Maandelijks archief: oktober 2016

Schommelend aftellen

‘Ze gaan twee zakken bloedplasma toevoegen deze keer.’
Ik haal even diep adem en vraag dan zo kalm mogelijk: ‘Twee zakken? Hoezo dat?’
In gedachten zie ik hoe middelste zijn schouders ophaalt. ‘Ze hopen dat ik dan iets beter door het weekend heen kom,’ antwoordt hij.
Ik knik, iets dat hij niet ziet door de telefoon, maar wat hij waarschijnlijk ook in gedachten ziet gebeuren.
‘Oké,’ zeg ik dan. ‘Nou, misschien is dat wel een goed idee. Ik ben benieuwd wat de waarden dan maandag zijn.’
We lachen, maken wat grapjes en komen dan ineens tot het besef dat een dubbele hoeveel plasma ook een dubbele hoeveelheid in tijd zal betekenen. Niet ‘eventjes’ een zakje bloed tanken, nee, nu zal er serieus gewacht moeten gaan worden.
‘Maar het is voor een goed doel,’ troosten we elkaar.

Als het maandag wordt kan ik het niet laten om iedere keer op mijn telefoon te kijken. Is er al een appje? Is er al nieuws? Halverwege de middag houd ik het niet meer. Ik app middelste zelf. ‘En? Al nieuws? Xx Mama’
‘Nee, ik ga wel even bellen’ appt hij terug.
Ik zucht en leg de telefoon op de tafel. Goed in het zicht, iets buiten bereik. Ik wil geen verlengstuk van dat ding worden, maar heb ondertussen wel het gevoel dat het een nieuw ledemaat van me is geworden.
Een goed half uur later belt hij me op.
‘Zes. De waarde is zes, dus ik ga maar weer richting ziekenhuis. Plasma is onderweg…’
Wanhoop en neerslachtigheid overvalt me als een grauwe deken.
Mijn hemel, als zelfs twéé zakken bloedplasma de bloedwaarden niet enigszins op peil kan houden, wat dan nog wel?
We bellen nog even, proberen elkaar op te beuren, maar we weten van elkaar dat we beiden hetzelfde denken: dit komt niet meer vanzelf goed…

De dinsdag na de maandag breng ik huilend op de bank door. Ik probeer mezelf aan te pakken, maar iedere keer als ik denk: nou, kom op, raap jezelf bij elkaar!, wil ik eigenlijk het liefst mijn wandelschoenen aandoen om mijn zorgen even aan het bos achter ons huis toe te vertrouwen. Waarom moet ik juist nú mijn voet breken? Ik word boos. Worstel mezelf in de krukken en hink naar de tuin. Achterin staan wat grove dennenbomen en als ik daar onder sta en mijn ogen dichtdoe is het net of ik daadwerkelijk in het bos ben. Ik haal een paar keer diep adem en voel langzaam de tranen opdrogen.

Woensdag ben ik weer de oude. Sommige dingen hebben even tijd nodig om te zakken.

Als middelste op donderdag de waarden doorbelt hoor ik voor het eerst de wanhoop in zíjn stem. Gelatenheid, uitzichtloosheid, het heeft hem eventjes in zijn greep. Ik probeer hem op te beuren, maar faal hopeloos.
Nog acht dagen, dan gaat er weer iets gebeuren. Wie had ooit kunnen bedenken dat je kunt uitkijken naar een beenmergpunctie? Dat we dan nog een week op de uitslag moeten wachten (15 dagen nog!) is iets wat we op de koop toenemen. Er is weer iets beweging dan.
Denken we.
Hopen we.

*zucht*

aftellen

Advertenties

Queen of the house

Als er iets is waar mijn lief en ik over kibbelen, is het het huishouden wel.

Ik vind dat hij te weinig doet, hij zegt dat ik niet voldoende aangeef wat hij móet doen!
Hij snapt niet waar ik me druk over maak als ik voor de zoveelste keer aan hem vraag of hij de toiletten niet eens een keertje kan schoonmaken omdat we bezoek krijgen. (‘Waarom? Dat kan ik dan toch beter morgen doen? Dan is de wc pas echt smerig!’). Ik begrijp niets van zijn laconieke houding.

Ik mopper dat ik een poetshulp wil, hij vindt dat de grootste onzin.
Menig maal heb ik – op het hoogtepunt van zo’n ruzie – geroepen dat hij het maar eens een tijdje alleen zou moeten doen. Dan zou hij vanzelf wel zien wat er nu allemaal gedaan wordt in huis.
Ik heb zelfs wel eens geroepen: ‘Wacht maar tot ik een keer mijn been breek of zoiets en niets meer kan doen! Dan zie je wat ik stiekem allemaal doe zonder dat jij het in de gaten hebt.’
Het schouderophalen maakte me dan nog bozer, wat dan weer goed hielp bij het poetsen van de badkamer.

Sinds drie weken hang ik verplicht op de bank. Met die ooit gedreigde gebroken voet.
Lief neemt de honneurs met verve waar. Honden worden zonder mopperen drie tot vier keer per dag uitgelaten, de boodschappen doet hij en iedere ochtend als ik opsta staat er bij de bank al een ontbijtje op me te wachten.
Hij is zo lief!

En dus probeer ik tijdens het douchen niet naar de steeds meer verkalkende kranen te kijken en op de bank ben ik zo gaan zitten dat ik de vloer van de huiskamer niet de hele tijd hoef te zien. Door de invallende herfst staat gelukkig niet de hele dag de zon op de ramen en nu hij het koken op zich heeft genomen, is de keuken al een tijdje niet meer mijn domein.

Gisteren werd het me plotseling toch allemaal teveel.
‘Je ziet het gewoon niet. Het is ronduit smerig overal!’ riep ik gefrustreerd uit. ‘Tijd voor onze eigen Lucy!’ (Zo heet de hulp van mijn collega en hoewel ze niet bij ons schoonmaakt, heeft ze – zonder het zelf te weten – wel een duidelijke rol in onze schoonmaakgesprekken)
‘Doe nou eens rustig. Maak een lijstje, met deadlines als het kan…’ antwoordde lief kalm.

Aldus geschiedde.

Vandaag keek ik vanaf de bank toe. Menigmaal moest mijn lief me terugzetten op die bank, omdat ik meer in de weg liep dan behulpzaam was. Ik beet op mijn lippen om niet teveel suggesties te opperen en sloot me uiteindelijk op in mezelf, met een koptelefoon op mijn hoofd. Ik dacht weer terug aan andere woorden die ik ooit in mijn frustratie riep: ‘Wat zou het heerlijk zijn als jij eens het huishouden deed in plaats van ik! Echt, ik zou genieten van het eerste tot het laatste moment!’

Ik heb me vergist… 😐

huishouden
*klik*

Lemons

Als kind zag ik ooit een science fiction waarbij een soort van onderzeeër werd verkleind tot een grootte waarbij hij in het menselijk lichaam gebracht kon worden om bloedstolsels te vernietigen.
Hier moest ik aan denken toen afgelopen week de Nobelprijs voor Scheikunde werd uitgereikt aan onze Nederlandse Scheikundige Ben Feringa. Gefascineerd zat ik te luisteren naar de uitleg van Ben bij DWDD en ik verbaasde me dat fiction vijftig jaar na het uitbrengen van de film ineens geen fiction meer bleek te zijn.

Tegelijkertijd dwaalden mijn gedachten af naar het gesprek dat we afgelopen maandag in het Radboud ziekenhuis hadden met de behandelend arts van middelste.
‘We weten het gewoon nog niet.’
Die woorden dreunden wel even na en ik zag de onmacht in de ogen van middelste.

Hoezo: we weten het gewoon nog niet?

Mensen gaan naar de maan. Wat zeg ik? Mensen gaan naar Mars! We kunnen auto’s laten rijden van A naar B zonder dat we het stuur vasthouden, micro machientjes worden gemaakt en daar worden Nobelprijzen mee gewonnen. Maar we kunnen niet aantonen waarom een lichaam geen bloedplaatjes aanmaakt? Waarom het beenmerg van middelste faalt hierin?
‘Er is iets aan de hand, zoveel is duidelijk. En we hebben een tweede beenmergpunctie nodig om vergelijkingsmateriaal te hebben. Het slechte nieuws is dat het op dit moment geen zin heeft om die tweede punctie nu te doen. Daarvoor zitten we qua tijd nog teveel op de vorige punctie. Ik stel dus voor dat we over vier weken een afspraak maken om een nieuwe punctie te doen en dat we een week later de situatie opnieuw gaan bespreken.’

Een stortvloed van vragen werd over de arts heen geworpen.
‘Wat betekent dit voor middelste?’ (‘Dat hij voorlopig door moet gaan met de plasma-transfusies.’)
‘Hoe gevaarlijk is het?’ (‘Hij moet voorzichtig blijven. De kans op inwendige bloedingen blijven aanwezig.’)
‘Hoe moeten we de bloeduitslagen nu interpeteren? Een keer leek de waarde zelfs iets te stijgen! Hoe kan dat dan?’ (‘Alles onder de 50 is gewoon slecht. Dus een waarde tussendoor van 18 zegt mij helemaal niets. Dat kan ook voortkomen uit een kwalitatief goede transfusie. Iedere zak bloed is immers anders…’)
‘Wat nu als het zo blijft en er bij de volgende punctie ook geen verandering te zien is…?’ (‘We kunnen niet op de zaken vooruit lopen. Daar gaan we het dan over hebben.’)
‘Het frustreert ons en we maken ons doodongerust, dokter!!’ (‘Dat begrijp ik helemaal. Echt! Het is ook frustrerend. Maar we laten jullie écht niet alleen staan. Geduld is moeilijk nu, maar ontzettend noodzakelijk….’)

En dus reden we naar huis, niets wijzer, niets beter.
Beetje zuur…

31 oktober gaan we voor een nieuwe beenmergpunctie. Een week later gaan we de uitslag bespreken.
En in de tussentijd pakken we het zout en een fles Tequila er maar bij…
Je moet toch iets?

tequila

Hallo! Ik ben een vrouw, ja!

Yoga met een gebroken voet gaat… ehmmm… niet erg makkelijk.  Yoga zónder de gebroken voet is een dagelijks terugkerend ritueel bij mij. Vanaf een uurtje of zes sta ik op mijn yogamatje en laat mijn slapende lijf voorzichtig ontwaken door haar voorzichtig te stretchen. Lang maken, klein maken, van links naar rechts en weer terug.
Staande oefeningen, oefeningen op de grond, oefeningen met kracht.
Ik wissel heel wat poses af, net waar ik op dat moment meer behoefte aan heb.
Eigenlijk zitten er maar twee vast onderdelen in mijn reeks. De zonnegroet en mijn evenwicht bewaren.

En laat dat laatste nu in deze onhandige dagen verdomd handig zijn!

Want probeer het maar eens: balancerend op je linkervoet, reikend naar links, strekkend naar rechts aan een aanrecht of (gebeurt ook nog al eens) bukkend omdat er iets op de grond gevallen is.
Een kruk kan echt behoorlijk belemmerd zijn op z’n tijd.
Tot het weekend hinkte ik daarom ook nog weleens zo door de kamer, geen kruk aan de arm. Behendig sprong ik van bank naar deur, van deur naar keuken en weer terug.
Reuze handig!

Een vriend die op bezoek kwam keek me afkeurend aan toen ik voor een snackje naar de keuken hinkte en vervolgens weer trots op de bank plofte.
‘Yoga hè,’ glom ik. ‘Dan is evenwicht gelukkig geen probleem.’
‘Zal wel,’ mompelde hij eens. ‘Blijkbaar vind je het niet erg dat je bij iedere hup je breuk weer ontwricht. Zo kan er niets helen natuurlijk.’
Verslagen keek ik hem aan.
‘Hoe bedoel je?’ vroeg ik voorzichtig.
‘Bij iedere hink die jij neemt breek je de twee stukken bot weer los. Waarom denk je dat je die krukken hebt? Je vangt op die manier de klappen op zodat het nieuwe aangegroeide bot zijn werk doen en de hele boel aan elkaar lijmt,’ verklaarde hij.
‘Dus als ik het goed begrijp heb ik die afgelopen dagen ‘rust’ heb ik voor niets gedaan?’

De ernstige knik van de vriend liet me de moed verder in de enkele schoen die over was gebleven, zakken. Daar had ik eventjes niet over nagedacht.

‘Rust is rust. Ik neem tenminste aan dat je je voet twee weken lang niet mag belasten,’ zei hij. ‘Niet leunen, niet steunen, niet lopen en daar hoort ook: niet hinkelen bij!’
‘Maar wat moet ik dan?’ Voor het eerst beklemde de hele situatie me.
Hij haalde zijn schouders op.
‘Niets. Gewoon. Series kijken. Films kijken. Spelletjes doen. Lezen. Schrijven. Je laten verzorgen. Kruipen. Krukken gebruiken. Op de bank liggen. Been omhoog. Eigenlijk gewoon een man zijn. Iets anders kan ik even niet verzinnen.’

Nou, ik heb het nu twee dagen gedaan en ik vind het doodvermoeiend.
Zowel die krukken als dat ‘voor man spelen’.
Allemachtig, ik ben toch niet voor niets als vrouw geboren?

gebroken-been