Tagarchief: Gezin

Transplantatiedag 2.0

Koningsdag brak aan en Koningsdag ging weer voorbij. Zonder ziekenhuisopname van middelste, zonder vooruitzicht op de transplantatiedag die op 2 mei gepland stond.
Stond ja, want ondertussen is de hele handel verplaatst naar een week later.
De oorzaak is een doodeenvoudige verkoudheid van middelste. Een beetje sniffen, een beetje rauwe keel. Maar genoeg om alles een volle week door te schuiven en middelste aan de zoveelste penicillinekuur te onderwerpen. Dat wat voor ons een ongemakje is, kan voor hem uitlopen op een groot drama. De chemo zal de zijn weerstand naar beneden halen tot 0,1 en dat is vrij spel voor virussen en bacteriën om eens lekker te gaan muiten. Niks geen ongemakjes meer, maar een zware griep, longontsteking of erger kan het gevolg zijn voor hem.

En dus staat iedereen weer in de wachtstand.
Hij, zijn grote broer, zijn vriendinnetje, wij, het transplantatie team, het operatieteam van oudste en de afdeling waar middelste tenslotte weken nog zal gaan doorbrengen.
Het is niet anders.

In de week waar Cruijff eindelijk zijn naam verbonden kreeg aan zijn eigen stadion kreeg moest ik toch denken aan zijn misschien wel meest populaire uitspraak: ieder nadeel hep z’n voordeel.
In dit geval een waarheid als een koe.
Natuurlijk balen we, natuurlijk moesten we allemaal even tien keer slikken, honderd keer zuchten, maar toen bedachten we ons: hé, wacht eens eventjes… Hadden wij niet een groot huis aan zee gehuurd voor in dit Koningsweekend? Was het niet zo dat we dit eigenlijk niet meer konden annuleren en hadden we niet bedacht dat we wel zouden zien wie en en hoe lang iemand van het gezin er misschien toch nog gebruik van wilde maken? Misschien niet voor het gehele weekend, maar wellicht voor een enkel nachtje? Zouden we nu niet eens kunnen kijken of we nu…?

Ik appte dus met middelste. Vraag eens aan de hematoloog of dit akkoord is.
Middelste appte niet veel later terug: geen probleem, zolang ik maar niet ga zwemmen in een subtropisch zwembad, de zee of andere gekke dingen ga doen.
We keken elkaar eens aan en besloten: dan gaan we!
Ook nu misschien niet de hele periode, maar die paar daagjes met het hele gezin nog even bij elkaar is een plotseling Godsgeschenk. Dus waarom niet?

3 mei gaat middelste naar het ziekenhuis om met de chemo te beginnen, transplantatiedag 2.0 staat nu gepland op 9 mei.
Nu maar hopen dat er niet nog een gek virus op de loer ligt…

Advertenties

Kwetsbaar

‘Je bent zo sterk. Jullie doen het zo goed. Echt, wat een prachtig, krachtig gezin zijn jullie!’
Hoe meer ik deze woorden hoor, hoe meer ik twijfel. Is dat wel zo? Ben ik wel zo sterk? Doen we het wel zo goed als iedereen beweert? Alleen over dat laatste hoef ik niet te twijfelen. Daar ben ik het van harte mee eens: we hebben een prachtig, krachtig gezin.

Maar al die kracht, dat sterke gevoel, dat is vooral uiterlijk vertoon. Schone schijn. Dat is een laagje dat ik over mezelf gegoten heb om mijn diepste binnenste niet te hoeven laten zien. Om zo niet toe te hoeven geven dat de zenuwen door mijn lijf gieren, dat ik doodsangsten uitsta, soms midden in de nacht wakker wordt met een gezicht nat van de tranen.
Misschien is het ook wel een houding om anderen niet in verlegenheid te hoeven brengen. Zo van: je hoeft écht niet voor mij te zorgen, ik kan het heus allemaal wel aan. Zoals je standaard ‘goed’ zegt als iemand vraagt hoe het met je gaat, terwijl alles in je protesteert: ‘Het gaat K*T met me! Help me alsjeblieft. Kom naar me toe en houd me heel stevig vast!’

Ik word dan ook weleens boos op mezelf. Waarom zég ik nu niet gewoon dat ik een paar armen om me heen nodig heb? Dat ik het fijn zou vinden als iemand mij bij de hand neemt en niet alleen maar naast me gaat staan, maar me misschien af en toe ook eens optilt en in bescherming neemt? In plaats daarvan roep ik alleen maar stoer: ‘Tuurlijk gaan we het redden! Zeker weten dat het goed komt.’

Ik voelde pas hoe erg ik eigenlijk aan het wankelen was toen er plotseling mensen boven kwamen drijven die ik al in geen tijden meer gezien of gesproken had. Ineens waren ze er. Zonder dat ik het aan ze gevraagd had. Ze stonden naast me, hielden mijn hand vast, lieten me uithuilen en sloegen een arm om me heen.
Vriendinnen van lang geleden, nichtjes die ik al lang niet meer gesproken had, een collega die meer en meer een lieve vriendin lijkt te worden. Buren, surrogaatzusjes die een broer proberen te vervangen. Vanuit het niets dwarrelen ze naast me neer, laten me weten dat ik er echt niet alleen voorsta, dat ze begrijpen hoe het voelt om zo kwetsbaar te zijn.

En dan bedenk ik me ineens: in het woordje kwetsbaarheid zit veel méér dan die mogelijkheid om anderen het diepste van je binnenste te laten zien, je open en kwetsbaar op te (durven) stellen. Het kan ook angst inhouden om dieper gekwetst te worden.

Kwetsbaar.
Kwets-baar.

Eén enkele woordje met een wereld van betekenis.
Ik laat het maar even in mijn lijf zinken.

Wie weet wat voor kracht ik daar dan weer in vinden kan.

Lichtpuntjes

Het is nog vroeg als ik naar beneden sluip. Zachtjes, op mijn tenen, want de rest van het huis is nog in diepe rust. Zelfs de hondjes draaien zich nog een keer om in de bench nadat ze met hun staart met één zachte tik tegen de benchrand hebben laten weten dat ze me wel gehoord hebben, maar nog niet klaar zijn voor de ochtendwandeling.

Ik ontsteek de lichtjes in de kerstboom en doe de kleine lampjes voor het raam aan. Ook de kaarsjes voorzie ik van een lichtje. De kerstster in de keuken schijnt zacht op het aanrecht, genoeg om de ketel op het fornuis te zetten voor een potje thee.
Als het gekookte water even later in de theepot zit en ik een beschuitje met blauw/witte muisjes heb gesmeerd, rol ik me op in het hoekje van de bank. Ik trek de wollen deken over me heen en luister naar zachte muziek.

Mijn gedachten dwalen af naar kerstavond.
De rijkdom van een steeds groter wordend gezin overvalt me.
Oudste, middelste met zijn vriendinnetje, jongste met haar liefste, ze waren er allemaal.
Ik keek toe hoe jongste haar oudste broer plaagde, de schoonzoon eventjes serieus met middelste praatte over zijn ziekte en hem toen vriendschappelijk een stompje op zijn arm gaf. Ik genoot van de verliefdheid van middelste en zijn vriendin, de plagerijen van mijn lief en de verhalen van oudste.
En ik besefte me plotseling dat er bij alle angst en zorgen die we hebben ook een heleboel liefde onder de oppervlakte zweeft. Liefde dat op dit soort momenten ineens heel zichtbaar wordt.

En terwijl ik op de bank nog steeds nageniet van deze herinneringen met mijn mok thee is het plotseling net of ik zachte armen om heen voel. Tranen springen in mijn ogen, voorzichtig laat ik me achterover vallen. Een romige geur prikkelt mijn neus en het lijkt alsof ik vleugels hoor klapperen. Een gevoel van geluk schiet door mijn lijf. Ineens weet ik het zeker: alles komt goed met middelste! Misschien niet direct, maar het komt goed.
De armen zijn weer weg, net als de geur, maar de vrede in mijn lijf houdt de hele eerste kerstdag hangen.

En ik vraag me af… zouden engelen dan toch bestaan?

thuis2

Logisch

‘Misschien een leuk onderwerp voor een column?’
Zo stond in het onderwerp van een mailtje dat ik twee weken geleden op mijn werk ontving. Het is deze maand mijn beurt om een column te schrijven en hoewel er geen echte regels zijn is het onderwerp duidelijk.
Integriteit.
Daarover wordt altijd geschreven.
Ik las het artikel en dacht erover na. Het proces van Wilders en de keuze die gemaakt was om op dit proces alleen maar rechters te zetten die geen politieke voorkeur uitspraken of lid zijn van een politieke partij.
Pffttt… lastig onderwerp! Zelfs nadat ik de discussie hierover – aangezwengeld en uitgezonden door de Volkskrant – had nagelezen én beluisterd.
Ik dacht er dus lang over na.
Toen werd het 22 maart.
Europa werd in het hart getroffen door aanslagen.
Tussen alle werkzaamheden door luisterden we naar de radio. Ik volgde zelfs een stukje van de verslaglegging mee op tv. En net als alle andere collega’s gruwden we van de daden, dachten we aan de mensen wiens (soms heel jonge!) levens zomaar weggevaagd waren die ochtend. Ledematen afgerukt, brandwonden, verminkt voor het leven.
We vroegen ons af of iemand van onze familie, vrienden, kennissen of collega’s op het vliegveld aanwezig zou zijn. Ik bedoel, Brussel… Het is soms handiger vliegen vanaf daar voor onze stad dan Amsterdam. Een collega had contact met haar vriend. Zijn zoon zou die dag vanaf Zaventem vliegen. Hij was godzijdank ongedeerd. Een andere collega belde een overleg af, want ook zijn kind was onderweg naar Brussel. Dat was belangrijker. Uiteraard!
We hielden elkaar voor dat we vooral niet angstig moesten worden. Ja, het kwam dichterbij, maar als angst de mens gaat regeren…
Het werkte maar half.
Die middag reed ik op mijn fiets richting huis. Bij de tweede bocht fietste ik een multiculturele straat in. Over het algemeen geniet ik van de bedrijvigheid en vele geuren die vanuit de diverse eetcafé’s de straat op dwarrelen. Soms groet ik ook wat mensen, gewoon omdat ik ze iedere dag weer tegenkom.
Deze middag zag ik vooral gesloten gezichten. Strak, grauw, strijdlustig… En voor het eerst voelde ik me niet op mijn gemak in deze straat. Ik dacht weer even aan mijn te schrijven column, aan Wilders en de keuze om rechters voor dit proces te kiezen zonder uitspraak van politieke voorkeur en angst omvatte mijn hart.
Angst en boosheid.
Angst voor van alles, boosheid omdat ik deze angst toeliet op dat moment.
Aan het eind van de straat fietste ik de hoek om.
‘Het is niet erg dat je angst hebt,’ suste ik mezelf. ‘Op een dag van vandaag is dat ook logisch. Ja, dat is het: het is logisch!’ Denkend aan de man die deze gevleugelde uitspraak ook in ons gezin gebracht had.
Twee dagen later werd ook die zekerheid omver getrokken.
De wereld was plotseling niet meer zo logisch.
Ik was er stil van…

logisch

 

Verhuisd

Hier sta ik dan.
In mijn nieuwe ‘huis’. Het voelt nog leeg, koud en zonder leven.
Ik blader door de lege bladzijden, probeer me voor te stellen hoe woorden weer hele zinnen gaan vormen. Zinnen weer nieuwe blogjes.
Het kost me wat moeite. Ik geef het eerlijk toe.
Het voelt nog zo kaal.
Zo leeg.
Best eenzaam eigenlijk…
De verhuiskaartjes moeten nog gemaakt worden. Verstuurd worden. Niemand weet dat ik hier ben. Alleen ik…
Ik vraag me af waar ik in ‘s-hemelsnaam aan begonnen ben. Waarom ik mijn oude plek heb verlaten. Het thuis waar iedereen me wist te vinden.
Waar ik altijd aanwezig was.
En ik twijfel.
Heel eventjes maar.
Ik weet dat het goed is. Dat het soms beter is om opnieuw te beginnen. Een frisse start te maken, hoe verdrietig het misschien ook is.
Mijn handen leunen op de keukentafel. De plek waar alles gebeurt. Waar mijn MacBook staat en het fototoestel regelmatig rondslingert.
Ik kijk naar mijn lief. Naar oudste, middelste en jongste. De twee schoonkinderen en de hondjes.
En dan weet ik het zeker! Het is goed zo. Wat me lief is blijft dicht bij me.
Het maakt niet uit waar ik ben.
Thuis is waar ik zelf ben.
En mijn keukentafel… 😉

keukentafel