Categorie archief: Hondjes

Skippy-dippy

Kwispelstaartje, blije gup, tokkie-tokkie, Punky, Blonde Dolly, kleine scharrelaar, Skippedip, Polletje piekhaar, snurkiepurkie, warhoofd, altijd ‘verbast’.

Simpelweg wat benamingen die zo gewoon waren om aan te duiden wie we bedoelden hier in huis.

De persoonlijke tandarts van zijn broertje, knuffelkont tot op het laatste moment.
Dertien jaar geleden bij ons in huis gekomen om de boel wat op te vrolijken, het leuker en gezelliger te maken.

En dat is hem gelukt.

Het afgelopen jaar hebben we hem kleiner en brozer zien worden.
Vandaag hebben we afscheid van hem genomen.

Ons kleine vriendje.

Onze eigen Skip.

We zijn zo blij dat je bij ons bent geweest!

Rust zacht lieve Skippy

5 januari 2004 – 11 oktober 2017
Advertenties

Lichtpuntjes

Het is nog vroeg als ik naar beneden sluip. Zachtjes, op mijn tenen, want de rest van het huis is nog in diepe rust. Zelfs de hondjes draaien zich nog een keer om in de bench nadat ze met hun staart met één zachte tik tegen de benchrand hebben laten weten dat ze me wel gehoord hebben, maar nog niet klaar zijn voor de ochtendwandeling.

Ik ontsteek de lichtjes in de kerstboom en doe de kleine lampjes voor het raam aan. Ook de kaarsjes voorzie ik van een lichtje. De kerstster in de keuken schijnt zacht op het aanrecht, genoeg om de ketel op het fornuis te zetten voor een potje thee.
Als het gekookte water even later in de theepot zit en ik een beschuitje met blauw/witte muisjes heb gesmeerd, rol ik me op in het hoekje van de bank. Ik trek de wollen deken over me heen en luister naar zachte muziek.

Mijn gedachten dwalen af naar kerstavond.
De rijkdom van een steeds groter wordend gezin overvalt me.
Oudste, middelste met zijn vriendinnetje, jongste met haar liefste, ze waren er allemaal.
Ik keek toe hoe jongste haar oudste broer plaagde, de schoonzoon eventjes serieus met middelste praatte over zijn ziekte en hem toen vriendschappelijk een stompje op zijn arm gaf. Ik genoot van de verliefdheid van middelste en zijn vriendin, de plagerijen van mijn lief en de verhalen van oudste.
En ik besefte me plotseling dat er bij alle angst en zorgen die we hebben ook een heleboel liefde onder de oppervlakte zweeft. Liefde dat op dit soort momenten ineens heel zichtbaar wordt.

En terwijl ik op de bank nog steeds nageniet van deze herinneringen met mijn mok thee is het plotseling net of ik zachte armen om heen voel. Tranen springen in mijn ogen, voorzichtig laat ik me achterover vallen. Een romige geur prikkelt mijn neus en het lijkt alsof ik vleugels hoor klapperen. Een gevoel van geluk schiet door mijn lijf. Ineens weet ik het zeker: alles komt goed met middelste! Misschien niet direct, maar het komt goed.
De armen zijn weer weg, net als de geur, maar de vrede in mijn lijf houdt de hele eerste kerstdag hangen.

En ik vraag me af… zouden engelen dan toch bestaan?

thuis2

Maar een hond…

Lang geleden besloten we: als we een hond nemen, blijven we wel nuchter. Natuurlijk doen we alles voor hem. We zorgen voor goed eten, voldoende drinken, veel lichaamsbeweging en fijn speelgoed. Hij wordt onderdeel van het gezin, maar hij is geen kind. Reëel gezien: het is en blijft toch (maar) een hond…
We namen twee honden, voor de gezelligheid en voor elkaar. Twee ruwharige (?) teckels.
Ruim een week geleden werd de oudste van de twee ziek.
Heel erg ziek.
Zo ziek zelfs dat opname in de dierenkliniek niet te vermijden was.
Na het aansluiten van het infuus keken we elkaar eens aan. Wat was er nu aan de hand? Waarom was hij zo ziek? Het eeuwig huppelende hondje was een natte dweil geworden die zelfs niet uit te wringen was. Ook de dierenarts keek eens bedenkelijk en besloot bloed af te nemen. Veel bloed. Voor zoveel mogelijk onderzoek. Een echo was nodig, want – zo vermoedde ze – alleen op die manier kon ze goed naar de inwendige organen kijken en hopelijk enge dingen uitsluiten.
We knikten ja en dachten niet aan de onvermijdelijke rekening die zou volgen na al die onderzoeken, laat staan opnamedagen!
Dagen gingen voorbij en het hondje knapte maar niet op.
Mijn lief ging drie keer per dag bij hem langs, moedigde hem aan om weer te gaan eten en beter te worden.
Ik keek vanaf de zijlijn mee. Voelde me machteloos en dacht steeds vaker aan die woorden van jaren geleden: ‘We blijven wel nuchter, hoor…’
Ondertussen sliepen we niet meer, van de zorg over de patiënt en over de achtergebleven broer die de nacht gebruikte om zijn verdriet uit te huilen. Het werkte op mijn zenuwen, maakte dat ik me schuldig voelde.
Waar waren we mee bezig?
De diagnose kwam binnen. Alvleesklierontsteking. Waarschijnlijk in behoorlijk heftige mate.
Wanneer was dit begonnen? En belangrijker… wanneer zou dit eindigen?
Ik besloot me op de dierenarts te richten, niet meer op de hond. Zolang zij heil zag in behandeling en overtuigd leek dat er verbetering zou komen, bleef ik bij de les. Maar zodra het moment voorbij leek te zijn, moest ik gaan praten met mijn lief. Met de kinderen.
Het is tenslotte maar een hond…
Dag vier belde de dierenarts. Het beestje moest maar naar huis, hoe ziek hij ook was. De ontsteking leek onder controle, maar het herstel liet op zich wachten. Misschien thuis…
Met lood in mijn schoenen haalde ik hem op. Het infuus moest nog afgekoppeld worden. Dit kon toch niet goed gaan?
Hopeloos. Zo’n hond…
Thuis keek hij verdwaasd om zich heen. Hij wankelde naar zijn broer. Liet zich besnuffelen en langzaam bewoog zijn staart. Was dat nu een kwispel?
Ik besefte me ineens dat ik met ingehouden adem stond te kijken.
Jongste nam hem op de bank en verleidde hem tot het eten van wat brokjes. Eén voor één…
En dat voor deze hond…
We zijn nu alweer 4 dagen verder.
Hij huppelt door de tuin, eet, drinkt en speelt met zijn broer.
Ruim een week geleden gaf ik hem geen cent meer.
Ik ben zo blij.
Het is misschien maar een hond, maar hé, het is wel mijn hond!
skippy6

 

Hardop dromen

Het was weer eens tijd om een kast op te ruimen. Of eigenlijk een lade.
Het was ook meer noodzaak dan dat ik er nu zo’n zin in had, maar ja, als de lade niet meer dicht kan nadat ik hem opengetrokken heb, dan wordt het tijd. Dan kan ik eigenlijk niet anders meer.
Goed.
Ik ging dus een la opruimen.
Eerst haalde ik alles uit de la. Wat ik écht wilde bewaren legde ik op de keukentafel, wat weg mocht ging direct de prullenbak in en alle losse spullen liet ik nog maar even op een hoopje liggen. Dobbelstenen, reserveknopen van jasjes, blouses en polo’s, have tubes lijm, losse punaises, pennen, gordijnhaakjes (waarvoor heb ik die eigenlijk nodig??), rolletjes plakband, een lolly (geen idee hoe die in de la komt!) en een verloren gewaande oorbel.
Helemaal onderin de la lagen twee plakboeken.
Op de eerste had ik 2007 geschreven, de tweede werd versierd met de jaartallen 2010/2011.
En ineens schoot het me weer te binnen.
Voor de tijd van Pinterest, voordat ik digitaal allerlei moodboards bijhield plakte ik plakboeken vol met ideeën en wensen.
Het boek 2010/2011 was ik gaan maken vanwege onze verhuizing. Plaatjes van keukens, badkamers, woonkamers, meubels, van alles had ik erin geplakt. Grappig om te zien hoe sommige dingen ook werkelijkheid zijn geworden. Het knipsel van de woonkeuken leek niet erg reëel in ons jaren twintig huis. De keuken was eerder een smalle pijpenla waar je achter elkaar door moest schuiven als je van gang naar achterdeur wilde. Mijn lief liet zich echter niet uit het veld slaan! Als ik een woonkeuken wilde, dan zou hij ervoor zorgen dat ik een woonkeuken zou krijgen. Overbodig om te zeggen dat deze keuken – bijna vijf jaar later – nog steeds mijn lievelingsplek is in ons huis!
Ook de lambrisering kwam me verdacht bekend voor in mijn plakboek. Net als de houtkachel en de kleuren van de inrichting!
Zo hadden we de verhuizing dus ingericht…
Het boek uit 2007 was weer even nieuw voor me.
Ik bladerde er eens doorheen, stuitte op een plaatje van een keukenkraan. Mijn ogen gleden naar onze huidige kraan. Toeval… Ik sloeg de bladzijde om en keek grijnzend naar openslaande deuren. Oké, die hebben we ook, maar ook dat kan iets zijn van: graag willen hebben en gewoon goed onthouden.
De bladzijde erna was pas écht bijzonder! Op dezelfde pagina sprongen twee eekhoorns achter elkaar aan in een boom terwijl een teckel vanaf een ander plaatje toekeek. Met een krullend handschrift had ik erbij geschreven: ‘Als we dan toch teckels in de tuin hebben rondrennen, dan kunnen er ook nog wel een paar eekhoorns bij! Landelijkheid ten top!’ 
In 2007 woonden we midden in een woonwijk. In geen velden of wegen een eekhoorn te bekennen. Maar sinds de verhuizing  vijf jaar geleden zijn we inderdaad de ‘eigenaars’ van twee eekhoorns. Ze rennen achter elkaar in door de bomen, peuzelen van de noten die ik iedere keer weer in het voederhuisje leg wat mijn vader speciaal voor die twee gemaakt heeft en soms krijgen ze onze twee teckels zo gek dat ze achter hen aan rennen…
Zou het dan toch waar zijn dat hardop dromen zo gek nog niet is?

be careful

Me and my guys

Honden en ik, we hebben altijd wel een klik gehad. Bij gebrek aan een eigen hond liet ik vroeger maar wat graag de honden van andere mensen uit als we bij hen op visite waren. Ergens in mijn tienertijd gingen mijn ouders overstag en liep er plotseling een vuilnisbakkie rond. Geen spaniël zoals ik eigenlijk heel graag wilde op dat moment, maar gered uit het asiel, dus waar hadden we het over? Eenmaal op mezelf begon ik met een kat. Ook leuk, minder bewerkelijk als je hele dagen moet werken, maar toen het eerste kind zich aandiende was de beslissing snel gemaakt. En omdat ik toen zelf kon kiezen was de eerste spaniël al snel een feit. Na zijn dood volgde al snel spaniël nummer twee. Roerige tijden en een onzekere toekomst maakte dat ik na een aantal jaren de spaniël met dikke tranen moest afstaan aan een ouder echtpaar die hem behandelde als hun eigen kind. Ieder jaar kregen we rond dierendag een update hoe het met hem ging. Hij overleefde zelfs zijn nieuwe baas. Jaren later schreef zijn vrouwtje dat hij was overleden. Vijftien jaar oud en innig tevreden op zijn plekje voor de kachel. In die tijd was de rust bij ons wedergekeerd en was er plek voor een nieuwe vriend. Deze keer gingen we voor een teckel. Een dashond, of – zoals de kinderen gekscherend zeiden – een worst op vier poten. Ruwharig en zo lief dat we ons volledig vergistten in het karakter van de doorsnee teckel. Al na een half jaar riep mijn lief dat hij nog nooit zo’n leuke hond had gehad en dat twee misschien dan nóg wel leuker zou zijn. Nummer twee arriveerde en al snel kwamen we achter het échte karakter van een teckel. Ondeugend, eigenwijs, charmant, parmantig, een vleier en in het bezit van een jachtinstinct waar menig jager blij mee zal zijn. En hij heeft me echter volledig ingepakt. Samen met zijn ‘broer’ runt hij hier het huishouden. Hij bewaakt de keuken en zorgt ervoor dat we niet al teveel in kilo’s toenemen door op tijd in te grijpen en de koektrommel of snoepbak te legen voordat wij dat kunnen doen. Een cappuccino is niet veilig voor hem, net als jus d’orange. Overigens ligt zijn grootste kracht in de onschuldige blik. Dat we weten dat hij het is geweest en niet zijn broer, blijkt vaak uit het feit dat de kruimels of resten in zijn baardje hem verraden. Mijn lief probeert hem nog enigszins tot de orde te roepen, ik kan dat niet. Ik lig vaak dubbel van het lachen en kan niet serieus blijven als ik zijn fluwelen ogen ontmoet. Sinds kort weet ik dat ik in goed gezelschap verkeer met mijn liefde voor een (ruwharige) teckel. Ook Jos Brink, Jack Cousteau, Lou Reed, Paul Newman, Marilyn Monroe, Andy Warhol, Queen Elizabeth, John F. Kennedy, Picasso zijn gevallen voor het ongrijpbare karakter van deze trouwe viervoeter. Ik voel me één met ze. Me and my guys. picasso