Categorie archief: Thuis

Baby

‘Hoe vaak per nacht moet jij er nog uitkomen voor die twee van jou?’
Met een zucht leun ik achterover en wrijf door mijn ogen die maar niet wakker willen worden. De collega aan wie ik het gevraagd heb neemt mij van afstand op en begint te grinniken.
‘Geen idee,’ zegt ze dan. ‘Volgens mij ben ik er vannacht in ieder geval één keer uit geweest. Maar soms weet ik eigenlijk niet eens of de kinderen mij nu echt geroepen hebben of dat ik het gedroomd heb. Sterker, soms weet ik niet eens of ik er nu wél of niet uit ben geweest!’
Ik knik. Ik herken het. De automatische piloot waar je als moeder op inschakelt op het moment dat je kinderen krijgt. De nachten verlopen vaak als in een roes als er regelmatig van die gebroken nachten tussen zitten.

Maar die kinderen zijn bij mij al lang en breed de deur uit. Van gebroken nachten hoeft dus al lang geen sprake meer te zijn! En toch sta ik iedere nacht naast mijn bed. Soms drie keer per nacht.

Teckel Teun is voor de tweede keer in een drie maanden van slag.
Eerst in oktober omdat hij afscheid van zijn broer moest nemen en sinds een paar weken loopt hij zijn baas te zoeken, waarvan ik wel weet dat hij hem niet zal vinden.

Ten einde raad stort ik mijn hart uit bij mijn ouders. Dit laat kleine herinneringsbelletjes rinkelen, want zo’n 28 jaar geleden deed ik dit ook regelmatig.
‘Heeft hij het niet gewoon koud?’ vraagt mijn moeder.
Ik begin te lachen. Koud? Een hond die het koud heeft? Het moet niet gekker worden…
‘Nou, hij heeft altijd tegen het warme lijf van Skip aan gelegen, bovendien is hij ook de jongste niet meer,’ vervolgt mijn moeder. ‘Ik kan me best voorstellen dat hij het koud heeft ‘s-nachts. En hij is eenzaam. Natuurlijk wil hij dan bij jou liggen ‘s-nachts.’
‘Maar ik wil geen hond op bed!’ protesteer ik. ‘Mijn bed is míjn bed. Daar sliep vroeger geen kind in en nu zeker geen hond.’
‘Maar als hij het nu echt koud heeft…?’
Mijn moeder ziet mijn twijfel en staat dan op. Niet veel later komt ze met mijn oude kinderslaapzak terug.
‘Hier, neem dit mee en stop hem eens in als je naar bed gaat. Wie weet helpt het.’
Net als vroeger zeg ik niets. Ik pak de slaapzak aan en denk er het mijne van.

‘s-Avonds gaat Teckel Teun op de vierdubbel gevouwen slaapzak, in zijn mandje, onder een wollen dekentje waar ik hem voor alle zekerheid ook maar even goed onderstop.
Ik kijk toe hoe hij zich oprolt en zich vervolgens met een kreun van genot diep onder de deken nestelt.

Die nacht staat er geen bibberende hond staat mijn bed.
Sterker, ik krijg hem de volgende ochtend met moeite uit zijn mand om naar beneden te gaan.

We zijn nu een week verder en Teckel Teun slaapt als een roos, iedere avond opnieuw  als een baby ingebakerd in zijn dekentje. Mijn wallen verdwijnen langzaam.

Moeders raad, altijd fijn!

– foto Gwennie Benjamins –

Advertenties

Maatje

En toen was ik plotseling helemaal alleen. Het voelt wat onwennig, maar ik ben vastberaden om er een mooie draai aan te gaan geven.

De dag nadat mijn lief vertrok ben ik dus direct aan het werk gegaan. Heerlijk afleiding in een omgeving die plotseling meer warmte biedt dan een mens kan verzinnen. Want niet alleen de lieve, warme woorden (en armen) verwelkomden mij op die eerste werkdag in het nieuwe jaar, ook een enorme doos vol met cadeautjes, briefjes en kaartjes stond op mij te wachten. Meer dan genoeg om iedere week iets uit te halen en af te tellen tot de terugkomst van mijn lief.
Een mens kan het slechter treffen…

Het eerste weekend werd het voor mijn gevoel pas echt spannend. Hoe zou het gaan, zo in mijn eentje op de bank? Trok ik nu wel of geen flesje wijn open voor mij alleen? (wel dus! 😊)
Ging ik nu wel of niet uitgebreid voor mezelf koken of smeerde ik gewoon lekker makkelijk een boterham met een gebakken ei of iets dergelijks? Maar 28 weken alleen maar brood eten is ook zoiets… Dus al snel bedacht ik dat ik beter gewoon mijn maaltje kon klaarmaken en dan wat porties in kon vriezen, zo snijdt het mes aan twee kanten… gezond bezig én slim!

Vorige week zaterdag toog ik dus naar de winkel voor de wekelijkse boodschappen, trakteerde mezelf op een paar nieuwe laarzen en kocht wat cadeautjes voor naderende verjaardagen.
Ik trakteerde mezelf op een groot glas verse gemberthee in de stad en bladerde door wat magazines die op de leestafel van ons favoriete koffietentje lagen. Ik luisterde naar de gesprekken om me heen en schreef wat regels in mijn Moleskine die standaard in mijn tas zit. Toen besloot ik dat het misschien wel gewoon een mooie dag was en dat ik mijn eigen gezelschap eigenlijk best wel op prijs stelde.

Ingenomen over zoveel tevredenheid reed ik op mijn gemakje naar huis.

Pas toen ik een overblije hond moest kalmeren omdat hij van gekkigheid niet wist hoe hij mij het beste kon begroeten schrok ik even van mijn eigen stem. Het was bijna drie uur in de middag en hoewel mijn stappenteller de 10.000 passen bijna aantikte, had mijn mond misschien hooguit vijf woorden die dag geproduceerd.

Ik moet meer praten in mijn eentje. Of met de hond!
Mijn thuismaatje.Maatje

2018!

Dag 2017, met je angsten en verdriet, je rauwe randjes en zorgen om de mensen die me zo lief zijn.
Dag 2017, je liet me de diepere dalen van het leven zien, zorgde voor slapeloze nachten gevuld met demonen en de donkerste schaduwen die ik nog nooit eerder gezien had. Je dreef me soms tot waanzin en verlamde me van ongerustheid.
Dag 2017, door jou leerde ik mijn eigen krachten pas echt goed kennen. Mijn veerkracht, mijn onverbiddelijke vechtlust. Je bracht me vaak tot stilstand en liet me de belangrijkste zaken van het leven kennen.
Dag 2017, jaar van wedergeboorte, geloof, kracht en zoveel liefde. Ik laat je achter met gemengde gevoelens, maar ik weet dat ik je nooit vergeten zal!

Hallo 2018, met je nog onbeschreven blaadjes, je beloftes en verrassingen. Alle mooie dingen in het verschiet. Ik vraag me af wat je allemaal voor mij in petto hebt. Zal je stralen van gezondheid, geluk en liefde? Zal je net zo onvergetelijk worden als je voorganger, misschien wel  vanuit een mooiere hoek? Zullen jouw hoogtepunten zegevieren en zal ik blij met je zijn?
Hallo 2018, ik heb er wel zin in. Zullen we gaan?

Zonder zijwieltjes

Hoeveel tijd zou ik in totaal hebben gerend naast de kinderfietsen van de kinderen toen ze leerden fietsen zonder de veilige zijwieltjes? Ik schat bij de oudste menig uurtje. Hij was onzeker en gaf vaak bij voorbaat al aan dat iets hem niet ging lukken, dus dat het ook niet zoveel zin had om het te proberen. Groot was zijn geluk toen hij na menig uurtje oefenen plotseling toch zonder de hulpwieltjes zijn rondjes om het huis kon maken. Hoewel hij het stiekem ook wel weer fijn vond als die wieltjes toch nog even op zijn fietsje bleven zitten. Puur voor het geval dát.

De jongste fietste weg op een klein fietsje (zonder zijwieltjes!) dat op een vakantieadres in de schuur stond zonder dat ze maar een beetje geoefend had. Volgens mij was ze tweeënhalf jaar oud en voor de duvel niet bang.

Middelste was de doorsnee van de drie. Hij fietste wat rond op zijn driewieler, reed daarna jaren rond op een minibakfiets en beweerde bij hoog en laag dat hij écht niet met die stomme zijwieltjes ging fietsen. Zolang hij niet ‘echt’ kon fietsen gebruikte hij de bakfiets wel.
Ik stond op de stoep te kijken hoe ex naast middelste rende als het al schemerde en zijn vriendjes allemaal al lang binnen waren. Soms wisselde ik met ex, zodat hij even kon uitpuffen.
Na een paar avonden reed middelste weg zonder hulp. Mij in vertwijfeling achterlatend, want de ook de stoep was voor mietjes, dus meneer wilde direct op de échte straat fietsen.

Ik moest hier weer aan denken toen middelste mij afgelopen week belde.
‘Ha moeders. Ik ben zonder medicatie en het gaat goed. Alleen nog penicilline om me door de winter heen te loodsen, maar alle andere medicijnen hoef ik niet meer te slikken!’
Ongeloof golfde door mijn lijf. Zonder medicijnen?
‘En alles is goed voor de rest?’ hoorde ik mezelf vragen.
‘Yep, alles is goed. Bloedwaarden zoals ze moeten zijn en ook mijn huid ziet er goed uit.’
‘Geen afstotingsverschijnselen meer dus?’ Ik kon het niet laten.
‘Nee… anders had ik nu nog niet zonder de medicijnen gezeten, denk ik.’ Ik hoorde de lach in de stem van middelste.
‘En je voelt je goed?’ Een moeder blijft een moeder…
‘Ja, ik voel me prima!’ Middelste gniffelde. ‘Dr. Bär zegt dat ik het uitzonderlijk goed doe. Ze is blij verrast dat ik alweer werk en sport. Dus…’

De stilte die eventjes tussen ons bleef hangen was genoeg om diep adem te halen.
Ik ben blij. Héél blij!
Nou ja, zelfs dát is een understatement, ik ben opgetogen. Ontzettend blij. Intens gelukkig! Tegelijkertijd moet ik me bedwingen om hem niet op het hart te drukken: doe alsjeblieft voorzichtig jongen! De wereld is zo hard.
Ik denk dat hij dat ondertussen ook wel weet.
En dus doe ik alleen maar een schietgebedje en probeer vooruit te kijken.
Zucht.

Best day ever

Middenin het verdriet van het laten inslapen van onze Skippy kwam het beste nieuws van het afgelopen jaar. Tranen van verdriet werden tranen van geluk en een jaar leek ineens zo lang niet meer.
Bloedwaarden van middelste:
Hb 9.8
Bloedplaatjes 130
De ondergrens van 150 komt in beeld alsof we op een finishlijn afstormen. De voorzichtige ‘stap voor stap’ maakt plaats voor een zekere tred. Middelste wordt beter, ik weet het ineens zeker.
De medicatie tegen alles wat zich maar tegen zijn lijf of stamcellen kan keren wordt afgebouwd tot nul en pas eind november hoeft hij op controle terug te komen.
Ik moet het even laten bezinken, begrijp nog steeds niet goed wat er gebeurd is in dit afgelopen jaar.
Maar ik zie wel dat we de goede kant opgaan. De héél goede kant!
Bizar…

Skippy-dippy

Kwispelstaartje, blije gup, tokkie-tokkie, Punky, Blonde Dolly, kleine scharrelaar, Skippedip, Polletje piekhaar, snurkiepurkie, warhoofd, altijd ‘verbast’.

Simpelweg wat benamingen die zo gewoon waren om aan te duiden wie we bedoelden hier in huis.

De persoonlijke tandarts van zijn broertje, knuffelkont tot op het laatste moment.
Dertien jaar geleden bij ons in huis gekomen om de boel wat op te vrolijken, het leuker en gezelliger te maken.

En dat is hem gelukt.

Het afgelopen jaar hebben we hem kleiner en brozer zien worden.
Vandaag hebben we afscheid van hem genomen.

Ons kleine vriendje.

Onze eigen Skip.

We zijn zo blij dat je bij ons bent geweest!

Rust zacht lieve Skippy

5 januari 2004 – 11 oktober 2017

Kluwen

Ik doe mijn best. Maar soms lukt het gewoon nog niet allemaal. Genieten van het leven, bedoel ik.
Er zit zo’n kluwen in me, waar ik maar niet vanaf kom. Een kluwen van twijfel, angst en onzekerheid.
Soms denk ik: loop er dan toch gewoon omheen, mens! Fluitje van een cent.
Tegelijkertijd realiseer ik me dat ik de kluwen dan achter me laat liggen. Weliswaar uit het zicht, maar dat hij nog steeds aanwezig is. En dan zucht ik maar weer een keer en draai me om.
Tja, daar ligt hij nog steeds inderdaad. Onaangetast. Onaangeroerd.

Ik moet er dus inklimmen. Hem ontwarren.
Ik ben er nu al te vaak omheen gelopen om te weten dat dát de oplossing niet is en dus probeer ik er nu maar eens in kleermakerszit voor gaan zitten en staar ernaar.
Mijn hele leven ligt in die kluwen.
En ook alle antwoorden. Dat weet ik zeker. Of denk ik dat?
Zou het komen door het boekje dat ik vorige week uit Antwerpen heb meegenomen dat ik nu wat vaker bedenk of ik de dingen wel zeker weet of verzin?
Hmmm, misschien wel.
Soms moet ik weleens denken aan een gevleugelde uitspraak van een collega van mijn lief, die bij ons in het gezin nog regelmatig herhaalt wordt: ‘Ik weet het zeker! Denk ik…’
Hij is té grappig en té waar.
Maar die kluwen? Die moet ontrafelt worden om verder te kunnen.
Met alles (en ja, dat is best veel: alles… 😉 ). Studie, werk, leven, middelste, de andere kinderen…
Misschien moet ik eerst maar eens op zoek gaan naar het begin van de kluwen (of het eind). En langzaam beginnen met oprollen. Dan zal ik er wel komen.
Dat weet ik zeker.
De bloedwaarden van middelste zijn twee weken geleden zowel gestegen (Hb en witte bloedcellen -> afweersysteem) als gedaald (bloedplaatjes!) en ik merk dat ik vooral van die daling behoorlijk van slag ben geraakt.
Niet gek, want daar is het vorig jaar allemaal mee begonnen natuurlijk. Gelukkig heeft middelste zijn volgende afspraak met zijn hematoloog kunnen vervroegen, zodat wij voor onze vakantie nog een recente update hebben. Ik doe namelijk heus wel mijn best om vertrouwen te hebben in de woorden van de hematoloog (‘Zo’n daling af en toe is normaal. Je lichaam is hard aan het werk. Kijk maar naar je Hb en de witte bloedcellen. Niet panieken alsjeblieft!’), maar stiekem vind ik het toch wel fijn als hij nog een keertje bloed heeft geprikt voordat we weggaan.
Loslaten. Ook al iets dat waarschijnlijk in diezelfde kluwen verstopt ligt. Wat ik best wel kan, maar wat een knauw heeft gekregen in het afgelopen jaar en wat zich dus teruggetrokken heeft in… die kluwen. 🙄
Tijd om aan de slag te gaan.
Er ligt een maagdelijk wit boekje klaar om aantekeningen te maken tijdens het ontwarren. Ik vind het eng en heb er zin in. De komende vijf dagen ben ik in mijn eentje. Volgens mij ga ik dat best lekker vinden…
Misschien een beetje een van hak op de tak blogje, maar ik weet zeker dat jullie mij kunnen ontwarren!
Denk ik…. 😉