Categorie archief: Vriendinnen

Homesick

Bijna zes weken zijn nu voorbij en alles wat ik me zo had voorgenomen komt eigenlijk niet uit. Ja, ik eet meer stamppot, dat is een feit, maar na zes weken zuurkool, boerenkool en rauwe andijviestamp, begin ik alweer genoeg te krijgen van die eenpansgerechten. Ik mis het gezelschap aan tafel, de gesprekken tijdens het koken en het eten.
Tegenwoordig bestaat mijn gezelschap rond etenstijd voornamelijk uit Netflix en afgelopen weekend besloot ik dat Netflix geen vriend van me is. Ook geen vijand. Wel een soort van holle, lege ruimte waar altijd plaats is voor een eenzame ziel.

Ook het voornemen om eens flink met mijn schrijven aan de slag te gaan lijkt te sneuvelen voordat het überhaupt tot leven is gebracht. Met het vertrek van mijn lief is mijn inspiratie verdwenen, in het niets opgelost. Ik schrijf niet meer dagelijks in mijn Moleskine en ook mijn blog komt er maar bekaaid vanaf. Ik zet me aan de keukentafel en staar naar witte bladzijden of klik doelloos wat sites aan om dan met een klap de deksel van mijn MacBook weer dicht te gooien.

Een paar weken geleden zei mijn moeder tegen mij: ‘Maar jij kan dat wel, alleen zijn…’ Eerst dacht ik: natuurlijk kan ik dat, alleen zijn. Later besefte ik: maar ook als ik het niet zou kunnen, heb ik geen keus. Ik móet wel. Hij is er gewoon bijna zeven maanden niet, het heeft dus niet zoveel zin om daarover na te denken.

En dan zijn er natuurlijk ook nog al die lieve mensen om me heen, waar ik in eerste instantie niet van verwachtte dat ze zo met me mee zouden leven, maar die plotseling als een vangnet om me heen staan. Collega’s worden vrienden, buren net iets meer dan enkel ‘de buurman of buurvrouw’. Sommige vriendinnen blijken echter niets met mijn gemis te hebben en verdwijnen uit het zicht. De kaartjes aan de muur in mijn keuken spreken boekdelen, net als al die uitnodigingen voor een borrel, een lunch, een wandeling en het samen gaan eten van een taartje. Kleine dingen, maar o zo kostbaar. En wat te denken van die ene, nog nooit geziene vriendin, die mij wekelijks een hart onder de riem steekt met haar lieve mailtjes vol vragen, wijsheid en lieve woorden. Ik hoop stiekem dat ze honderd kilo weegt, want ze is haar gewicht meer dan ooit in goud waard!

Ondertussen tel ik af.
Nog 22 weken…

*KLIK*

Advertenties

Kwetsbaar

‘Je bent zo sterk. Jullie doen het zo goed. Echt, wat een prachtig, krachtig gezin zijn jullie!’
Hoe meer ik deze woorden hoor, hoe meer ik twijfel. Is dat wel zo? Ben ik wel zo sterk? Doen we het wel zo goed als iedereen beweert? Alleen over dat laatste hoef ik niet te twijfelen. Daar ben ik het van harte mee eens: we hebben een prachtig, krachtig gezin.

Maar al die kracht, dat sterke gevoel, dat is vooral uiterlijk vertoon. Schone schijn. Dat is een laagje dat ik over mezelf gegoten heb om mijn diepste binnenste niet te hoeven laten zien. Om zo niet toe te hoeven geven dat de zenuwen door mijn lijf gieren, dat ik doodsangsten uitsta, soms midden in de nacht wakker wordt met een gezicht nat van de tranen.
Misschien is het ook wel een houding om anderen niet in verlegenheid te hoeven brengen. Zo van: je hoeft écht niet voor mij te zorgen, ik kan het heus allemaal wel aan. Zoals je standaard ‘goed’ zegt als iemand vraagt hoe het met je gaat, terwijl alles in je protesteert: ‘Het gaat K*T met me! Help me alsjeblieft. Kom naar me toe en houd me heel stevig vast!’

Ik word dan ook weleens boos op mezelf. Waarom zég ik nu niet gewoon dat ik een paar armen om me heen nodig heb? Dat ik het fijn zou vinden als iemand mij bij de hand neemt en niet alleen maar naast me gaat staan, maar me misschien af en toe ook eens optilt en in bescherming neemt? In plaats daarvan roep ik alleen maar stoer: ‘Tuurlijk gaan we het redden! Zeker weten dat het goed komt.’

Ik voelde pas hoe erg ik eigenlijk aan het wankelen was toen er plotseling mensen boven kwamen drijven die ik al in geen tijden meer gezien of gesproken had. Ineens waren ze er. Zonder dat ik het aan ze gevraagd had. Ze stonden naast me, hielden mijn hand vast, lieten me uithuilen en sloegen een arm om me heen.
Vriendinnen van lang geleden, nichtjes die ik al lang niet meer gesproken had, een collega die meer en meer een lieve vriendin lijkt te worden. Buren, surrogaatzusjes die een broer proberen te vervangen. Vanuit het niets dwarrelen ze naast me neer, laten me weten dat ik er echt niet alleen voorsta, dat ze begrijpen hoe het voelt om zo kwetsbaar te zijn.

En dan bedenk ik me ineens: in het woordje kwetsbaarheid zit veel méér dan die mogelijkheid om anderen het diepste van je binnenste te laten zien, je open en kwetsbaar op te (durven) stellen. Het kan ook angst inhouden om dieper gekwetst te worden.

Kwetsbaar.
Kwets-baar.

Eén enkele woordje met een wereld van betekenis.
Ik laat het maar even in mijn lijf zinken.

Wie weet wat voor kracht ik daar dan weer in vinden kan.

Onderbuikgevoel

Met de hoorn tegen mijn oor geklemd luister ik naar middelste. Zinnen als ‘… ik krijg nu twee zakken bloed…’, ‘Hb is 4.1’ en ‘… niet zo goed,’ galmen door mijn hoofd. Zijn woorden ‘Ik voel me nu echt heel slecht, mam…’ bombarderen mijn hart en laten alles gehavend achter.

Eventjes sluit ik mijn ogen en ik probeer de bittere smaak van gal weg te slikken voor het zijn weg naar buiten vindt.
Ik wíst het. Ik wist het gewoon. De week ervoor, toen we bij de hematoloog zaten. Ik voelde dat het niet goed was. Ik kan mezelf wel voor mijn kop slaan dat ik dat toen niet gezegd, geschreeuwd heb. Waarom heb ik mijn mond gehouden? Om de hoop van middelste niet de grond in te boren? Omdat ik vind dat hij zélf moet kunnen aangeven hoe hij zich voelt zonder dat ik hem vertel hoe hij zich zou moeten voelen? Om de arts niet tegen te spreken?
Ik weet het niet, en het maakt ook niet zoveel meer uit nu. Feit is dat zijn bloedwaarden in de week tussen de afspraak en het bloedprikken behoorlijk gekelderd zijn en middelste nu – naar eigen zeggen – een serieus dieptepunt heeft bereikt.

Ik denk aan de woorden van de arts die middelste een paar keer heeft uitgedaagd om te vertellen hoe hij zich voelt. Ik zie de onmacht weer in zijn ogen als middelste keer op keer beweert dat het echt wel goed met hem gaat, dat hij zich prima voelt.
Ook de arts zal af moeten gaan op hetgeen middelste aan hem vertelt.
Het is zelfs een deel van onze opvoeding: laat je niet voorschrijven hoe je je moet voelen, maar voel zelf!
Wat we hier misschien iets te veel onderbelicht hebben gelaten, is dat daarbij goed luisteren naar je onderbuikgevoel, een niet geheel onbelangrijk aspect van dit geheel.

Maar hoe eng is het eigenlijk om naar je onderbuikgevoel te luisteren?
Doe ik dat zelf wel? Duw ik zelf dat onderbuikgevoel ook niet meerdere malen per dag weg omdat het nu eenmaal eenvoudiger is om gewoon niet te luisteren?

Ik denk weer terug aan het gesprek dat ik afgelopen week had met vriendinnen. Dat ging ook over het onderbuikgevoel. Vanwege het verlangen om het zo ongelooflijk verkeerd te hebben. Omdat je jezelf iets toewenst dat leuk, lief, geweldig is, maar wat (als je uitzoomt) eigenlijk helemaal niet zo goed voor je is.
Bij één van hen ging het om een verkeerde liefde, bij mij om de gezondheid van mijn kind.

Ik heb nog heel wat te leren.
Om te beginnen: vriendjes worden met mijn onderbuik.
En dat besluit voelt goed.

reasons

Andere wereld

Met een kom muesli, een glas verse jus d’orange en een grote pot thee nestel ik me op de bank.
Het is zondagochtend en buiten begint het ochtendlicht terrein te winnen van de nacht. Een witte deken ligt over de tuinen gedrapeerd; de winterse speldenprik in deze februarimaand.
Ik knip het leeslampje boven de bank aan en krul mijn benen onder mijn lichaam. Snel pak ik het dikke boek dat ik uit de bibliotheek heb meegenomen afgelopen week. Ik sla het open op de bladzijde waar ik gisteren gebleven ben en zoek het evenwicht om het op mijn opgetrokken knieën te kunnen laten balanceren, terwijl ik mijn kom muesli oplepel.
Al snel ben ik de wereld om me heen vergeten.
Alleen het boek, mijn ontbijt en ik. Meer is er niet nodig.

Het is lang geleden dat ik me zo in een boek heb kunnen verliezen. Met alle zorgen, angst en verdriet in mijn lijf kan ik maar moeilijk de rust vinden om me over te geven aan de levens van andere mensen in zoiets als een dik boek.

De afgelopen twee weken waren zware weken.
Middelste vloog (weliswaar met toestemming én een extra bloedtransfusie als voorzorgsmaatregel) voor een weekje naar Mallorca om de ouders van vriendinnetje op te zoeken die daar wonen. En hoezeer ik ze deze week ook gunde, de bezorgdheid van de combinatie: vliegen (luchtdruk) en zijn ziekte, maakte dat ik gespannener was dan anders. Pas na het verlossende telefoontje dat de heen- en terugvlucht niet veel schade hadden aangebracht op zijn lichamelijke gesteldheid, kon ik wat opgelucht adem halen.

Ook kregen we het vreselijke nieuws dat een vroegere buurjongen, even oud als oudste, plotseling uit het leven was gestapt. Zijn ouders, broer en zus intens verloren achterlatend. Mijn hart huilde een week lang mee met mijn vroegere buurvrouwtje, koffievriendinnetje… Haar tranen zullen nog lang niet gedroogd worden en ik kan me nog niet echt voorstellen hoe het leven verder zal moeten gaan na zo’n intens verdriet.
Het kwam me even te dicht bij allemaal.

En nu dus toch plotseling de verlossing van het mezelf verliezen in een heerlijk boek. Ik grijp het met beide handen vast.
Lezen kan helend zijn als het lukt om het juiste boek te vinden.
Op het juiste moment.

bijzonder-jaar

Deux bises

Vanaf het terras sla ik ze gade. Twee oude dames. Naast elkaar schuifelen ze over de markt. Beiden trekken een mand op wieltjes achter zich aan, beiden dragen een bloemetjesjurk en beiden daaroverheen een vest. Degelijke schoenen aan de voeten, netjes een panty aan de benen. Dat het naar de 30 graden loopt deert ze niets. Zo zijn ze opgevoed.
Het enige verschil is de haardracht. De een kort en krullend, donker geverfd, de ander lang en grijs, opgestoken in een wrong.
Ze lopen van kraam naar kraam. Keuren de kersen (te waterig), snoepen van een stuk meloen dat in partjes gesneden op een bord tussen de stapel ligt en besluiten dan om voor de abrikozen te gaan. Bosui, paddestoelen, aardappelen, het verdwijnt allemaal in de mand die naast hen geparkeerd staat. De groenteman begroet de twee met de traditionele zoenen op de wang. Een gesprek over van alles en niets volgt.
De kippenboer een paar kramen verderop houdt het tweetal in de gaten. Als hij de blik van één van de twee weet te vangen wijst hij met veel gebaren naar een groot pakket. Het grijze hoofd stoot de donkere krullenbol aan. Als twee schoolmeisjes giechelen ze samen, de hoofden iets naar elkaar gebogen.
Dan draaien ze zich om en lopen naar de kaasboer. De man buigt zich over de tafel gevuld met Cantal, Epoisses en allerlei soorten Brie, Camembert en blauwschimmels. Beide dames worden op de wangen gezoend. Nadat de twee hun kazen hebben gekocht, groeten ze de man en steken over naar de schoenenkraam. Geen man deze keer en de zoenen blijven achterwege.
Al snel vervolgen ze hun weg naar de bloemenstal (twee zoenen), de slager (twee zoenen) om dan uiteindelijk toch bij de poelier te belanden.
Met een zucht stapt hij achter zijn kraam vandaan. Enthousiast begroet hij het grijze hoofd (twee zoenen) om zich dan galant over de hand van de donkerharige te buigen. De handkus krijgt een vervolg op de blozende wangen.
Alledrie merken ze de automobilist niet op, die geduldig staat te wachten om door te mogen rijden.
Twee maal twee zoenen én een handkus lang…

bises

Moeders, kinderen en vriendinnen #13 met Martin Bril

Als klap op de vuurpijl sloot ik de aprilmaand (feestmaand-want-ik-ben-50-maand) af met een groep vriendinnen.
Rond half elf stroomde mijn keuken vol met prachtige vrouwen. Een uurtje later sloot de laatste de rij die door Tom-Tom verdwaald was (ik noem geen namen 😉 ).
Zet een groep vrouwen bij elkaar en je hebt… een kippenhok (volgens mijn lief), veel slappe lach (volgens alle vriendinnen) en vooral veel therapie (volgens mij).
Er wordt gepraat over werk, rimpels, opleidingen, leeftijd en de dromen die we dromen. Partners komen héél eventjes voorbij, eigen moeders veel langer. We luisteren naar elkaar, begrijpen elkaar en vooral: we troosten elkaar. Veel en langdurig, soms met kippenvel over het hele lijf.
En – zoals dat met de meeste vrouwen met kinderen zo gaat – we hebben we het over de kinderen!
Onze kinderen.
Over die mooie dochters en zonen van ons en over hoe trots we op ze zijn. Hoe ze ons verbazen als we zien wat een mooie jonge mensen het aan het worden zijn die zelfstandig en krachtig in het leven staan. Zelf beslissingen nemen en zich doodgewoon los durven te maken van datgene wat vertrouwd en veilig voor ze is. De wereld intrekken, ontdekken wat er te halen is en soms ook niet…
Onze rol als moeder wordt (vooral door onszelf) onder de loep gelegd, bijgesteld daar waar nodig als we denken te weten dat één van ons wel erg streng is voor zichzelf en er wordt meelevend geknikt  als we het over één van de zorgenkinderen hebben. Niet de zorg als in ‘verzorgen’, maar de zorg voor een kind die worstelt met sommige dingen in zijn of haar jonge leven.
Maar vooral zijn we trots, héél erg trots op die mooie kinderen van ons!
Alle gezichten glimmen en ogen twinkelen als we het over ‘die van ons’ hebben. Leeftijd maakt niet uit, geslacht al helemaal niet!
‘s-Avonds kruip ik dan ook met een grote glimlach onder mijn dekbed en grinnik nog lang na als ik denk aan de app-jes die nog volgden toen iedereen al lang weer thuis was. We hebben allemaal weer iets waardevols opgepikt uit de vele gesprekken en mee naar huis genomen. Ikzelf ben even de zolder opgeklommen om een campingstoel en thermosfles te zoeken. Hij staat klaar voor mijn volgende bezoek. (inside joke; redactie)
Op mijn nachtkastje ligt het laatst gekochte boekje van Martin Bril, ‘De mooiste dochters van de hele wereld.’
Ik denk weer even aan mijn vriendinnen van deze dag en lees de laatste columns in dit boek. Ik zat vanmiddag met de mooiste dochters van de wereld van een aantal moeders aan tafel. Dank jullie wel meiden!

martin