Maandelijks archief: april 2016

Nederlandse literatuur #11 en #12

Afgelopen weken las ik twee boeken van mijn literatuurlijst Nederlands.
Huh? Literatuurlijst Nederlands? Terwijl ik al 50 ben en al lang, heel lang geleden ben geslaagd voor mijn eindexamen? Nou ja, niet écht voor mijn literatuurlijst natuurlijk. Ik zou bijna zeggen: godzijdank! Er is in mijn leven maar één periode geweest waarbij ik het lezen vervloekte en dat was tijdens mijn examenjaren. Bijna, bijna was ik bang dat dit mijn hele leven zou blijven, maar gelukkig kwam de liefde voor het lezen na die moeizame jaren van verplichte kost weer terug. Toen kon ik weer lezen wat ik gewoon graag las!
Goed.
Afgelopen week las ik dus twee Nederlandse Literatuurschrijvers, met een hoofdletter L.
Eerst worstelde ik mezelf door Connie Palmen heen, met haar laatste boek: Jij zegt het. En een worsteling was het. Louter en alleen het gevoel van: ik zál je lezen, hoe dan ook!, voorkwam dat ik het boek niet de hoek insmeet. Niet dat Conny niet kan schrijven… O nee, het is literatuur van de bovenste plank! En daar zit nu juist het probleem. Ik ben blijkbaar geen lezer voor die bovenste plank. Sommige zinnen duurde een halve bladzijde lang en dan nóg wist ik niet precies wat ik gelezen had. Op zich intrigeerde het verhaal me wel. Het huwelijksleven van Sylvia Plath en Ted Hughes beschreven door de ogen van Ted, die nu gewoon al jaren dood is. Je moet het maar kunnen (en durven!) zo over een leven te schrijven, terwijl je de man van z’n lang-zal-ze-leven nooit ontmoet, laat staan gesproken hebt! Groot voordeel van dit boek is misschien wel dat ik veel nieuwe (Nederlandse) woorden heb geleerd. Groot nadeel is dat die woorden zo moeilijk zijn dat ik de helft alweer vergeten ben.
Al met al een boek waarvan ik blij was dat ik de laatste letter gelezen had en hem weg kon doen!

connie

Toen was het tijd voor Adriaan van Dis met zijn laatste boek: Ik kom terug.
Adriaan leest fijner. Makkelijker. Herkenbaarder. Hoewel dat laatste is misschien niet voor iedereen zo is.
Adriaan schrijft vanuit zijn Indische achtergrond en dat is voor mij erg herkenbaar, iets dat niet voor iedereen zal gelden dus.
Ik heb al meer van hem gelezen, met heel veel plezier, zodoende had ik wel zin in dit exemplaar.
Het hele stervensproces van zijn moeder wordt door hem op een intense, soms hilarische manier beschreven. De wens van zijn moeder om dood te gaan wordt bijna een bevel.

‘… Op een kronkelweg gaat de telefoon en ik schrik uit mijn autodromen. Mijn moeder roept me naar het heden: ‘Indië houdt me zo wakker.’ En of ik de volgende keer bonbons mee wil nemen. Ik zet de auto aan de kant en neem haar bestelling op: pistachetruffels, kaasvlinders, amandelkrullen, die lekkere van Huize van Laack – de hofleverancier.
Ja, majesteit.
‘En pillen? Denk je nog aan de pillen. Of zullen we naar Zwitserland gaan?’
Hè, ja, gezellig sterven in een hotelbed met een zak over je kop.
Twee reeën steken de weg over – hun oortjes trillend, gespitst op onraad.
Horen ze haar stem? Haar dwingende stem: ‘Doe iets, doe iets.’
Ik geef geen antwoord. Ze smijt de hoorn erop.
Ik zal haar verlossen. Verlossen van verhalen, en als ik flink ben zal ik haar verlossen van het leven en haar hand vasthouden.’

Adriaan van Dis schrijft zoals hij spreekt. Het was net of ik zijn stem in mijn hoofd hoorde terwijl ik opgekruld in een hoekje van de bank soms zat ze gniffelen om wat zijn moeder hem allemaal opdroeg, om vervolgens ontroerd te raken als ik de gekwetste jongen in het boek tegenkwam.
Een erg mooi en aangrijpend boek!

adriaan2

 

Advertenties

Onrustig hart

Geboren en getogen op nog geen 15 kilometer van de zee vandaan, is er altijd een soort van hunkering naar de kust gebleven. Niet om op het zand te liggen en vervolgens links-rechts-andersom te bakken in de zon, nee, gewoon om lekker te lopen. Te rennen langs de vloedlijn, te banjeren door het zand. Op blote voeten, kop in de wind, zand in het haar en zout op de lippen.
Heerlijk vond ik het als mijn vader ‘s-avonds na het eten voorstelde om nog even naar het strand te gaan om uit te waaien en (als we geluk hadden) een ijsje te likken. Het liefst was ik iedere dag gegaan!
Nu ik alweer zo’n dertig jaar in Brabant woon is dat stukje verlangen nog steeds niet verdwenen.
Sterker, het komt bovendrijven op de gekste tijden. Maandenlang gaat het goed, denk ik er niet aan. Om dan ineens – vanuit het niets – er door overspoeld te worden. Het grijpt me naar de keel, beneemt me de adem en eigenlijk is er dan geen houden meer aan.
Ik word ongedurig, rusteloos, chagrijnig soms.
Mijn lief weet ondertussen dat het het slimst is om zo snel mogelijk gehoor te geven aan die roep naar de zee. Al is het maar voor een dagje. Een paar uurtje desnoods!
Na zo’n uitje is mijn hart weer uitgewaaid, mijn lijf weer tot rust gekomen.
Voor even dan.
Afgelopen week waren we een volle week aan zee. Lief mee, kinderen mee, honden mee en ik was het gelukkigste mens van de wereld!
Eten, lopen, staren, dromen, rennen, dwalen, vieren, dansen. Aan zee…
Tot mijn hart me weer naar de Brabantse bossen lokt (of de Oostenrijkse bergen, de Franse heuvels of (zoals dit weekend) naar het Twentse land).
Geen idee waar mijn hart was toen ik ooit die beroepskeuze moest maken, want veel verder van de natuur af had ik niet kunnen kiezen! Een steriel laboratorium tussen allerlei apparatuur in.
Hoe dom kon ik zijn!?
Nee, als ik nu opnieuw mocht kiezen hield ik beter rekening met dat onrustige hart van mij. Kloppend van verlangen om te ontdekken, op pad te gaan. Dichtij, ver weg, het maakt me niet uit, als het maar onderweg is en als er maar een klein plekje is waar ik naar terug kan keren om uit te rusten. Een thuis, míjn thuis.
Reisjournalist, fotograaf, boswachter… wat zou ik nog meer kunnen worden, later als ik groot ben?

- eigen fotobibliotheek -

                                                                                                                                                       

Vakantie Zeeland 2016 (19 van 19)

50, so what? #10 van de 52 boeken, samengesteld door Linda de Mol

Geen betere week om dit boek te lezen dan de week waarin de grote vijf-nul, oftewel het onomkeerbare middelpunt van mijn leven, het Sarah-gevoel of – zoals één van de kinderen het gekscherend noemde – de beginnende oma-leeftijd in zicht kwam. (Ik heb voor de veiligheid nog maar even niet geïnformeerd of ik ergens rekening mee moet gaan houden, maar dat terzijde…)
Vijftig. Als in… 50!
Ik vind het wel gaaf eigenlijk. Niemand kan mij nu serieus nog wijs proberen te maken dat ik het allemaal écht nog niet weet, of  dat ik me moet gedragen op die ene manier omdat het nu eenmaal zo hoort. Nee, ik ben 50 en ik heb de wijsheid in pacht! Ik heb gezocht en ik heb de mosterd gevonden. Ik weet hoe dingen werken (en vooral ook: hoe niet!). Ik hoef me de les niet meer te laten lezen door een snotneus die denkt te weten hoe ik mijn leven moet leven. Ik ben ik en dat is heerlijk!
Dit soort ‘wijsheden’ kwam ik ook allemaal tegen in het boekje dat ik vanwege mijn lijst gepland had te lezen in deze speciale week. Een aantal verhalen sprongen eruit.

Zo heeft Kluun echt een kijk op 50 worden die me erg nauw aan het hart ligt.
‘…Van mijn dochters heb ik geleerd dat je als man, zeker als oudere man, nooit – ik herhaal: nooit – je broek moet ophijsen in gezelschap. Wil je een man op leeftijd herkennen, hoef je alleen dáárop te letten. Een twintiger of dertiger zal nooit zijn broek ophalen.’
Meiden, need i say more? 😉

Ook Cécile Narinx heeft een leuke opsomming schrikbeelden en icoonvoorbeelden voor vrouwen rondom hun 50e leeftijd.
Wat wel en wat vooral níet te doen als je de 50-grens gepasseerd bent.
Hilarisch! Ik moest stiekem toch iedere keer weer terugdenken aan het laatste seizoen van De Mol, waarin de legging een veelbesproken onderwerp was.
Grote *tip* van Cécile: kies een look naar een voorbeeldvrouw van je. Neem bijv. Robin Wright en vraag je bij alles wat je koopt af: zou zij dit nu ook kopen? Eigenlijk is de *tip* gewoon: kies een style en hou je daaraan! Sportief, casual, klassiek… ik noem maar iets. Dank voor het advies Cécile. Als jij mij nu Tide portemonnee toestuurt, zorg ik voor de rest!

Sylvia Witteman sloot de rij korte verhalen met een (voor haar zo kenmerkend) humoristisch stukje!
‘Nou ja, 50, 50… Dat is óók maar een getal hè? Ik vind het op z’n zachtst gezegd een beetje raar om daar van alles aan op te hangen. Opvliegers, overgewicht, spataderen, vermoeidheid, huilbuien, incontinentie, vaginale droogte… Je krijgt het allemaal maar naar je hoofd geslingerd opeens. …’

Ik sluit me er bij aan.
Het is maar een getal, hè. En ik voeg er voor het gemak nog maar even aan toe: je bent zo oud als je je voelt. (in mijn geval dus al jááááren 35! 🙂 )
50? So what!

50jaar

Tweede helft

Nog drie dagen en dan stap ik naar de andere helft van mijn leven.
Ja, ik ben van plan om honderd te worden en dus heb ik nog zeeën van tijd om te genieten van het leven, leuke dingen te ondernemen en de wereld te zien.
Het voordeel van nu is, dat ik – in tegenstelling tot vijftig jaar geleden, toen ik niet eens het flauwste benul had dat ik überhaupt bestond – bewust leef.
Ik hoef niet meer urenlang te slapen om te groeien, niet meer jarenlang naar school om te leren lezen en schrijven, of dagenlang te oefenen om mijn evenwicht te behouden zodat ik op twee wielen kan fietsen. Ik heb mijn rijbewijs al en rij kris-kras door Nederland om de leukste plekjes te ontdekken.
Mijn studie ligt al jaren achter me en ik heb mijn weg in het werkzame leven gevonden.
Het dak boven mijn hoofd staat op een huis waar ik nog steeds verliefd op ben.
Ik weet zo ondertussen wel wat ik leuk vindt en waar ik van gruwel. Ik ken mijn onhebbelijkheden, weet waar ik goed in ben en waar ik van genieten kan. De liefde van mijn leven heb ik gevonden en zwanger worden en kinderen krijgen is voor de volgende generatie weggelegd.
Dat geeft me al snel een voorsprong van zo’n pakweg 25 jaar.
Tjee, nog zo’n 75 jaar te gaan.
Wat een heerlijkheid… 🙂

50

Brooklyn van Colm Tóibín #9 van de 52 boeken

Twee weken geleden gingen mijn lief, oudste en ik naar de nieuwste boekwinkel die onze stad rijk is en die wij ook bij DWDD hadden gezien: het Grand Theatre. Altijd gevaarlijk zo’n bezoek voor mij, want een boekwinkel ingaan is één ding, maar een boekwinkel uitlopen zonder boek is voor mij bijna net zo onmogelijk als een zak drop kopen en die vervolgens dicht laten. Of een kinderboerderij bezoeken zonder een enkel  beest te aaien. Of… nou ja, het is duidelijk, ik kan niet een boekenwinkel in zonder dat ik met een nieuw exemplaar naar buiten kom. Het is een soort van verslaving. Iets dat niet te behandelen is, wat ik ook eigenlijk helemaal niet behandeld wil hebben…
Oudste heeft hetzelfde ‘probleem’, dus ik was in goed gezelschap.
Al snel had hij een boek te pakken en na even rondsnuffelen had ook ik een exemplaar gevonden. Eentje die op mijn boekenlijst staat, dus het schuldgevoel maakte al snel plaats voor een triomf. Het boek diende een goed doel.
Nu ben ik wel bekend met de Dwarsligger, maar een Colibri had ik nog nooit in handen gehad. Een beetje sceptisch (kunnen mijn ogen dit formaat nog wel aan?) legde ik het op de toonbank neer en rekende af.
Eenmaal thuis las ik eerst twee andere boeken uit en toen kon ik beginnen aan mijn Colibri: Brooklyn van Colm Tóibín.
Al na vijf bladzijden wist ik: dit is een goede keuze geweest! Eerder had ik al van Nora genoten, geschreven door dezelfde schrijver. In Brooklyn raakt hij dezelfde sfeer. Zijn ingetogen manier van schrijven over dagelijkse dingen maakt dat je bijna het gevoel hebt dat je als een vlieg op de muur meekijkt in het leven van de personages. Niets is overdreven, niets maakt dat je denkt: zij wel! Het meest bijzondere is misschien wel dat het leven en de gedachtenwereld van Eilis zo mooi beschreven is, dat het bijna vreemd is dat de schrijver een man is. Ik ben echt heel benieuwd hoe het komt dat hij zo goed in de huid van een vrouw kan kruipen om haar zo naturel mogelijk neer te zetten. De man moet beslist veel zussen hebben of in ieder geval bijzonder op vrouwen gesteld zijn!

Waar gaat het boek over?

De Ierse Eilis woont samen met haar moeder en zus in een klein dorp. De vader van Eilis en Rose is overleden en door de crisis heeft Eilis geen werk. Nadat een geëmigreerd priester zich het lot van Eilis aantrekt en haar een baan bezorgd in Brooklyn emigreert Eilis naar Amerika. Na een moeizame heimwee-periode leert ze Toni kennen tijdens een dansavond. Hij weet haar hart voor zich te winnen. Nadat haar zus overlijdt besluit Eilis terug te keren naar Ierland om haar moeder te ondersteunen. Ze belooft Toni dat het tijdelijk is, maar eenmaal terug in Ierland komt ze Jim tegen. Welke liefde is sterker? Die van Toni of Jim?
Mooi, mooi, mooi!

Wat betreft de Colibri, dat is echt een topper! Een ingebonden boekje, klein formaat voor in een handtas, mét leeslint en hard kaft voor € 12,50. Top! Ik heb er een nieuwe liefde bij in ieder geval! 😉

Brooklyn