Maandelijks archief: mei 2016

Held(in)

Vanmorgen zat ik een stukje te lezen over hoe je van je passie je werk kunt maken. Ik heb er al genoeg over gelezen en dit soort dingen blijken soms toch moeilijker in praktijk te brengen dan de schrijver beweert.
Goed.
Omdat ik toch altijd weer benieuwd ben wat de schrijver te melden te heeft, las ik door.
Aan de hand van een stappenplan zou ik toch eerst eens moeten ontdekken wát nu precies mijn passie zou zijn. En nee, het was niet de bedoeling om direct naar een droombaan over te schakelen, want dat is de grootste hindernis die mensen kunnen hebben.
Oké, het klonk niet echt onlogisch, dus ik zette mijn droombaan in de vriezer en ging er eens goed voor zitten.
Vraag 1 was helder.
Wie is jouw held/heldin? Beroemdheid en/of iemand uit je omgeving.
Hmm, wat een rotvraag. Ik heb het niet zo op helden of heldinnen. Dat is altijd zo… verheven. Groots. Ik heb ook nooit een idool gehad. Nooit van die posters op mijn kamer waar ik voor het slapen gaan nog even een kus op drukte in de veronderstelling dat degene op die poster zou weten dat ik dat deed en daar veel plezier aan beleefde.
Ik besloot me om het anders aan te pakken.
Van wie heb ik vroeger op school weleens een werkstuk gemaakt dan? Of wie vond ik sterk en krachtig?
Plotseling schoot me te binnen dat ik ooit een werkstuk heb gemaakt over Marie Curie. Het zal in de zesde klas geweest zijn. Ik herinner me dat ik behoorlijk geobsedeerd was door haar leven. Het feit dat ze als eerste vrouwelijke natuurkundige haar proefschrift aan de Parijse Sorbonne verdedigde vond ik geweldig. Eerste vrouwelijke natuurkundige. Aan de Sorbonne. Hoe gaaf is dat?
Ik denk dat er op dat moment wel iets in mij aangeraakt is wat maakte dat ik wilde ontdekken. Pionieren. Ergens als vrouw de eerste in wilde zijn.
Ach, ik zie nu dat het mooie meisjesdromen waren, maar het komt misschien wel het dichtst bij de vraag wie mijn held(in) was. Vroeger.
Als ik meer naar het nu kijk, dan is misschien mijn oma wel mijn grootste voorbeeld.
Heel lang is ze zelfstandig gebleven. Op oudere leeftijd heeft ze nog verre reizen gemaakt, was ze geïnteresseerd in alles en iedereen om haar heen. Ik herinner me mijn verbazing toen ze op haar 90e doodleuk meldde dat ze ‘gewoon’ een gsm had. En ik geloof zelfs dat áls ze een computer had gehad, ze actief op Facebook had gezeten. Lekker volgens haar eigen weg. Midden in het leven, lak aan het getal van leeftijd. Zo wil ik ook worden.
Marie Curie en mijn omaatje.
Twee heldinnen voor mij.
De eerste zal ik niet snel evenaren, maar de tweede…? Ik teken ervoor!

heldin

 

Advertenties

Kriebels

Ergens rond deze tijd in mijn eerste huwelijk ging het mis. Niet van de één op de andere dag, het sloop er geleidelijk in. We hadden het niet slecht, maar ergens kwam er wel een moment waarop ik me afvroeg: waar zijn wij nu eigenlijk gebleven? En ook dát moment was er al vaker geweest. Jarenlang eigenlijk.
Ik miste een kriebeltje. En voelde me schuldig.
Want een huwelijk is meer, veel meer dan alleen maar een kriebeltje. Het omvat iets dieper, in ons geval ook kinderen.
En toch… ik miste dat kriebeltje.
Na het afscheid en de komst van mijn liefste zat mijn lijf vol kriebeltjes. Téveel kriebeltje bijna!
Alleen al de gedachte dat ik hem zou kunnen verliezen bracht me tot aan de rand van blinde paniek. Huilend lag ik dan in bed naast hem, in gevecht met een leger van kriebeltjes, vol verlangen om mezelf niet helemaal te verliezen in een kolk van liefde.
Het maakte me onzeker, het maakte me sterk.
We trouwden en tijdens de huwelijksceremonie rolden de tranen over mijn wangen. Tranen van geluk, tranen van liefde. Ik depte de natte wangen van mijn lief droog en wist: die kriebels zijn er bij ons allebei.
We dansten aan zee en beloofde elkaar ons leven toe.
Gisteren dansten we door de keuken. Dicht tegen elkaar aan, mijn wang tegen de zijne.
Hondjes dansten blaffend om onze benen en samen lachten we om de drukte om ons heen. Met een zwaai boog hij mij achterover, stevig vasthoudend, een snelle kus in mijn nek. Met een evengrote zwaai belande ik weer terug in zijn armen.
En mijn lijf vulde zich met kriebels.
Nog steeds intens verliefd. Net als de ogen die me aankeken.
Ik heb zo’n donkerbruin vermoeden dat wij met ons 60e huwelijksjubileum nog steeds dansen van de kriebels.
Ik kijk er naar uit! 🙂

Maar een hond…

Lang geleden besloten we: als we een hond nemen, blijven we wel nuchter. Natuurlijk doen we alles voor hem. We zorgen voor goed eten, voldoende drinken, veel lichaamsbeweging en fijn speelgoed. Hij wordt onderdeel van het gezin, maar hij is geen kind. Reëel gezien: het is en blijft toch (maar) een hond…
We namen twee honden, voor de gezelligheid en voor elkaar. Twee ruwharige (?) teckels.
Ruim een week geleden werd de oudste van de twee ziek.
Heel erg ziek.
Zo ziek zelfs dat opname in de dierenkliniek niet te vermijden was.
Na het aansluiten van het infuus keken we elkaar eens aan. Wat was er nu aan de hand? Waarom was hij zo ziek? Het eeuwig huppelende hondje was een natte dweil geworden die zelfs niet uit te wringen was. Ook de dierenarts keek eens bedenkelijk en besloot bloed af te nemen. Veel bloed. Voor zoveel mogelijk onderzoek. Een echo was nodig, want – zo vermoedde ze – alleen op die manier kon ze goed naar de inwendige organen kijken en hopelijk enge dingen uitsluiten.
We knikten ja en dachten niet aan de onvermijdelijke rekening die zou volgen na al die onderzoeken, laat staan opnamedagen!
Dagen gingen voorbij en het hondje knapte maar niet op.
Mijn lief ging drie keer per dag bij hem langs, moedigde hem aan om weer te gaan eten en beter te worden.
Ik keek vanaf de zijlijn mee. Voelde me machteloos en dacht steeds vaker aan die woorden van jaren geleden: ‘We blijven wel nuchter, hoor…’
Ondertussen sliepen we niet meer, van de zorg over de patiënt en over de achtergebleven broer die de nacht gebruikte om zijn verdriet uit te huilen. Het werkte op mijn zenuwen, maakte dat ik me schuldig voelde.
Waar waren we mee bezig?
De diagnose kwam binnen. Alvleesklierontsteking. Waarschijnlijk in behoorlijk heftige mate.
Wanneer was dit begonnen? En belangrijker… wanneer zou dit eindigen?
Ik besloot me op de dierenarts te richten, niet meer op de hond. Zolang zij heil zag in behandeling en overtuigd leek dat er verbetering zou komen, bleef ik bij de les. Maar zodra het moment voorbij leek te zijn, moest ik gaan praten met mijn lief. Met de kinderen.
Het is tenslotte maar een hond…
Dag vier belde de dierenarts. Het beestje moest maar naar huis, hoe ziek hij ook was. De ontsteking leek onder controle, maar het herstel liet op zich wachten. Misschien thuis…
Met lood in mijn schoenen haalde ik hem op. Het infuus moest nog afgekoppeld worden. Dit kon toch niet goed gaan?
Hopeloos. Zo’n hond…
Thuis keek hij verdwaasd om zich heen. Hij wankelde naar zijn broer. Liet zich besnuffelen en langzaam bewoog zijn staart. Was dat nu een kwispel?
Ik besefte me ineens dat ik met ingehouden adem stond te kijken.
Jongste nam hem op de bank en verleidde hem tot het eten van wat brokjes. Eén voor één…
En dat voor deze hond…
We zijn nu alweer 4 dagen verder.
Hij huppelt door de tuin, eet, drinkt en speelt met zijn broer.
Ruim een week geleden gaf ik hem geen cent meer.
Ik ben zo blij.
Het is misschien maar een hond, maar hé, het is wel mijn hond!
skippy6

 

Drie kleuren lang

Op het gebouw aan de overkant hangt de vlag halfstok. Vanaf mijn werkplek kan ik hem zien wapperen. De drie-kleur tegen een onbewolkte, blauwe hemel. Stilletjes in de zon.
Langzaam golft het rood over het wit, wit over het blauw.
Het hypnotiseert, maakt dat ik blijf kijken.
Minutenlang.
Rood voor al het bloed dat vergoten is in tijden van oorlog. Wit voor het verbleken van elke kleur, met de dood als gevolg. Blauw als teken van onzekerheid, het bedrog, het verraad.
Het ontroert me om deze kleuren halfstok te zien hangen. Het herinnert me aan alle leed van de wereld.
Mensen op de vlucht.
Toen, nu.
Geknakt, maar niet verslagen.
Morgen zal de vlag weer fier in de top zwaaien.
Het rood zal weer stralen als teken van liefde. Het wit zal het onbekende, het nieuwe symboliseren en het blauw de bescherming van de hemel. Er zal gedanst en gezongen worden. Zoals het hoort bij een viering van bevrijding.
Maar vandaag is alles nog even stil.
Drie kleuren lang.

bevrijd

Moeders, kinderen en vriendinnen #13 met Martin Bril

Als klap op de vuurpijl sloot ik de aprilmaand (feestmaand-want-ik-ben-50-maand) af met een groep vriendinnen.
Rond half elf stroomde mijn keuken vol met prachtige vrouwen. Een uurtje later sloot de laatste de rij die door Tom-Tom verdwaald was (ik noem geen namen 😉 ).
Zet een groep vrouwen bij elkaar en je hebt… een kippenhok (volgens mijn lief), veel slappe lach (volgens alle vriendinnen) en vooral veel therapie (volgens mij).
Er wordt gepraat over werk, rimpels, opleidingen, leeftijd en de dromen die we dromen. Partners komen héél eventjes voorbij, eigen moeders veel langer. We luisteren naar elkaar, begrijpen elkaar en vooral: we troosten elkaar. Veel en langdurig, soms met kippenvel over het hele lijf.
En – zoals dat met de meeste vrouwen met kinderen zo gaat – we hebben we het over de kinderen!
Onze kinderen.
Over die mooie dochters en zonen van ons en over hoe trots we op ze zijn. Hoe ze ons verbazen als we zien wat een mooie jonge mensen het aan het worden zijn die zelfstandig en krachtig in het leven staan. Zelf beslissingen nemen en zich doodgewoon los durven te maken van datgene wat vertrouwd en veilig voor ze is. De wereld intrekken, ontdekken wat er te halen is en soms ook niet…
Onze rol als moeder wordt (vooral door onszelf) onder de loep gelegd, bijgesteld daar waar nodig als we denken te weten dat één van ons wel erg streng is voor zichzelf en er wordt meelevend geknikt  als we het over één van de zorgenkinderen hebben. Niet de zorg als in ‘verzorgen’, maar de zorg voor een kind die worstelt met sommige dingen in zijn of haar jonge leven.
Maar vooral zijn we trots, héél erg trots op die mooie kinderen van ons!
Alle gezichten glimmen en ogen twinkelen als we het over ‘die van ons’ hebben. Leeftijd maakt niet uit, geslacht al helemaal niet!
‘s-Avonds kruip ik dan ook met een grote glimlach onder mijn dekbed en grinnik nog lang na als ik denk aan de app-jes die nog volgden toen iedereen al lang weer thuis was. We hebben allemaal weer iets waardevols opgepikt uit de vele gesprekken en mee naar huis genomen. Ikzelf ben even de zolder opgeklommen om een campingstoel en thermosfles te zoeken. Hij staat klaar voor mijn volgende bezoek. (inside joke; redactie)
Op mijn nachtkastje ligt het laatst gekochte boekje van Martin Bril, ‘De mooiste dochters van de hele wereld.’
Ik denk weer even aan mijn vriendinnen van deze dag en lees de laatste columns in dit boek. Ik zat vanmiddag met de mooiste dochters van de wereld van een aantal moeders aan tafel. Dank jullie wel meiden!

martin