Tagarchief: Gezond

Opstaan en doorgaan

Tijdens het avondeten zit ik hem voor de zoveelste keer op te nemen. Ik kan er bijna geen genoeg van krijgen om naar hem te kijken.

Het is pas een jaar geleden dat ik ook zo naar hem zat te kijken. Toen voornamelijk aan de rand van zijn ziekenhuisbed, met een lijf en hoofd vol angst en ongeloof. Wat was er met hem aan de hand? Waarom moest juist hem, ons dit overkomen?
Op die laatste vraag gaf mijn lief al snel als antwoord: waarom niet?
Tja, waarom niet? Wat maakt ons, hem, mij inderdaad zo bijzonder dat dit soort dingen aan ons voorbij zou moeten gaan?
Die vaststelling gaf al snel rust. De angst werd er niet minder om. Angst om te verliezen, angst voor een toekomst zonder ons middelste kind.

Een jaar later zitten we aan tafel en kijk ik naar zijn gebruinde gezicht. Zijn felblauwe ogen kijken bijna nieuwsgierig om zich heen, alsof hij de wereld voor het eerst ziet. Écht ziet.
Niet voor het eerst vraag ik me af hoe lang hij eigenlijk ziek is geweest voordat we er een jaar geleden achter kwamen.
Twee jaar? Drie jaar? Vijf jaar misschien?
Ik herinner me zijn overgang van kind naar jong volwassene. Die verliep niet helemaal zonder strubbelingen. Hij was niet de makkelijkste puber, wij niet de makkelijkste ouders.
Met vlagen vroeg ik wanhopig aan mijn lief: wat ís er toch met middelste? Hij ziet er zo gekweld uit. Moe. Zonder vuur in zijn ogen. Zonder… tja, zonder wat eigenlijk?

In die tijd weten we het aan ‘het puber zijn’, de sterke wens om onafhankelijk te willen zijn, zijn frustratie dat dát niet helemaal lukte. Te groot voor het servet, te klein voor het tafellaken, zoals mijn vader dat altijd zo mooi zegt.

Nu denk ik: is zijn ziekte toentertijd al niet een beetje begonnen? Hoe werkt dat met een menselijk lichaam? Hoe werkt het met deze ziekte? We zullen het nooit te weten komen. Dat hoeft ook niet meer. Vast staat dat hij nu de goede kant op gaat.
Hij gaat er met de dag beter uit zien en (nog veel belangrijker!) hij gaat zich met de dag beter en sterker voelen. Het dipje dat af en toe nog in zijn bloedwaarden te zien is heeft meer met het enorm snelle herstel te maken (wat het lichaam dan gewoon niet kan bijbenen volgens zijn hematoloog) dan dat de ziekte weer terug is gekomen (mijn angst).

Net als toen begint hij ook nu zich weer een beetje tegen mij af te zetten. Maar nu voelt het anders. Ik moet hem ook weer wat meer loslaten. Niet meer iedere keer roepen: kán dat wel? Mág je dat wel? Is dit nu wel verstandig? Mijn gedachten loskoppelen van dat zieke lijf van het afgelopen jaar.
Hij moet zelf zijn grenzen weer gaan opzoeken in wat wel en niet kan en dat doet hij goed.

Ik ga dus nóg een stapje terug doen, zonder echt helemaal los te laten. Ook mijn gewone leven weer oppakken.
Trots, blij en vol vertrouwen in de toekomst.

Advertenties

Wintersalade

Als kind was het avondeten altijd vrij eenvoudig. In de zomer werd er veel sla gegeten (en dan de doodordinaire kroppen,  natuurlijk), in de winter stond er vaak stamppot op het menu, in de herfst geurde het huis naar stoofpeertjes en in de lente aten we spinazie, witlof of andijvie. Pas ergens tegen de tijd dat ik een tiener werd veroverde de Italiaanse keuken meer en meer terrein en werden onze maaltijden afgewisseld door spaghetti, macaroni of lasagne.
Toen ik op mezelf ging wonen breidden de gerechten zich steeds vaker uit richting het exotische, maar in één ding bleef ik trouw: salade in de zomer, stamppot in de winter.

Nu wil het toeval dat mijn lief gek is op salade. Ik heb liever warm eten. Zeker als het winter is!
Toch zijn er een paar salades waar ik me gedurende de wintertijden weleens aan waag.

Zo ook deze uit het kookboekje van Carlo Kool:

Salade van verse spinazie en gerookte kip (voor 2 personen en in 15 minuten klaar!)

Ingrediënten

200 gram verse spinazie
1 avocado
handje (zwarte) olijven, zonder pit, doormidden gesneden
6 stuks zongedroogde tomaten, fijngesneden
1 courgette
250 gram gerookte kip, in reepjes gesneden
flinke hand cashewnoten
1 eetlepel grove Italiaanse kruiden
1 theelepel grove mosterd
2 eetlepels olijfolie
1 eetlepel agave siroop
1 theelepel (groene) pesto

Doe de spinazie in een grote kom. Snijd de avocado doormidden, verwijder de pit en lepel hem uit zijn schil. Dan het vruchtvlees in stukjes snijden. Voeg de olijven toe, net als de zongedroogde tomaten.
Maak een dressing van de Italiaanse kruiden, mosterd, olijfolie, agave siroop en pesto.
Snijd de courgette in blokjes.
Zet een grote pan (of wok) op het vuur met een scheut olijfolie. Roerbak de courgette en gerookte kip.
Schep dit bij de salade en roer dit goed door.
Rooster nog even in de pan een minuutje (of twee) de cashewnoten, zodat ook deze lekker warm zijn.
Voeg de cashewnoten toe aan de salade en roer de dressing erdoor.

Heerlijk!! (zelfs in de winter)

spinaziesalade

Ironie ten top!

Hondjes uitlaten in het donker kan héél gevaarlijk zijn weet ik ondertussen.
Of, nou ja, alleen maar hondjes uitlaten in het donker is niet zo’n punt eigenlijk, het is meer mijn nieuwsgierigheid in combinatie met donker en hondjes uitlaten dat een probleem kan geven.
Door deze nieuwsgierigheid zag ik de verlaagde put niet in de berm toen ik voorbij het nieuw gebouwde huis in onze straat liep. Eindelijk, eindelijk was de bouw af en nu hadden de nieuwe bewoners tot mijn grote vreugde de heg rondom het pand weggehaald. Met alle lampen ontstoken had ik vrij zicht van woonkamer tot keuken, van tuin tot gang. Nieuwsgierig gluurde ik naar binnen.

Tot ik in de put stapte. Toen lag ik plotseling languit op de straat.
Maar niet voordat ik een luide *krak* hoorde.
Gek dat je direct weet: ‘Dit is niet goed nie!’
Gek ook dat je dan toch nog ergens iets vandaan weet te halen om naar huis te strompelen en de juiste handelingen weet uit te voeren voordat een paar voorzichtige tranen zich aandienen… Pijnstillers slikken; natte, koude doeken op de voet; been omhoog; telefoon bij de hand en eerste hulp bellen wat te doen. Het ging in een vloeiende beweging in elkaar over.

In overleg met ziekenhuis werd besloten om de nacht gewoon thuis door te brengen. Wachttijden bij de eerste hulp waren schrikbarend lang die avond en als mijn voet gebroken was (zoals ik vermoedde) kon het niet veel kwaad om het gewoon een nachtje thuis te laten rusten.

De volgende dag zat ik alsnog bij de röntgenafdeling. Een mooie breuk werd al snel zichtbaar in het buitenste middenvoetsbeentje. Recht doormidden.
‘Dat wordt gipsen,’ knikte de orthopeed serieus. Hij snapte waarschijnlijk niets van de wat lacherige stemming van lief en mij.
Soms kunnen gebeurtenissen zo bizar zijn, dat lachen de enige oplossing lijkt.

Het giebelen hield aan, zelfs toen duidelijk werd dat mijn hele onderbeen (van knie tot tenen) in het gips moest. Ook de boodschap dat ik twee weken niets mocht doen met het been kon er niet voor zorgen dat de slappe lach verdween.
Niet lopen, niet steunen, alleen rust en hoog houden zou de genezing bevorderen. Na twee weken wordt er gekeken of loopgips mogelijk is. Ik incasseerde het allemaal met een brede grijns.

Pas op het moment dat er spuitjes tevoorschijn werden gehaald en me werd medegedeeld dat ik mezelf de komende zes weken moest injecteren met deze vloeistof om te voorkomen dat trombose zou optreden, bevroor mijn lach.
Met een dreun belande ik op mijn overgebleven gezonde voet op de grond.
Spuitjes tegen de stolling. Terwijl mijn kind twee keer per week aan een infuus ligt om stollingsplaatjes toe te voegen.

De tranen kwamen gelijk met het gevoel van ironie.
Eindelijk.

spuit

Toen geluk nog heel gewoon was…

De laatste tijd dwalen mijn gedachten vaker dan normaal af naar vroeger. Naar de tijd dat het leven nog eenvoudig leek.
Dat er geen gekke dingen waren waar ik me grote zorgen over hoefde te maken. Geen enge ziekten die door het hoofd heen spoken, alleen maar de vraag of we vanavond bloemkool zouden moeten eten met een worst erbij, of dat spaghetti makkelijker zou zijn in verband met de vele sportactiviteiten die nu eenmaal rondom de kinderen gepland moeten worden.
Waren de voetbalshirtjes nu wel of nog niet gewassen? Wanneer was ook alweer de ouderavond? En dat feestje van jongste, zouden we nu wel alle acht de meiden laten slapen bij ons of toch maar naar huis met het hele stel?
Vragen waar ik toen gerust een dag of drie over kon piekeren en die nu zo totaal onbelangrijk lijken.
Na het eten nog een emmer kikkers vangen leek toen niet zo’n goed idee. Nu roep ik: doe maar drie emmers. Of, nog beter, vier emmers! Wat maakt het uit? We zetten ze wel weer terug in de vijver als je weer lang en breed in bed ligt.
Schoongepoetst gezicht, geschaafde knieën, rode wangen van het buitenspelen.
Één en al gezondheid.
Toen, jaren geleden.

Deze dagen betrap ik mezelf er regelmatig op dat ik een intens bleek en smal gezicht onderzoekend opneem. Waren die donkere kringen onder zijn ogen vorige week nu ook al zo zwart of is het écht erger geworden?
‘Hoe voel je je, middelste? Ben je erg moe?’
Ik wil niet overbezorgd klinken, doe ook echt mijn best om vrolijk te zijn. Het lukt me maar half…
Het lange, magere lijf met al die blauwe plekken baart me zoveel zorgen.
Overdag gaat het nog wel, maar in de donkerste uurtjes van de nacht kom ik mezelf weer tegen. Het monster van angst en verdriet besluipt mijn lijf en overvalt me op het moment dat ik misschien het meest kwetsbaar ben.
Dan wil ik niet meer verder met dit moment. De tijd moet stop gezet worden, of nog liever: teruggedraaid!
Naar de tijd van Sesamstraat, natte haartjes op de bank. Verhaaltjes lezen voor het slapen gaan. Mopperen over de drie voetballen die wéér niet opgeruimd zijn, net als de knikkers, voetbalschoenen en tassen die overal in de slaapkamers en gang slingeren. Fietsen kris-kras door de schuur, waardoor ik niet bij mijn eigen fiets kan… Met z’n allen gekke bekken trekken voor de badkamerspiegel. Meer sop in het bad dan water.

Terug naar de tijd dat het leven nog eenvoudig was en geluk heel gewoon.

Was het maar zo simpel.

heimwee