Categorie archief: Werk

Zinnigs

‘Jeetje, komt hij nú alweer bijna thuis? Die tijd is toch echt voorbij gevlogen, is het niet?’
Verbijsterd kijk ik naar degene met wie ik sta te praten. Dit moet toch een grapje zijn? Een soort van vreemde humor om aan te geven dat ze eigenlijk vindt dat het wel heel lang heeft geduurd.

Aan haar ogen zie ik echter dat ze het oprecht meent.
Ik haal diep adem en kijk haar dan recht in de ogen.
‘Voor jou zal de tijd best snel gegaan zijn,’ zeg ik dan. ‘Ik kan je echter verzekeren dat het voor mij echt heel anders heeft gevoeld. Nog steeds voelt eigenlijk…’
Verwarring wisselt zich af met verbazing en dan zie ik plotseling een verbeten trek op haar gezicht komen.
‘Nou ja, dit wist je van te voren, toch? Hier kiezen ze voor. Hier worden ze uiteraard ook gewoon voor betaald. Jullie krijgen toch extra geld in deze tijd?’
Door mijn hoofd schieten zinnen als: ‘Gevarengeld ja’ en ‘Ik heb niet voor zijn beroep gekozen, ik heb voor hem gekozen.’
Ik slik ze allemaal in.
Ik lach wat naar haar en mompel dat ik verder moet. Dat ik het druk heb.
‘Nou, geniet nog maar even van deze laatste dagen alleen, hoor,’ groet ze terug. ‘Wedden dat je straks weer terug snakt naar je tijd alleen? Het geeft natuurlijk ook wel heel veel vrijheid voor je.’

Pas als ik thuis ben laat ik mijn frustratie de vrije loop.
Ik vloek, ik gooi een kussen door de kamer en plof dan op de bank om heel hard te huilen.
Al die weekenden dat ik me alleen heb gevoeld, al die nachten waarin ik het miste dat ik bij het omdraaien de hand van mijn lief kon pakken om zo in slaap te vallen, al die keren waarin ik me tien keer moest bedenken of ik nu wel of niet via FaceTime aan hem moest vertellen dat tijdens zijn afwezigheid een klager van mijn werk mij belaagde met vervelende mailtjes en telefoontjes. De scheldserenades die ik van de man in kwestie moest aanhoren, op een gegeven moment zelfs midden in de nacht. Al die momenten van angst en onzekerheid komen eruit in een huilbui die urenlang duurt.
En dan raap ik mezelf weer bij elkaar. Ik recht mijn schouders, drink een glas water, haal heel diep adem en zeg hardop: mij krijg je niet klein! Stom mormel…
En dan lach ik toch weer een beetje door mijn tranen heen.
Ik denk aan mijn moeder, die vroeger al tegen ons zei: ‘als je nu niets leuks te vertellen hebt, hou dan maar je mond…’

Nog 6 dagen, 2 uur en 10 minuten.
Dan is mijn militair thuis na 6 1/2 maand uitzending.

Ik kan niet wachten!

Advertenties

Bouwvrouw

Iedere ochtend, als ik de gordijnen openschuif, springt onze hond tegen me op. Hij wil opgetild worden. Vanaf die plek heeft hij een geweldig uitzicht over de straat en kan hij alles in de gaten houden. Ik kijk met hem mee, want niets is leuk dan samen de straat in te kijken terwijl het leven van die dag langzaam op gang komt.

De krantenjongen, klaar van zijn ronde, fietst regelmatig voorbij als wij daar zo staan. In de afgelopen weken heeft zijn wollen muts plaats gemaakt voor een pet. Niet recht op zijn hoofd geplaatst, niet achterstevoren, maar altijd wat schuin. Zijn hoofd beweegt mee op, wat ik vermoed, de muziek die hij door zijn oortjes beluisterd.

De buurman van verderop loopt voorbij met hun hond. Aan het uitrekken van de nek van Teun merk ik dat hij eraan komt. Hij ziet het eerder dan ik.

Ik kijk liever naar de werklui die het huis van de overburen in de afgelopen maanden volledig hebben gestript en opnieuw opgebouwd. Mannen met baarden kwamen en werden weken later vervangen door mannen zonder tanden. Of in ieder geval de helft van hun gebit.
Ergens in de laatste weken werd er een nieuw element aan de groep toegevoegd.
Tussen al die grote mannen, met handen als kolenschoppen, loopt sinds een dag of tien een vrouw rond. Ze zegt niet veel, ze pakt haar spullen uit de auto en loopt naar binnen. Voorbij de mannen die haar af en toe toeknikken, maar geen woord met haar wisselen.
Ze rookt niet een sigaretje mee met de bouwmannen, drinkt haar koffie misschien al thuis en gaat aan de slag als ze bij het huis aankomt. Vaak is dat de enige glimp die ik van haar zie. De mannen lopen heen en weer, zij lijkt opgeslokt door het huis.

De afgelopen twee dagen was ik thuis. En toen zag ik haar plotseling wat vaker. Rond koffietijd zat ze buiten, een grote mok in haar ene, een sigaret in haar andere hand. Links van haar zaten een paar mannen te praten met elkaar. Zij bestudeerde een bouwtekening , samen met twee anderen. Met haar pink wees ze iets aan op het blad, terwijl ze haar ogen eventjes dichtkneep om de rook van haar sigaret te ontwijken. De twee mannen knikten instemmend. Een van hen pakte een potlood en maakte een aantekening.
Een laatste slok van haar koffie, de sigaret was ook bijna op.
Toen stond ze op en ving mijn ogen.
Met een grote glimlach knikte ze me toe en ging weer aan het werk.
De bouwvrouw aan de overkant van mijn huis.

– Foto Pinterest –

Beschermengel

Bij het appje van jongste dat ze op maandag met de auto naar Schiphol moet voor haar opleiding kijken mijn lief en ik elkaar even aan. Mijn ogen glijden naar de tuin die sinds een paar uur in een soort van winterwonderland veranderd is. En nog steeds sneeuwt het.
‘Tja, ze heeft haar rijbewijs,’ hoor ik mijn lief twijfelend zeggen.
‘Kan ze niet met de trein?’ Tegen beter weten kijk ik hem hoopvol aan.
‘Als ze om half acht bij de Marechaussee kazerne daar moet zijn?’ Hij lacht als een boer met kiespijn. ‘Dat gaat never, nooit, niet lukken bij haar thuis vandaan met het openbaar vervoer.’
Ik knik. Ik weet het wel, maar toch… Het is mooi buiten, het is gevaarlijk buiten…
‘Vertrouwen maar op haar rijstijl en geef haar beschermengel maar goede instructies.’
Voor mijn lief is het daarmee klaar. Hij weet: we hebben het niet in de hand en dus heeft het weinig zin om er te lang bij stil te blijven staan.

Het woordje ‘beschermengel’ triggert iets in mijn gedachten. Ik moet ineens weer denken aan de kleinzoon van een lieve oud-collega.
Afgelopen jaar spraken we elkaar regelmatig moed in, reageerden we onze onmacht af per mail en wisten we na verloop van tijd: bij mij zou het met middelste allemaal wel weer goed komen. Haar kleinzoon kreeg geen kans meer.
De beschermengel voorbij.
Op Sinterklaasavond is hij bij zijn ouders en broertje weggegleden. Pas zes jaar jong.

Ik kijk weer naar de sneeuwvlokken buiten, die maar blijven vallen. Een dikke deken makend over ons kleine land.
In gedachten volg ik mijn lief zijn woorden en druk de beschermengel van jongste op z’n hart dat hij goed op jongste letten moet, dat het belangrijk is dat hij met dit weer extra alert blijft.
Dat we nog lang niet zonder haar kunnen.

En dan huil ik weer even. Om het veel te korte leven van de kleine Siem. Om zijn ouders, zijn broertje, zijn lieve oma die ik nog maar zo kort ken, zijn opa en alle andere mensen om hem heen, die nu achterblijven met alleen maar de herinnering aan dat stoere (klein)kind van ze.

En ik bedenk me dan dat soms ook beschermengeltjes machteloos staan blijkbaar.
Rust zacht, lieve Siem!

Plannen maken

Ruim een jaar zijn we nu verder. 14,5 maand om precies te zijn. 63 weken en een paar dagen.
Met middelste gaat het goed. De kilo’s die hij in het afgelopen jaar is kwijtgeraakt door de chemo, het vele overgeven, de diarree en het vechten tegen het ziek zijn zitten er weer dubbel en dwars aan. Het uitgemergelde lijf heeft plaats gemaakt voor een gezond mannenlichaam. Ook de haren op zijn hoofd zijn weer aangegroeid. Tot ieders verrassing donker, zacht en krullend.
De grootste verandering zit echter in zijn ogen.
Helder, alert en intens blauw kijken ze de wereld in.

Soms denk ik aan de gesprekken terug die we in het ziekenhuis hadden toen hij in de wachtstand stond. Niet meer doodziek van de chemo, maar zeker nog niet zover dat we elkaar al juichend in de armen vielen om te vieren dat het beenmerg van zijn broer de weg naar genezing had gevonden.
Die zeldzame drie weken Niemandsland. Die bijzondere drie weken Niemandsland.

In die weken werd hij bijna gedwongen om terug te gaan naar de oorsprong.
Wie ben ik? Wat wil ik? Hoe doe ik het?

We hadden heus wel gehoord dat mensen die zo ziek zijn dat ze de dood in de ogen hadden gezien, deze vragen aan zichzelf stelden.
Ik vond het misschien wel teveel van het goede om te denken dat middelste dit ook zou doen. En toch gebeurde het.
We pakten samen voorvallen op uit zijn jeugd.
Bespraken dit, huilden er samen over en knuffelden het weer goed.

Ook keken we naar de toekomst.  Zijn toekomst.
Grote dromen, wilde dromen, mooie dromen, alles kwam voorbij om de grip op het leven zo goed als mogelijk te bewaken.

Vorige week heeft hij zijn eerste knoop doorgehakt.
Zijn baan in de horeca was goed zolang het goed was. Maar nu niet meer.
Eind januari stopt hij met zijn fulltimebaan om opnieuw de schoolbanken in te gaan. Het roer om, een geheel andere kant op. Werken zal weer een bijbaantje worden om de grootste kosten op te vangen.
Blik vooruit op zijn toekomst.

Onnodig om te zeggen hoe waanzinnig trots ik ben op hem.

Mijn middelste, mijn held.

Stoerrr

Met mijn lief als beroepsmilitair kon ik natuurlijk op mijn vingers natellen dat hij met drie opgroeiende kinderen in ons gezin naar alle waarschijnlijkheid niet de enige zou blijven die zich ‘s-morgens in een uniform zou hijsen. Jarenlang hield ik rekening met de mogelijkheid dat in ieder geval één van de jongens in zijn voetsporen zou treden.

Oudste heeft er echter nooit écht over nagedacht. Zijn passie was al snel duidelijk: geschiedenis en politiek. Een veilige keuze leek mij, nu de wereld regelmatig in brand lijkt te staan. Middelste koos ervoor om de smaakpapillen van uit-eten-gaande mensen te verwennen. Ik vermoed dat hij af en toe weleens met de gedachte gespeeld heeft om ook militair te worden, maar na het afgelopen jaar is dat een voorgoed afgesloten hoofdstuk geworden.

Jongste koos voor een sportopleiding. Ik begon opgelucht adem te halen. Totdat ze in het derde jaar een stageplek en studierichting moest kiezen.

Defensie ging het worden.

Lief en ik keken elkaar eens aan en dachten op dat moment hetzelfde.
Ik heb tien minuten geworsteld met gedachten over ons meisje binnen een nog steeds overheersende mannenwereld, de zware opleiding en de onvermijdelijke uitzendingen die zouden volgen als ze écht te werk gesteld zou gaan worden.
Toen bedacht ik me dat ze koos voor een leven dat gewoon ontzettend goed bij haar past.
Ze is een doorzetter, kan omgaan met tegenslagen, is meelevend, meevoelend, maar kan ook mensen motiveren en op sleeptouw nemen. Ze wil het beste uit zichzelf halen en ook nog iets voor anderen betekenen. Het actiegerichte in deze toekomstkeuze maakt het een sluitend geheel.

Er werden wat grapjes gemaakt over haar gekozen onderdeel.  Met een liefvader bij de Luchtmacht en een vriend bij hetzelfde onderdeel zou ze wat uit te toon vallen als nieuwbakken Marecheussee’er.
Ze trok zich echter niets aan van wat er gezegd werd en meldde zich aan bij één van de vele informatiedagen. Ze werd opgeroepen en ingedeeld. Drie dagen lang verdween ze van de radar om uiteindelijk weer op te duiken met een positief advies en glanzend groen licht.

Nu is het bijna zover. In augustus gaat ze in opleiding.
Ons meisje.

Het lijkt bijna overbodig om te zeggen dat ze niet schril afsteekt naast haar twee broers. Zo stoer als oudste en middelste de afgelopen maanden waren, zo stoer vinden we haar ook.

Mega-stoer.
Über-stoer.
Gewoon héél erg stoerrr.

Foto: Picore.co

Stoer wijf (1)

Omdat de cursus van mijn lief midden in de zomer viel, en deze bovendien in Oberammergau (off all places!) werd gegeven, besloot ik met hem mee te gaan. Niet omdat het moet, maar omdat het kan. Bovendien… bergen en wij is net zoiets als thee met suiker, brood met boter; sommigen vinden het heerlijk, anderen moeten er niet aan denken. Ik (wij) behoor (behoren) tot de eerste categorie. Wij vinden het heerlijk! Ik moet ook altijd wat tranen wegslikken als ik de hoge bergtoppen zie en voel dan spontaan een rust over me heenkomen. Alleen al de wetenschap dat ik over stromende watertjes kan springen, toppen ga beklimmen en grenzen ga verleggen is voldoende om spontaan in jodelen uit te barsten!
Deze keer zou het echter anders zijn. Lief was immers niet voor niets hier, hij zou maar bar weinig van de bergen mee kunnen maken. Nou ja, vanuit het klaslokaal misschien een beetje en na vijf uur, als de lessen afgelopen waren, maar dat is te kort tijd om serieus de bergen in te trekken. Zoveel is zeker.
Ik stelde me thuis dus voor hoe ik overdag mezelf zou vermaken met wat lezen, schrijven en misschien wat wandelen. Op de stoere momenten stelde ik mezelf zelfs voor dat ik met rugzak en kaart de bergen in zou gaan, het avontuur tegemoet. Dan barste ik bij voorbaat al spontaan in lachen uit, want wie gaat er nu in z’n eentje de bergen in? Zelfs ik wist wel beter!
De eerste dag verkende ik het dorp wat, liep bij de Tourist Information naar binnen en bekeek wat wandelingen.
Plotseling hoorde ik mezelf vragen hoe de wandeling in de Klamm te combineren was met de wandeling naar een hut.
Eenmaal buiten lachte ik mezelf uit.
Begrijp ik je nu goed? In je eentje? De bergen in? Met een kaart? Yeah, right. Dream on. Ga eerst maar eens in je eentje lunchen op een terras in dit wildvreemde dorp, fluisterde een stemmetje. Dat is volgens mij al spannend genoeg!
Omdat ik meestal (meestal hè!) wel luister naar dit soort stemmetjes besloot ik me aan deze uitdaging te wagen. Ik slenterde wat door het dorp en streek toen neer op een terras gevuld met stelletjes en gezinnen.
Toeristen.
Op de vraag of ik alleen was knikte ik argeloos ja (ik voelde echter iets héél anders, dat kan ik u verzekeren!). Niet veel later zat ik te smullen van een kop soep met daarnaast een glas Radler. Om mezelf een houding te geven lag mijn Moleskine naast mijn bord en probeerde ik wat indrukken te noteren.
Het echtpaar dat een klein kwartier later bij mij aan tafel schoof maakte echter wel dat ik me iets minder bekeken voelde… Het gesprek dat met hen volgde was niet alleen leuk maar ook een welkome afwisseling van het dialoog dat ik in mijn hoofd met mezelf voerde.
Opgefleurd door deze twee mensen besloot ik onderweg naar het huisje: ik ga gewoon wandelen! Naar het volgende dorp, via de bergroute die aangegeven staat achter ons huisje. Dat moet te doen zijn!
Met mijn fototoestel over mijn schouder geslingerd volgde ik de bordjes richting Unterammergau. Af en toe steil omhoog en over kleine paadjes, soms ook plat en goed begaanbaar. Maar altijd met zicht op beider dorpen, dus redelijk veilig.
Vlak voordat lief thuis kwam plofte ik in de stoel van onze tuin.
En, heel gek, ik voelde me stiekem toch wel een stoer wijf!

wandeling dag1a wandeling dag1b  wandeling dag1c

Drie kleuren lang

Op het gebouw aan de overkant hangt de vlag halfstok. Vanaf mijn werkplek kan ik hem zien wapperen. De drie-kleur tegen een onbewolkte, blauwe hemel. Stilletjes in de zon.
Langzaam golft het rood over het wit, wit over het blauw.
Het hypnotiseert, maakt dat ik blijf kijken.
Minutenlang.
Rood voor al het bloed dat vergoten is in tijden van oorlog. Wit voor het verbleken van elke kleur, met de dood als gevolg. Blauw als teken van onzekerheid, het bedrog, het verraad.
Het ontroert me om deze kleuren halfstok te zien hangen. Het herinnert me aan alle leed van de wereld.
Mensen op de vlucht.
Toen, nu.
Geknakt, maar niet verslagen.
Morgen zal de vlag weer fier in de top zwaaien.
Het rood zal weer stralen als teken van liefde. Het wit zal het onbekende, het nieuwe symboliseren en het blauw de bescherming van de hemel. Er zal gedanst en gezongen worden. Zoals het hoort bij een viering van bevrijding.
Maar vandaag is alles nog even stil.
Drie kleuren lang.

bevrijd