Maandelijks archief: februari 2017

Onderbuikgevoel

Met de hoorn tegen mijn oor geklemd luister ik naar middelste. Zinnen als ‘… ik krijg nu twee zakken bloed…’, ‘Hb is 4.1’ en ‘… niet zo goed,’ galmen door mijn hoofd. Zijn woorden ‘Ik voel me nu echt heel slecht, mam…’ bombarderen mijn hart en laten alles gehavend achter.

Eventjes sluit ik mijn ogen en ik probeer de bittere smaak van gal weg te slikken voor het zijn weg naar buiten vindt.
Ik wíst het. Ik wist het gewoon. De week ervoor, toen we bij de hematoloog zaten. Ik voelde dat het niet goed was. Ik kan mezelf wel voor mijn kop slaan dat ik dat toen niet gezegd, geschreeuwd heb. Waarom heb ik mijn mond gehouden? Om de hoop van middelste niet de grond in te boren? Omdat ik vind dat hij zélf moet kunnen aangeven hoe hij zich voelt zonder dat ik hem vertel hoe hij zich zou moeten voelen? Om de arts niet tegen te spreken?
Ik weet het niet, en het maakt ook niet zoveel meer uit nu. Feit is dat zijn bloedwaarden in de week tussen de afspraak en het bloedprikken behoorlijk gekelderd zijn en middelste nu – naar eigen zeggen – een serieus dieptepunt heeft bereikt.

Ik denk aan de woorden van de arts die middelste een paar keer heeft uitgedaagd om te vertellen hoe hij zich voelt. Ik zie de onmacht weer in zijn ogen als middelste keer op keer beweert dat het echt wel goed met hem gaat, dat hij zich prima voelt.
Ook de arts zal af moeten gaan op hetgeen middelste aan hem vertelt.
Het is zelfs een deel van onze opvoeding: laat je niet voorschrijven hoe je je moet voelen, maar voel zelf!
Wat we hier misschien iets te veel onderbelicht hebben gelaten, is dat daarbij goed luisteren naar je onderbuikgevoel, een niet geheel onbelangrijk aspect van dit geheel.

Maar hoe eng is het eigenlijk om naar je onderbuikgevoel te luisteren?
Doe ik dat zelf wel? Duw ik zelf dat onderbuikgevoel ook niet meerdere malen per dag weg omdat het nu eenmaal eenvoudiger is om gewoon niet te luisteren?

Ik denk weer terug aan het gesprek dat ik afgelopen week had met vriendinnen. Dat ging ook over het onderbuikgevoel. Vanwege het verlangen om het zo ongelooflijk verkeerd te hebben. Omdat je jezelf iets toewenst dat leuk, lief, geweldig is, maar wat (als je uitzoomt) eigenlijk helemaal niet zo goed voor je is.
Bij één van hen ging het om een verkeerde liefde, bij mij om de gezondheid van mijn kind.

Ik heb nog heel wat te leren.
Om te beginnen: vriendjes worden met mijn onderbuik.
En dat besluit voelt goed.

reasons

Advertenties

Patience (geduld)

Met een half jaar ziek zijn op de teller stappen we de spreekkamer van de hematoloog binnen, benieuwd naar wat zijn gedachten zijn na ook nog eens drie volle maanden medicatie.
De rust die hij uitstraalt vult de kamer. Ik neem hem op terwijl hij met middelste het gesprek voert. ‘Hoe gaat het met je?’, ‘Hoe voel je je?’, ‘Hoe is je eetlust, hoe gaat het slapen, hoe gaat het met de medicatie, ben je er nog erg ziek van…?’, alle vragen komen voorbij.
Middelste probeert ook rust uit te stralen, maar als hij zijn bekertje koffie pakt zie ik hoe zijn handen trillen. En weer breekt er een barstje in mijn hart. Ik wil hem het liefst de spreekkamer uitslepen en heel hard roepen: ‘Dit was een grapje! Natuurlijk ben je niet ziek. Nooit geweest ook.’ Maar ik weet: dit is geen grapje. Het zou dan ook wel een erg wreed grapje zijn…
Dus ik adem even diep in en uit en concentreer me op het gesprek.
‘Goed, je bent uiteraard weer uitgebreid besproken in allerlei overleggen,’ vervolgt de arts. ‘We zijn het er allemaal over eens dat je in ieder geval nog drie maanden moet doorgaan met deze medicatie. Met een beetje geluk zet de voorzichtig stijgende lijn zich door en gaan je waarden verder omhoog.’
Verbijsterd kijk ik de arts aan.
Stijgende lijn? Welke stijgende lijn? Hebben we het wel over dezelfde patiënt? Vliegensvlug check ik de getallen die in mijn geheugen gebrand zijn en kijk ik van arts naar middelste en weer terug.
‘Sorry hoor,’ onderbreek ik dan de arts. ‘U heeft het over een stijgende lijn. Misschien mis ik iets, maar ik zie geen stijgende lijn. Ik heb maanden geleden te horen gekregen dat uitslagen als 20 bloedplaatjes of 35 bloedplaatjes allemaal hetzelfde zijn. Volgens mij is middelste nog niet boven de 40 uitgekomen. En dan hebben we het nog maar even niet over zijn Hb…’
De arts kijkt me aan, draait het computerscherm naar ons toe en laat een grafiek zien.
Augustus 2016 – februari 2017.
De lijn die zo gevaarlijk dicht bij de ‘dood-grens’ hangt vertoont inderdaad een licht stijgende lijn. Nog steeds ver beneden de gewenste minimale grens, maar ik kan niet ontkennen dat er een stijgende lijn in zit.
Ik knik, nog steeds niet overtuigd echter.
‘Ik snap het,’ zucht ik dan.
‘Het wordt een lang traject,’ knikt de arts. ‘Een héél lang traject waarbij je veel geduld zal moeten hebben. Maar als deze stijgende lijn zich doorzet, dan komen we er uiteindelijk wel. Misschien over een jaar, misschien twee jaar…’
Ik gebied de protesterende stemmetjes ver naar achter in mijn hoofd.
Ergens klopt er iets niet.
Pas als ik thuis ben bedenk ik me wat ik miste in de grafiek.
Ik zou weleens de momenten van bloedtransfusie over de grafiek van de bloedplaatjes willen leggen. Transparant, als een tweede laag. Volgens mij valt het moment van de stijgende lijn namelijk gelijk met die van de laatste bloedtransfusie. Daarna is het vooral redelijk stabiel gebleven.
Maar ja, ik ben geen arts. Laat staan een hematoloog met een opleidingstraject van ik weet niet hoeveel jaar. Ik mag (moet!) toch aannemen dat ze in het ziekenhuis op dezelfde manier kijken.
Voorlopig dus nog meer geduld.
Patience versus Patiënt.
De Engelse taal snapt het beter dan de onze…

stap-voor-stap

Andere wereld

Met een kom muesli, een glas verse jus d’orange en een grote pot thee nestel ik me op de bank.
Het is zondagochtend en buiten begint het ochtendlicht terrein te winnen van de nacht. Een witte deken ligt over de tuinen gedrapeerd; de winterse speldenprik in deze februarimaand.
Ik knip het leeslampje boven de bank aan en krul mijn benen onder mijn lichaam. Snel pak ik het dikke boek dat ik uit de bibliotheek heb meegenomen afgelopen week. Ik sla het open op de bladzijde waar ik gisteren gebleven ben en zoek het evenwicht om het op mijn opgetrokken knieën te kunnen laten balanceren, terwijl ik mijn kom muesli oplepel.
Al snel ben ik de wereld om me heen vergeten.
Alleen het boek, mijn ontbijt en ik. Meer is er niet nodig.

Het is lang geleden dat ik me zo in een boek heb kunnen verliezen. Met alle zorgen, angst en verdriet in mijn lijf kan ik maar moeilijk de rust vinden om me over te geven aan de levens van andere mensen in zoiets als een dik boek.

De afgelopen twee weken waren zware weken.
Middelste vloog (weliswaar met toestemming én een extra bloedtransfusie als voorzorgsmaatregel) voor een weekje naar Mallorca om de ouders van vriendinnetje op te zoeken die daar wonen. En hoezeer ik ze deze week ook gunde, de bezorgdheid van de combinatie: vliegen (luchtdruk) en zijn ziekte, maakte dat ik gespannener was dan anders. Pas na het verlossende telefoontje dat de heen- en terugvlucht niet veel schade hadden aangebracht op zijn lichamelijke gesteldheid, kon ik wat opgelucht adem halen.

Ook kregen we het vreselijke nieuws dat een vroegere buurjongen, even oud als oudste, plotseling uit het leven was gestapt. Zijn ouders, broer en zus intens verloren achterlatend. Mijn hart huilde een week lang mee met mijn vroegere buurvrouwtje, koffievriendinnetje… Haar tranen zullen nog lang niet gedroogd worden en ik kan me nog niet echt voorstellen hoe het leven verder zal moeten gaan na zo’n intens verdriet.
Het kwam me even te dicht bij allemaal.

En nu dus toch plotseling de verlossing van het mezelf verliezen in een heerlijk boek. Ik grijp het met beide handen vast.
Lezen kan helend zijn als het lukt om het juiste boek te vinden.
Op het juiste moment.

bijzonder-jaar