Tagarchief: Dromen

Passie

Een poosje geleden vertelde ik dat ik een artikel had gelezen over hoe je van je passie je werk kunt maken. Op dat moment pikte ik alleen de eerste vraag eruit om voor mezelf te beantwoorden. Mijn held(in), mijn voorbeeld. 
Van meerdere mensen kreeg ik het verzoek om de andere vragen ook nog even te delen. Dat wil ik graag doen natuurlijk, maar niet zonder de auteur van dit artikel te benoemen. Al een tijdje lees ik mee bij Lodi Planting. Niet altijd volg ik zijn beweringen, soms vind ik het net allemaal iets té, maar soms laat hij me even nadenken. En daar gaat het me toch eigenlijk om.
Ook met deze zeven vragen dus.

  1. Wie is jouw held/heldin? Beroemdheid en/of iemand uit je omgeving.
  2. Wat zal er worden gezegd als jij afstudeert of weggaat bij je bedrijf?
  3. Wat zou je doen als geld en tijd geen issue was?
  4. Wat deed je graag als kind?
  5. Wanneer heb je eer van je werk?
  6. Wanneer doe je dingen moeiteloos?
  7. Wat zou je morgen doen als je wist dat je niet kon falen?

Bij vraag 2 gaat het bij mij al fout. In mijn hoofd hoor ik mensen zeggen: ‘Ben je nu helemaal gek geworden? Je hebt een vaste aanstelling, een leuke baan, fijne collega’s en bovendien heb je financiële verplichtingen!’ Vooral dat laatste drukt zwaar op mijn schouders. Ja, we hebben een huis, mét hypotheek en kinderen die we zo nu en dan ook nog willen ondersteunen als het moet of als we er zin in hebben. Dus… moeilijk!
Als geld en tijd geen issue was (vraag 3) dan werd ik een hippie! Alles wat me lief is in een camperbus stoppen en lekker rondzwerven. De wereld zien. Gewoon af en toe werken voor het geld dat nodig is om op dat moment te leven. Eten, drinken, kleding. Veel heb ik niet nodig dan. Maar ja, ook mijn lijf wordt ouder en ooit komt er een tijd dat ik niet meer reizend mijn geld kan verdienen. Wat doe ik dan? En hup, ik ben weer terug bij vraag 2!
Vraag 4: als kind schreef ik al kleine verhaaltjes. Met een nichtje werkte ik zogenaamd aan ons eigen weekblad. Inclusief strip, horoscoop en interview. Dagdromen was iets wat zelfs op mijn rapport regelmatig terugkwam. ‘Joolzz zou minder uit het raam moeten staren, dan volgt ze misschien de lessen beter,’ was iets wat regelmatig terugkwam op de periodieke cijferlijsten. Ook had ik al vroeg een eigen fotostelletje en maakte hele fotoalbums – inclusief tekeningen en plaatjes die uit tijdschriften geknipt waren -. Dus als ik die dingen bij elkaar optel…
5. Eer van mijn werk? Als ik er zelf blij van wordt! 🙂
6. Als ik iets leuk vindt en het druk heb, de vrijheid krijg en mijn eigen weg mag volgen heb je geen kind aan mij! Maar ja, wie heeft dat niet?
Wat ik morgen zou doen als ik nu weet dat ik niet ga falen (laatste vraag)? Opleiding tot (foto)journalist volgen en de wereld rondtrekken!
Ach een mens mag toch ook nog wel een beetje dromen?

passie

Advertenties

Held(in)

Vanmorgen zat ik een stukje te lezen over hoe je van je passie je werk kunt maken. Ik heb er al genoeg over gelezen en dit soort dingen blijken soms toch moeilijker in praktijk te brengen dan de schrijver beweert.
Goed.
Omdat ik toch altijd weer benieuwd ben wat de schrijver te melden te heeft, las ik door.
Aan de hand van een stappenplan zou ik toch eerst eens moeten ontdekken wát nu precies mijn passie zou zijn. En nee, het was niet de bedoeling om direct naar een droombaan over te schakelen, want dat is de grootste hindernis die mensen kunnen hebben.
Oké, het klonk niet echt onlogisch, dus ik zette mijn droombaan in de vriezer en ging er eens goed voor zitten.
Vraag 1 was helder.
Wie is jouw held/heldin? Beroemdheid en/of iemand uit je omgeving.
Hmm, wat een rotvraag. Ik heb het niet zo op helden of heldinnen. Dat is altijd zo… verheven. Groots. Ik heb ook nooit een idool gehad. Nooit van die posters op mijn kamer waar ik voor het slapen gaan nog even een kus op drukte in de veronderstelling dat degene op die poster zou weten dat ik dat deed en daar veel plezier aan beleefde.
Ik besloot me om het anders aan te pakken.
Van wie heb ik vroeger op school weleens een werkstuk gemaakt dan? Of wie vond ik sterk en krachtig?
Plotseling schoot me te binnen dat ik ooit een werkstuk heb gemaakt over Marie Curie. Het zal in de zesde klas geweest zijn. Ik herinner me dat ik behoorlijk geobsedeerd was door haar leven. Het feit dat ze als eerste vrouwelijke natuurkundige haar proefschrift aan de Parijse Sorbonne verdedigde vond ik geweldig. Eerste vrouwelijke natuurkundige. Aan de Sorbonne. Hoe gaaf is dat?
Ik denk dat er op dat moment wel iets in mij aangeraakt is wat maakte dat ik wilde ontdekken. Pionieren. Ergens als vrouw de eerste in wilde zijn.
Ach, ik zie nu dat het mooie meisjesdromen waren, maar het komt misschien wel het dichtst bij de vraag wie mijn held(in) was. Vroeger.
Als ik meer naar het nu kijk, dan is misschien mijn oma wel mijn grootste voorbeeld.
Heel lang is ze zelfstandig gebleven. Op oudere leeftijd heeft ze nog verre reizen gemaakt, was ze geïnteresseerd in alles en iedereen om haar heen. Ik herinner me mijn verbazing toen ze op haar 90e doodleuk meldde dat ze ‘gewoon’ een gsm had. En ik geloof zelfs dat áls ze een computer had gehad, ze actief op Facebook had gezeten. Lekker volgens haar eigen weg. Midden in het leven, lak aan het getal van leeftijd. Zo wil ik ook worden.
Marie Curie en mijn omaatje.
Twee heldinnen voor mij.
De eerste zal ik niet snel evenaren, maar de tweede…? Ik teken ervoor!

heldin

 

Hardop dromen

Het was weer eens tijd om een kast op te ruimen. Of eigenlijk een lade.
Het was ook meer noodzaak dan dat ik er nu zo’n zin in had, maar ja, als de lade niet meer dicht kan nadat ik hem opengetrokken heb, dan wordt het tijd. Dan kan ik eigenlijk niet anders meer.
Goed.
Ik ging dus een la opruimen.
Eerst haalde ik alles uit de la. Wat ik écht wilde bewaren legde ik op de keukentafel, wat weg mocht ging direct de prullenbak in en alle losse spullen liet ik nog maar even op een hoopje liggen. Dobbelstenen, reserveknopen van jasjes, blouses en polo’s, have tubes lijm, losse punaises, pennen, gordijnhaakjes (waarvoor heb ik die eigenlijk nodig??), rolletjes plakband, een lolly (geen idee hoe die in de la komt!) en een verloren gewaande oorbel.
Helemaal onderin de la lagen twee plakboeken.
Op de eerste had ik 2007 geschreven, de tweede werd versierd met de jaartallen 2010/2011.
En ineens schoot het me weer te binnen.
Voor de tijd van Pinterest, voordat ik digitaal allerlei moodboards bijhield plakte ik plakboeken vol met ideeën en wensen.
Het boek 2010/2011 was ik gaan maken vanwege onze verhuizing. Plaatjes van keukens, badkamers, woonkamers, meubels, van alles had ik erin geplakt. Grappig om te zien hoe sommige dingen ook werkelijkheid zijn geworden. Het knipsel van de woonkeuken leek niet erg reëel in ons jaren twintig huis. De keuken was eerder een smalle pijpenla waar je achter elkaar door moest schuiven als je van gang naar achterdeur wilde. Mijn lief liet zich echter niet uit het veld slaan! Als ik een woonkeuken wilde, dan zou hij ervoor zorgen dat ik een woonkeuken zou krijgen. Overbodig om te zeggen dat deze keuken – bijna vijf jaar later – nog steeds mijn lievelingsplek is in ons huis!
Ook de lambrisering kwam me verdacht bekend voor in mijn plakboek. Net als de houtkachel en de kleuren van de inrichting!
Zo hadden we de verhuizing dus ingericht…
Het boek uit 2007 was weer even nieuw voor me.
Ik bladerde er eens doorheen, stuitte op een plaatje van een keukenkraan. Mijn ogen gleden naar onze huidige kraan. Toeval… Ik sloeg de bladzijde om en keek grijnzend naar openslaande deuren. Oké, die hebben we ook, maar ook dat kan iets zijn van: graag willen hebben en gewoon goed onthouden.
De bladzijde erna was pas écht bijzonder! Op dezelfde pagina sprongen twee eekhoorns achter elkaar aan in een boom terwijl een teckel vanaf een ander plaatje toekeek. Met een krullend handschrift had ik erbij geschreven: ‘Als we dan toch teckels in de tuin hebben rondrennen, dan kunnen er ook nog wel een paar eekhoorns bij! Landelijkheid ten top!’ 
In 2007 woonden we midden in een woonwijk. In geen velden of wegen een eekhoorn te bekennen. Maar sinds de verhuizing  vijf jaar geleden zijn we inderdaad de ‘eigenaars’ van twee eekhoorns. Ze rennen achter elkaar in door de bomen, peuzelen van de noten die ik iedere keer weer in het voederhuisje leg wat mijn vader speciaal voor die twee gemaakt heeft en soms krijgen ze onze twee teckels zo gek dat ze achter hen aan rennen…
Zou het dan toch waar zijn dat hardop dromen zo gek nog niet is?

be careful

Reizen met Tom

Ik ga graag op reis. Hier in Nederland of erbuiten.
Ontdekken – schrijven – fotograferen, het is dé droomcombinatie waar ik nooit over had nagedacht. Eigenlijk weet ik pas sinds kort wat ik later zou willen worden, maar het vervelende van deze ontdekking is dat ik al in het later leef en niet goed weet hoe ik dit zou kunnen veranderen.
Ik bedoel, wie zit er nu op een bijna 49-jarige Floortje Dessing te wachten?
Goed.
Ik ben dus graag onderweg.
Meestal ga ik met mijn lief op pad. Soms alleen.
Beiden bevallen mij prima.
Sinds een tijdje heb ik nog een reismaatje.
We kennen elkaar nog niet zo lang, maar het grappige is dat we maar zelden ruzie krijgen. In tegenstelling tot het reizen met mijn lief, waarbij het nog weleens tot verhitte discussies kan komen omdat ik toch de afslag verkeerd heb gelezen, zijn hij en ik het eigenlijk altijd wel eens met elkaar.
Gisteren was het weer zover: hij en ik gingen onderweg. Met z’n tweetjes.
Gelukkig is mijn lief niet jaloers aangelegd. Waarom zou hij ook? Hij weet: ik ben haar grote liefde en dat uitje met die ander is iets wat ze gewoon af en toe nodig heeft.
Omdat ik een vroege vogel ben, past Tom (zo heet de ander) zich aan aan mijn ritme.
Dat is fijn.
Even na achten reden we dus de straat aan.
De zon scheen, de velden waren wit van de rijp en de lucht kleurde babyblauw met af en toe een zweem roze erdoorheen.
We zochten een leuk muziekje op en in een vredige stilte reden we richting oosten van het land. Af en toe zeiden we iets tegen elkaar, wees ik hem op de enorme troepen ganzen die gakkend door de weilanden scharrelden of liet hij me weten dat ik misschien iets zachter zou kunnen rijden.
Bij Arnhem moesten we richting Doetinchem en bijna ging het mis.
De rotonde die er moest zijn miste ik en plotseling was ik van de snelweg op een ventweg terecht gekomen. Tom haalde echter zijn schouders op. Wees een keer naar de boot die onder de brug doorvoer waar we op dat moment overheen reden en vertelde me dat we een andere weg konden nemen. Waarschijnlijk zouden we er zo ook wel komen.
Dorpen gleden aan ons voorbij.
Namen waar ik nog nooit van gehoord had.
Lathum, Bahr, Bingerden, Angerlo, Drempt, Laag-Keppel, Hummelo… Bij de laatste naam ging een belletje rinkelen. Daar had ik weleens over gehoord.
Ontspannen leunde ik achterover en genoot van de boerderijen, verlaten gemeentehuizen en de schattigste kerkjes die je je maar kunt voorstellen.
Tegen koffietijd parkeerden we de auto en liet ik hem achter in de auto voor een kop koffie en een lunch met drie lieve vriendinnen.
Tegen drieën ontmoetten we elkaar weer in de auto en gingen onderweg naar huis.
Deze keer in rechte lijn. Ook hij weet: op de heenweg kan ik haar verleiden met nieuwe routes, terug wil ze naar huis. Naar haar lief.
Ja, Tom en ik, een prima combinatie!

Tom