp weer in. Nog steeds verkrampt van de pijn. Nog steeds nuchter…
Het hele circus begint weer van voor af aan.
Bloedprikken, urineonderzoek, bloeddruk, zuurstof meten… Een mens kan in korte tijd maar doorgelicht worden.
Dan het grote wachten.
De verpleger van dienst geeft me een flinke pijnstiller en in het bed dommel ik weg.
Wazig onderga ik de onderzoeken van verschillende artsen. Na het middaguur staat de laatste chirurg naast mijn bed.
‘We weten het niet. Het vermoeden is dat er iets met een spier in de buik is gebeurd. Een bloeding, een scheurtje, een verkramping die maar aanhoudt, maar zeker is dat er niets met de interne organen aan de hand is. Opereren heeft dus niet zoveel zin. We sturen u nu naar huis met een flinke dosis pijnbestrijding en maagwandbeschermers. Eind van de week willen we u terugzien voor een controle, tenzij de pijn in de loop van de dagen flink erger wordt. Dan gaat u natuurlijk eerder contact met ons opnemen.’
Ik knik. Vind alles goed. Ik wil alleen maar met rust gelaten worden nu.
Halverwege de middag schuif ik op onze bank. Dekentje om me heen en een voorzichtige lichte maaltijd weer in mijn buik.
‘s-Avonds duik ik nog voor negen uur onder de wol en amper twee minuten later lig ik in coma.
Ik slaap de klok bijna volledig rond en word wakker met een zeurende pijn. Geen stekende pijn!
Voorzichtig laat ik mijn handen over mijn buik gaan. Het is gevoelig, het doet nog steeds zeer, maar… er lijkt verbetering in te zitten!
Mijn lief aait mijn rug.
‘Gaat het weer?’ vraagt hij. Ik knik. Dan komen de waterlanders.
Ja, het gaat wel weer. Maar nooit, echt nooit zal ik meer zeggen dat hij degene is die de eerste dagen van een vakantie ‘verziekt’.

ziekenhuis2 ziekenhuis1

#UDCT (Ugly Duckling Christmas Tree)

‘Koop ze maar. Allemaal! Ik vind dat wel mooi, alles in één kleur. Eén thema…’
Mijn lief staat naast me en wijst naar de kerstbal in mijn hand. Het is een glazen exemplaar. Een pimpelmeesje is er vakkundig op geschilderd. In de schaal liggen nog minstens dertig andere exemplaren. Roodborstjes, koolmeesjes, vinken, merels, mussen, alle kleine huis-tuin-en-keukenvogels zijn vertegenwoordigd.
Ze zijn schitterend. Het zijn kleine kunstwerkjes.
Ze vormen een eenheid.
Vooral mijn lief houdt daarvan.
Ik denk aan de bonte verzameling die thuis op me ligt te wachten. Mooie ballen, zware taferelen (die vooral met zorg onderin de kerstboom gehangen moeten worden, willen ze het kunnen halen tot na nieuwjaarsdag), ballen met kerstmannen, engeltjes, druppels, van alles ligt er in de doos.
Het is inderdaad een bij elkaar geraapt zooitje. Menig stylist zal z’n wenkbrauwen tot ver over de oren optrekken en vol afgrijzen zijn gezicht afwenden. Alsof het pijn doet aan de ogen.
Ik daarentegen kan bijna niet zonder het nostalgische gevoel dat ieder jaar weer door mijn handen glijdt.
Het houten huisje dat middelste persé ooit in de boom wilde hangen. Op ooghoogte. Waardoor de boom bijna scheef ging hangen en de tak waar hij zijn huisje aan opgehangen had het uiteindelijk begaf. Of de stenen kerstklok van oudste, die zelfs een klingelgeluid gaf als je er (stevig) tegenaan tikte. Loeizwaar en zo breekbaar als het maar zijn kan. Of de grote engel van van jongste, balancerend op een maan. Ook al zo zwaar, dus die werd bijna tegen de stam aangehangen.
Later kwamen er foeilelijke glittersterren en -ballen bij die in een discotheek niet zouden hebben misstaan. De Diddle die nog steeds een prominente plaats krijgt op ooghoogte. Ik kan ze gewoon niet wegdoen. Het is precies dat laatste stukje nostalgie dat voor mij zo met kerst verweven is. Alles wat me lief is even heel erg binnen handbereik.
De glazen bal met het pimpelmeesje leg ik dus voorzichtig weer terug.
‘Misschien volgend jaar,’ beloof ik mijn lief.
Hij lacht. Hij weet wel beter.
Net als ik.

Image-1

 

Moment

Een paar keer per week fiets ik er voorbij. Ik zie hem zitten. Gebogen over zijn krant, wijd geopend voor hem op de tafel. De grote lamp boven zijn hoofd beschijnt zijn kalende hoofd, een krans wit haar als een neergedaalde halo erover gedrapeerd.
In een enkele seconde ben ik zijn huis alweer voorbij. Toch blijft hij langer in mijn hoofd hangen dan die ene seconde. Hij kan er soms zo verloren uitzien. Ik vraag me iedere keer weer af waarom hij om kwart over zeven al de krant zitten te lezen. Volledig aangekleed en wel. De resten van zijn ontbijt balanceren op het randje van de tafel, koffiekop nog binnen handbereik.
In de middag – als ik terugfiets van werk naar huis – zit hij er nog steeds. De krant nog altijd geopend. Ontbijtbord verwisseld met een diepere versie. Ik vermoed voor soep of warme maaltijd. Misschien beiden, opgediend na elkaar in hetzelfde bord. Pak vla binnen handbereik.
Ik probeer weleens zijn blik te vangen, maar stug spelt hij iedere letter uit de krant.
Zwaaien heeft dus niet zoveel zin. Hoewel ik dat best zou willen doen…

Een paar keer per week zie ik haar fietsen. Heel vroeg racet ze mijn huis voorbij. Gebogen over haar stuur, koptelefoon op haar hoofd. Haar koplamp wijst haar de weg. Waarschijnlijk richting werk.
In een enkele seconde is ze mijn huis alweer voorbij. Toch heeft ze iets waardoor ze langer in mijn gedachten blijft hangen. Ze ziet er zo vastberaden uit. Alsof ze een groot doel heeft in haar leven. Waar zou ze naar toe gaan? Waar zou ze werken? Ik vraag het me regelmatig af.
Vaak zie ik haar ’s-middags weer voorbijsnellen. Waarschijnlijk onderweg naar huis. Naar man? Vriend? Kinderen..? Haar tas over haar schouder geslingerd, vaak nog iets in één van haar bagagetassen gepropt.
Ik verbeeld me soms dat ze mij ziet zitten. Dat de snelle flitsen die ik denk te zien inderdaad haar ogen zijn. Bliksemsnel naar binnen kijkend, blik weer op de weg. Ik twijfel dan of ik zal zwaaien. Ik doe het toch maar niet. Ze heeft deze oude man vast niet in de gaten.

Ach…

fiets

Winterse dromen

Op het moment dat de Goedheiligman zijn hielen licht en weer naar warmere oorden vertrekt, begint mijn hart pas echt vol verwachting te kloppen. Niet dat ik het 5 December niet waardeer, hoor, begrijp me goed. Ik ben dol op (gevuld) speculaas en als ik de verwachtingsvolle snuitjes zie van de kinderen om ons heen, smelt ik iedere keer weer een beetje. Het is meer dat ik Sinterklaas zie als het startschot van een gezellig seizoen. Zodra hij dus vertrekt komt de kerstboom naar binnen.
Lichtjes voor het raam, lichtjes in de boom, lichtjes in de tuin.
Van mij mag het vanaf vandaag dan ook over zijn met de té warme temperaturen. Twaalf graden is echt teveel voor deze maand.
Het moet koud worden. Wit worden. Winters. Met dikke pakken sneeuw.
Ik maak potjes met kerstgeur door de schillen van sinaasappel met kruidnagels, kaneelstokjes, afgevallen dennentakken van de (uiteraard echte!) kerstboom, een opengesneden vanillestokje, steranijs en wat kruiden (rozemarijn en/of tijm) te koken in water met een scheut zonnebloemolie. Buiten koud, binnen warm!
Op de bank leg ik warme dekentjes neer op de leuning en in alle donkere hoekjes van de kamer zet ik groepjes kaarsen neer.
De playlist die mijn lief eigenhandig maakte op iTunes met alle mogelijke winterliedjes in nog meer soorten en maten die je kunt verzinnen schuift weer op naar de top van mijn favorieten.
Dat er nog gewerkt moet worden in deze maand, vergeet ik voor het gemak voor vandaag maar even. Ik laaf me aan de gezelligheid en warmte die me vanuit alle tijdschriften en magazines toelacht. Hoe onwerkelijk het soms ook mag zijn.
Vandaag leef ik even mijn winterse droom.
Morgen pak ik de wereld weer op en bezie de werkelijkheid.
Nu even niet…

winterse droom