Categorie archief: Jordanië

Bucketlist

Ooit maakte ik een Bucketlist. Zo’n mooie rij met dingen die ik nog graag wilde zien, wilde doen. Om mezelf uit te dagen zette ik de meest gekke dingen erop. Zwemmen met dolfijnen, Yoga op een bergtop doen, het Noorderlicht zien, een vreemde taal leren (anders dan Duits, Engels, Frans of Spaans), heel hard zingen in de regen met iemand van wie ik erg veel hou…
Veel van die zaken heb ik kunnen afstrepen.
De zon zien opkomen in The Grand Canyon? ✅
Met mijn voeten staan in de Atlantische Oceaan en Stille Oceaan ✅
Verhuizen naar een huisje dichtbij de bosrand ✅

Iedere keer als ik iets kon afstrepen maakte mijn hart een sprongetje. Wéér iets gedaan waarin ik uitgedaagd werd door mezelf. Wéér een mooie droom verwezenlijkt.

De afgelopen weken had ik de mogelijkheid om mijn lief op te zoeken tijdens zijn lange periode weg van huis. Hij had verlof en ik vloog naar hem toe.
In een paar dagen tijd streepte ik meerdere zaken af van mijn lijstje.
Drijven in de Dode zee ✅
Slapen in de woestijn ✅
Bij de Bedoeïenen thee drinken ✅
Petra zien en beleven ✅

Net als de andere keren maakte mijn hart een sprongetje als ik weer een streepje mocht zetten door een langgekoesterde wens.

En toch voelde het allemaal wat gek.
Natuurlijk genoot ik van al die bijzondere kansen die we kregen door de uitzending van mijn lief, hoewel ik hem eerlijk gezegd gewoon al die tijd veel liever naast me in Nederland had gehouden. Het missen van iemand kan soms scherp en rauw zijn.
Lang moest ik nadenken over het randje onbehagen in mijn lijf wat ik maar bleef voelen tijdens al die mooie dagen.

Pas tijdens het sterren kijken in de Wadi Rum druppelde bij me binnen wat er schuurde.
Die enorme vrijheid die wij hebben, de mogelijkheid om dit allemaal mee te mogen maken, het kan soms ontzettend overweldigend zijn. Plotseling hoorde ik de dromerige stem van de Palestijnse baas van mijn lief. Het verlangen om weer vrij de grens over te kunnen steken binnen zijn eigen land om met zijn voeten in de zee bij Tel Aviv pootje te kunnen baden of een ijsje te kunnen likken met zijn jonge zoons terwijl ze de zon zouden kunnen zien ondergaan in Jaffa.

Zijn Bucketlist zit anders in elkaar dan die van mij.
En hoe gek mijn wensen op die lijst ook zijn, ze lijken bijna makkelijker te realiseren dan die van hem…

– Foto Gwennie Benjamins –

Advertenties

Woestijnleven

Met z’n veertienen zitten we op de hoge rotsen achter ons kamp. We kletsen, lachen, maken foto’s van de omgeving en van elkaar. Zo af en toe kijken we richting de zon. Nooit te lang, want hoewel hij al behoorlijk aan het zakken is blijft hij nog steeds te fel om er goed naar te kijken.
De kamphond is met ons mee naar boven geklommen en rent van de een naar de ander. Blaffend, uitdagend, hij is nog jong.

Plotseling verandert het licht. Wit wordt zilver, de zon lijkt vloeibaar goud.
Zonder iets te zeggen laten we ons één voor één op de rots zakken.
Mijn lief zit naast me. Zijn arm raakt de mijne, onze vingers vlechten zich samen tot één hand.
Het rode zand van de woestijn ademt leven, bergen veranderen in donkere schimmen.
Net voordat de zon echt achter de bergen wegzakt vlamt de hemel nog een laatste keer rood op om daarna in violet en indigo blauw te kleuren.

Ik laat mijn adem sissend ontsnappen en merk ineens dat ik hem al een tijdje heb ingehouden. Met een diepe teug adem ik weer in.
Langzaam staan de anderen op om naar beneden te gaan.
De zon is onder, de Ramadan voor die dag is ten einde.
Ik laat de stilte nog even op me inwerken en loop dan samen met mijn lief naar het kamp terug. Naar de eerste maaltijd van onze gastheren van die dag; de Iftar.

Na de maaltijd lopen we met z’n allen naar buiten. Onze gastheren hebben grote matten op het terras gelegd en niet veel later liggen we met z’n allen op onze rug voor het kamp naar de sterrenhemel staren. Weer valt er een diepe stilte over iedereen heen. Ik kom ogen tekort om alle sterren te zien, ik kom lijf tekort om het allemaal te bevatten. Tranen stromen over mijn wangen. Wat zijn we klein, wat is de wereld een speldenprikje in dat enorme heelal. Wat bijzonder dat we op dat kleine plekje mogen leven. Met elkaar. Bedoeïen, moslim, christen, jood, het maakt hier in de woestijn helemaal niets uit.

We leven en dat is genoeg!

– Foto: Gwennie Benjamins –