Categorie archief: Amerika

9/11

Het is druk op straat. Mijn lief en ik zijn vroeg opgestaan om vooral niets van de dag te missen. Ontbijten doen we zoals iedere bewoner of bezoeker van deze stad dat doet: onderweg. Snel even een Starbucks in om niet veel later weer naar buiten te komen met een beker koffie waar je voornaam op geschreven is in de ene hand en een bagel met cream cheese in de andere hand.

Als je niet oppast ren je in gehaaste pas mee met al die mensen die zich naar hun werk spoeden.
Wij hebben echter vakantie en dus zoeken we een bankje. Nog een kunst op zich in deze grote stad, de koffie is dan ook allang op als we dat bankje eindelijk gevonden hebben en ook de bagel is al voor de helft verorberd.

Toch nemen we even de rust om te kijken. Naar de mensen, naar de gebouwen, naar de platte grond die mijn lief ondertussen uitgevouwen heeft.
‘Zullen we eerst hier heen gaan?’ Mijn lief wijst de markering van de Brooklyn Bridge op de kaart aan. ‘Dan kunnen we van daar uit via Wall Street naar de ferry lopen om naar Staten Island te varen. Vanmiddag kunnen we dan Broadway aflopen, terug naar ons hotel gaan. Onderweg kijken we wel wat we tegenkomen.’
Ik knik, terwijl ik het laatste stukje bagel in mijn mond stop en mijn vingers aflik.
‘Klinkt goed.’

Niet veel later lopen we de Italiaanse wijk door in de richting van Chinatown.
Al die indrukken, al die mensen. Je kunt bijna niet anders dan je een vreemdeling voelen, het is bijna gek dat je je ook thuis voelt.  Herkenbare punten, gezien op tv, gehoord in de verhalen die zoveel mensen al over deze stad verteld hebben.
Na het bezoekje aan Staten Island lopen we terug, richting hotel.

Ineens wijst mijn lief een gebouw aan. Verbaasd bekijken we de buitenkant. Wat ziet dat er gek uit. Zwart, bruin, lelijk bijna. Alsof het smelt. We lopen er naar toe. Ik hoor mijn lief een uitroep smoren, zijn hand voor zijn mond geslagen.
‘Het ís gesmolten!’ roept hij. ‘Kijk dan,  het is echt gesmolten. Ground Zero moet hier vlakbij zijn.’
Het dringt maar nauwelijks tot me door dat ik in de hittekring kom van zoveel jaren geleden.

Mijn benen nemen het over van mijn verstand. Pas als ik aan de rand van het enorme monument sta merk ik dat ik sta te huilen. Mijn handen strelen de namen op de rand van de één van de twee bakken.
Ik zie mensen die elkaar vasthouden, mensen die huilen. Bloemen liggen nog steeds op de rand, net als een enkele steen.
Is het echt alweer zoveel jaar geleden?

Om nooit te vergeten…

© Gwennie Benjamins

 

Advertenties

Brooklyn van Colm Tóibín #9 van de 52 boeken

Twee weken geleden gingen mijn lief, oudste en ik naar de nieuwste boekwinkel die onze stad rijk is en die wij ook bij DWDD hadden gezien: het Grand Theatre. Altijd gevaarlijk zo’n bezoek voor mij, want een boekwinkel ingaan is één ding, maar een boekwinkel uitlopen zonder boek is voor mij bijna net zo onmogelijk als een zak drop kopen en die vervolgens dicht laten. Of een kinderboerderij bezoeken zonder een enkel  beest te aaien. Of… nou ja, het is duidelijk, ik kan niet een boekenwinkel in zonder dat ik met een nieuw exemplaar naar buiten kom. Het is een soort van verslaving. Iets dat niet te behandelen is, wat ik ook eigenlijk helemaal niet behandeld wil hebben…
Oudste heeft hetzelfde ‘probleem’, dus ik was in goed gezelschap.
Al snel had hij een boek te pakken en na even rondsnuffelen had ook ik een exemplaar gevonden. Eentje die op mijn boekenlijst staat, dus het schuldgevoel maakte al snel plaats voor een triomf. Het boek diende een goed doel.
Nu ben ik wel bekend met de Dwarsligger, maar een Colibri had ik nog nooit in handen gehad. Een beetje sceptisch (kunnen mijn ogen dit formaat nog wel aan?) legde ik het op de toonbank neer en rekende af.
Eenmaal thuis las ik eerst twee andere boeken uit en toen kon ik beginnen aan mijn Colibri: Brooklyn van Colm Tóibín.
Al na vijf bladzijden wist ik: dit is een goede keuze geweest! Eerder had ik al van Nora genoten, geschreven door dezelfde schrijver. In Brooklyn raakt hij dezelfde sfeer. Zijn ingetogen manier van schrijven over dagelijkse dingen maakt dat je bijna het gevoel hebt dat je als een vlieg op de muur meekijkt in het leven van de personages. Niets is overdreven, niets maakt dat je denkt: zij wel! Het meest bijzondere is misschien wel dat het leven en de gedachtenwereld van Eilis zo mooi beschreven is, dat het bijna vreemd is dat de schrijver een man is. Ik ben echt heel benieuwd hoe het komt dat hij zo goed in de huid van een vrouw kan kruipen om haar zo naturel mogelijk neer te zetten. De man moet beslist veel zussen hebben of in ieder geval bijzonder op vrouwen gesteld zijn!

Waar gaat het boek over?

De Ierse Eilis woont samen met haar moeder en zus in een klein dorp. De vader van Eilis en Rose is overleden en door de crisis heeft Eilis geen werk. Nadat een geëmigreerd priester zich het lot van Eilis aantrekt en haar een baan bezorgd in Brooklyn emigreert Eilis naar Amerika. Na een moeizame heimwee-periode leert ze Toni kennen tijdens een dansavond. Hij weet haar hart voor zich te winnen. Nadat haar zus overlijdt besluit Eilis terug te keren naar Ierland om haar moeder te ondersteunen. Ze belooft Toni dat het tijdelijk is, maar eenmaal terug in Ierland komt ze Jim tegen. Welke liefde is sterker? Die van Toni of Jim?
Mooi, mooi, mooi!

Wat betreft de Colibri, dat is echt een topper! Een ingebonden boekje, klein formaat voor in een handtas, mét leeslint en hard kaft voor € 12,50. Top! Ik heb er een nieuwe liefde bij in ieder geval! 😉

Brooklyn

Gat in de nacht

De zon schijnt. Ik voel de warmte op mijn armen. ik hef mijn gezicht koesterend op naar het stralende hemellichaam hoog boven me. Langzaam kruipt een loom gevoel door mijn lichaam. En ik word zwaar. Heel zwaar…

02.27 uur.
Met een ruk val ik terug in de nacht.
Bijna. Bijna was het gelukt.
Opnieuw proberen. Misschien nu met iets meer omgeving…

Opnieuw schijnt de zon. Ik zie weer voor me hoe de bergen van het National Park waar we afgelopen jaar op vakantie waren dieprood kleuren, terwijl het groen van de bossen feller en feller lijkt te worden. Vliegt daar een roofvogel? Ik knijp mijn ogen een beetje dicht. De geur van warm zand vermengt zich met hars. Een diepe ademteug en ik voel mijn schouders ontspannen. Langzaam. In de richting mijn rug, door naar mijn ledematen. Voorzichtig glimlach ik en draai me tevreden om.

Duisternis klapt koud in mijn gezicht.
Zucht.
Wéér niet gelukt.
03.13 uur Nog een kleine 2,5 uur te gaan.

Met mijn rug tegen mijn lief aan rol ik me op.
Misschien dat Frankrijk beter lukt.
De Morvan. Wat was het daar mooi afgelopen najaar. Als ik ergens zou willen wonen in een ‘Ik vertrek’-gebeuren, zou dat een goede optie voor me zijn. Dat ene huisje, daar in dat zonnige dal. Dat stond toch te koop? Wat zou dat nou kosten? Ik zie mezelf al op het terras plaats nemen. In mijn eigen stoel. Stel je toch eens voor….

03.51
Toch bijna een half uurtje weggedommeld. Zou het nog gaan lukken deze nacht?
Misschien moet ik gaan dromen over een nieuwe baan. Reizen, fotograferen, schrijven…

06.39 uur
Een schel geluid haalt me uit de diepste slaap van die nacht.
Gelukkig dat mijn wekker kuren vertoont en niet alleen muziek voortbrengt als het tijd is om op te staan. Nee, een irritante toon schalt door een liedje waardoor ik mijn bed uitvlucht. Met een klap dwing ik alles tot stilte en schuifel richting badkamer.
Als mijn lief me niet veel later aan de keukentafel vraagt of ik lekker heb geslapen, begin ik te grijnzen.
‘Een gat in de nacht,’ zeg ik dan en sla mijn armen rond zijn nek.
‘En aankomende nacht bof ik helemaal, dan is het volle maan!’

maan