Tagarchief: Hondjes

Skippy-dippy

Kwispelstaartje, blije gup, tokkie-tokkie, Punky, Blonde Dolly, kleine scharrelaar, Skippedip, Polletje piekhaar, snurkiepurkie, warhoofd, altijd ‘verbast’.

Simpelweg wat benamingen die zo gewoon waren om aan te duiden wie we bedoelden hier in huis.

De persoonlijke tandarts van zijn broertje, knuffelkont tot op het laatste moment.
Dertien jaar geleden bij ons in huis gekomen om de boel wat op te vrolijken, het leuker en gezelliger te maken.

En dat is hem gelukt.

Het afgelopen jaar hebben we hem kleiner en brozer zien worden.
Vandaag hebben we afscheid van hem genomen.

Ons kleine vriendje.

Onze eigen Skip.

We zijn zo blij dat je bij ons bent geweest!

Rust zacht lieve Skippy

5 januari 2004 – 11 oktober 2017
Advertenties

Genieten

Met mijn yogamatje onder mijn arm wandel ik de tuin in. De enorme tuin van daar waar we op dit moment een tijdje mogen verblijven. Vogels kwetteren, de ezel en het paard kijken sloom op als ik vlakbij ze mijn matje uitrol. Je ziet ze bijna denken: wat gaat zij nu doen? De ezel is zo dom nog niet en slentert dichterbij.
Nieuwsgierig.
Ik aai zijn neus en draai dan mijn gezicht even naar de zon die voorzichtig haar stralen door het bladerdek van de bomen om me heen laat doordringen. Een zoete geur van amandelen vult mijn neus en ik haal diep adem.
Een klein half uurtje later loop ik terug naar het koetshuis. Tevreden. Dit ging best lekker.
Mijn lief ligt nog in bed de krant te lezen. Ik lijn de hondjes aan en laat ze alle geuren van het landgoed opsnuiven, terwijl we alledrie ons best doen om niet te snel te rennen.
Als ik ze weer terug naar het huisje heb gebracht pak ik wat geld en een tas. Tijd voor de verse croissants voor deze ochtend.
Bij de Boulanger probeer ik het verhaal van de bakkersvrouw te volgen dat ze aan de dame voor me vertelt. Ik denk op te vangen dat het huis van haar zoon nog steeds te koop staat. Moeilijke tijden. Of iets dergelijks. Misschien had ze het ook wel over haar huis schoonmaken, maar dat maakt me eigenlijk niet zo veel uit. Beiden hoef ik niet te doen. Verkopen niet en schoonmaken al helemaal even niet.
Als ik aan de beurt ben bestel ik mijn croissants en baquette. Ik vraag of de jam die in de schappen staat zelfgemaakt is. De vrouw knikt. Haar dochter heeft de jam bereid en de honing is van eigen bijenkorven. Ik besluit van beiden een pot mee te nemen. Abrikozenjam en lente-honing. Klinkt goed, al zeg ik het zelf.
De vrouw van de bakker ziet in mij een volgend slachtoffer en ook aan mij begint ze een heel verhaal op te hangen. Ik laat het over me heen komen en knik (hopelijk) op de juiste moment ja. Af en toe mompel ik ‘Oui, non,’ of ‘Mais, bien sûr…’
Gelukkig klingelt de deurbel op tijd en komt een oud vrouwtje binnen die meer ruimte inneemt dan haar omvang doet vermoeden. Met een tevreden gevoel laat ik de twee aan elkaar over. Bij de deur roep ik nog een ‘Bon journée!’, maar de twee hebben het te druk met elkaar om mij nog op te merken.
Neuriënd wandel ik weer terug naar mijn lief en de hondjes.
Bij het huisje geurt de koffie me al tegemoet en een glas verse jus d’orange staat klaar. Vers gekakelde eitjes liggen in een mandje op de buitentafel. De eigenaresse van het landgoed zwaait van de overkant van het grasveld en gebaart naar het mandje. Pas gelegd begrijp ik.
Langzaam trekken mijn mondhoeken in de verste stand van genieten.
Ik heb zo’n donkerbruin vermoeden dat het lachen me hier serieus niet vergaat.

Lormes1

Maar een hond…

Lang geleden besloten we: als we een hond nemen, blijven we wel nuchter. Natuurlijk doen we alles voor hem. We zorgen voor goed eten, voldoende drinken, veel lichaamsbeweging en fijn speelgoed. Hij wordt onderdeel van het gezin, maar hij is geen kind. Reëel gezien: het is en blijft toch (maar) een hond…
We namen twee honden, voor de gezelligheid en voor elkaar. Twee ruwharige (?) teckels.
Ruim een week geleden werd de oudste van de twee ziek.
Heel erg ziek.
Zo ziek zelfs dat opname in de dierenkliniek niet te vermijden was.
Na het aansluiten van het infuus keken we elkaar eens aan. Wat was er nu aan de hand? Waarom was hij zo ziek? Het eeuwig huppelende hondje was een natte dweil geworden die zelfs niet uit te wringen was. Ook de dierenarts keek eens bedenkelijk en besloot bloed af te nemen. Veel bloed. Voor zoveel mogelijk onderzoek. Een echo was nodig, want – zo vermoedde ze – alleen op die manier kon ze goed naar de inwendige organen kijken en hopelijk enge dingen uitsluiten.
We knikten ja en dachten niet aan de onvermijdelijke rekening die zou volgen na al die onderzoeken, laat staan opnamedagen!
Dagen gingen voorbij en het hondje knapte maar niet op.
Mijn lief ging drie keer per dag bij hem langs, moedigde hem aan om weer te gaan eten en beter te worden.
Ik keek vanaf de zijlijn mee. Voelde me machteloos en dacht steeds vaker aan die woorden van jaren geleden: ‘We blijven wel nuchter, hoor…’
Ondertussen sliepen we niet meer, van de zorg over de patiënt en over de achtergebleven broer die de nacht gebruikte om zijn verdriet uit te huilen. Het werkte op mijn zenuwen, maakte dat ik me schuldig voelde.
Waar waren we mee bezig?
De diagnose kwam binnen. Alvleesklierontsteking. Waarschijnlijk in behoorlijk heftige mate.
Wanneer was dit begonnen? En belangrijker… wanneer zou dit eindigen?
Ik besloot me op de dierenarts te richten, niet meer op de hond. Zolang zij heil zag in behandeling en overtuigd leek dat er verbetering zou komen, bleef ik bij de les. Maar zodra het moment voorbij leek te zijn, moest ik gaan praten met mijn lief. Met de kinderen.
Het is tenslotte maar een hond…
Dag vier belde de dierenarts. Het beestje moest maar naar huis, hoe ziek hij ook was. De ontsteking leek onder controle, maar het herstel liet op zich wachten. Misschien thuis…
Met lood in mijn schoenen haalde ik hem op. Het infuus moest nog afgekoppeld worden. Dit kon toch niet goed gaan?
Hopeloos. Zo’n hond…
Thuis keek hij verdwaasd om zich heen. Hij wankelde naar zijn broer. Liet zich besnuffelen en langzaam bewoog zijn staart. Was dat nu een kwispel?
Ik besefte me ineens dat ik met ingehouden adem stond te kijken.
Jongste nam hem op de bank en verleidde hem tot het eten van wat brokjes. Eén voor één…
En dat voor deze hond…
We zijn nu alweer 4 dagen verder.
Hij huppelt door de tuin, eet, drinkt en speelt met zijn broer.
Ruim een week geleden gaf ik hem geen cent meer.
Ik ben zo blij.
Het is misschien maar een hond, maar hé, het is wel mijn hond!
skippy6

 

Wilde week

Het is even na half elf als ik mijn lief op het station afzet. Hij gaat onderweg naar Schiphol en dan voor een week naar Finland. Was mijn eerste reactie een paar weken geleden nog: ‘Jeetje, als ik nu eens ook een paar dagen kom? Helsinki ken ik nog niet!”, vandaag kijk ik naar de zon en de weersvooruitzichten voor de komende dagen.
Die zijn goed.
Die zijn beter dan in Helsinki.
Die beloven terrasjesweer, of in ieder geval een aantal uurtjes in de zon, in de tuin.
En dus besluit ik dat het nog niet zo gek is om een weekje alleen te zijn.
Wat zal ik allemaal kunnen doen? Wat zal ik allemaal kunnen eten? Of niet eten? Ik kan nu tenslotte maaltijden overslaan zonder me schuldig te voelen. Of gewoon lekker met een bord op schoot naar de meest onzinnige series gaan kijken. Achter elkaar. Als een marathon.
Als ik lief een laatste kushand heb toegeworpen snel ik dus naar de supermarkt.
Karretje, lijstje. Of wacht, nee, geen lijstje. Ik pak gewoon waar ik zin in heb!
Spaghetti, wijn, chocolade paaseitjes, paprikachips, chocolademousse en vooruit wat vers klein fruit voor de broodnodige vitamine. Ontbijt zonder fruit vind ik ook niet alles tenslotte.
Dan vlug naar huis en voordat ik de boodschappen uitpak zet ik ‘mijn’ muziek van dit moment keihard op.
Sinds deze week is Fleetwood Mac weer een favoriet, maar aangezien ik niet echt zuiver kan zingen doe ik dat dus meestal niet. Ik heb echter niet het gevoel dat de hondjes zich met hun poten over hun oren heen gaan verstoppen in de verste hoek van de kamer, dus ik schal lekker mee met ‘You make loving fun’ en swing door de keuken, terwijl ik de boodschappen op hun plek zet en het eerste paaseitjes in mijn mond verdwijnt tussen twee uithalen door.
Als ik uit gedanst ben mik ik snel een wasje in de droogtrommel en besluit dat ik eigenlijk mijn dekbedovertrek maar even moet strijken voordat ik het weer op mijn bed gooi.
De rest van de was neem ik maar even mee.
Een lege wasmand is toch eigenlijk ook wel fijn.
Na de was loop ik de kamer in. Ondertussen heeft Fleetwood Mac plaats gemaakt voor Eddy Vedder. Ook niet verkeerd. Helemaal niet verkeerd zelfs! De volumeknop gaat dus weer omhoog en ik blèr heerlijk een half uurtje mee met mijn held.
Dan valt mijn oog op de piano en dan vooral op de stof op de piano. Zon is leuk, maar niet als een zwarte piano is diezelfde zon staat! Ik ren dus naar de keuken en haal een doek.
De rest van de kamer neem ik gelijk maar even mee…
Tevreden met mijn actie en blij dat ik de wc’s ook nog even heb meegenomen, plof ik op de bank.
Wanneer was ook alweer de deadline van die schrijfwedstrijd?
Ik zoek het snel op en kijk dan naar de datum. Vijftien maart?? Als in vijf-tien-maart??
Allemachtig, dan moet ik mijn idee maar eens snel gaan uitwerken!
Eerst nog een chocolade-eitje.
Niet veel later zit ik – net als ieder andere zaterdag – te schrijven aan de keukentafel. Mijn vingers vliegen over de toetsen.
Slechts één enkele seconde vraag ik me af hoe wild deze komende week nu eigenlijk gaat worden zonder mijn lief.
*zucht*

dansen

Me and my guys

Honden en ik, we hebben altijd wel een klik gehad. Bij gebrek aan een eigen hond liet ik vroeger maar wat graag de honden van andere mensen uit als we bij hen op visite waren. Ergens in mijn tienertijd gingen mijn ouders overstag en liep er plotseling een vuilnisbakkie rond. Geen spaniël zoals ik eigenlijk heel graag wilde op dat moment, maar gered uit het asiel, dus waar hadden we het over? Eenmaal op mezelf begon ik met een kat. Ook leuk, minder bewerkelijk als je hele dagen moet werken, maar toen het eerste kind zich aandiende was de beslissing snel gemaakt. En omdat ik toen zelf kon kiezen was de eerste spaniël al snel een feit. Na zijn dood volgde al snel spaniël nummer twee. Roerige tijden en een onzekere toekomst maakte dat ik na een aantal jaren de spaniël met dikke tranen moest afstaan aan een ouder echtpaar die hem behandelde als hun eigen kind. Ieder jaar kregen we rond dierendag een update hoe het met hem ging. Hij overleefde zelfs zijn nieuwe baas. Jaren later schreef zijn vrouwtje dat hij was overleden. Vijftien jaar oud en innig tevreden op zijn plekje voor de kachel. In die tijd was de rust bij ons wedergekeerd en was er plek voor een nieuwe vriend. Deze keer gingen we voor een teckel. Een dashond, of – zoals de kinderen gekscherend zeiden – een worst op vier poten. Ruwharig en zo lief dat we ons volledig vergistten in het karakter van de doorsnee teckel. Al na een half jaar riep mijn lief dat hij nog nooit zo’n leuke hond had gehad en dat twee misschien dan nóg wel leuker zou zijn. Nummer twee arriveerde en al snel kwamen we achter het échte karakter van een teckel. Ondeugend, eigenwijs, charmant, parmantig, een vleier en in het bezit van een jachtinstinct waar menig jager blij mee zal zijn. En hij heeft me echter volledig ingepakt. Samen met zijn ‘broer’ runt hij hier het huishouden. Hij bewaakt de keuken en zorgt ervoor dat we niet al teveel in kilo’s toenemen door op tijd in te grijpen en de koektrommel of snoepbak te legen voordat wij dat kunnen doen. Een cappuccino is niet veilig voor hem, net als jus d’orange. Overigens ligt zijn grootste kracht in de onschuldige blik. Dat we weten dat hij het is geweest en niet zijn broer, blijkt vaak uit het feit dat de kruimels of resten in zijn baardje hem verraden. Mijn lief probeert hem nog enigszins tot de orde te roepen, ik kan dat niet. Ik lig vaak dubbel van het lachen en kan niet serieus blijven als ik zijn fluwelen ogen ontmoet. Sinds kort weet ik dat ik in goed gezelschap verkeer met mijn liefde voor een (ruwharige) teckel. Ook Jos Brink, Jack Cousteau, Lou Reed, Paul Newman, Marilyn Monroe, Andy Warhol, Queen Elizabeth, John F. Kennedy, Picasso zijn gevallen voor het ongrijpbare karakter van deze trouwe viervoeter. Ik voel me één met ze. Me and my guys. picasso