Tagarchief: Leven

Plannen maken

Ruim een jaar zijn we nu verder. 14,5 maand om precies te zijn. 63 weken en een paar dagen.
Met middelste gaat het goed. De kilo’s die hij in het afgelopen jaar is kwijtgeraakt door de chemo, het vele overgeven, de diarree en het vechten tegen het ziek zijn zitten er weer dubbel en dwars aan. Het uitgemergelde lijf heeft plaats gemaakt voor een gezond mannenlichaam. Ook de haren op zijn hoofd zijn weer aangegroeid. Tot ieders verrassing donker, zacht en krullend.
De grootste verandering zit echter in zijn ogen.
Helder, alert en intens blauw kijken ze de wereld in.

Soms denk ik aan de gesprekken terug die we in het ziekenhuis hadden toen hij in de wachtstand stond. Niet meer doodziek van de chemo, maar zeker nog niet zover dat we elkaar al juichend in de armen vielen om te vieren dat het beenmerg van zijn broer de weg naar genezing had gevonden.
Die zeldzame drie weken Niemandsland. Die bijzondere drie weken Niemandsland.

In die weken werd hij bijna gedwongen om terug te gaan naar de oorsprong.
Wie ben ik? Wat wil ik? Hoe doe ik het?

We hadden heus wel gehoord dat mensen die zo ziek zijn dat ze de dood in de ogen hadden gezien, deze vragen aan zichzelf stelden.
Ik vond het misschien wel teveel van het goede om te denken dat middelste dit ook zou doen. En toch gebeurde het.
We pakten samen voorvallen op uit zijn jeugd.
Bespraken dit, huilden er samen over en knuffelden het weer goed.

Ook keken we naar de toekomst.  Zijn toekomst.
Grote dromen, wilde dromen, mooie dromen, alles kwam voorbij om de grip op het leven zo goed als mogelijk te bewaken.

Vorige week heeft hij zijn eerste knoop doorgehakt.
Zijn baan in de horeca was goed zolang het goed was. Maar nu niet meer.
Eind januari stopt hij met zijn fulltimebaan om opnieuw de schoolbanken in te gaan. Het roer om, een geheel andere kant op. Werken zal weer een bijbaantje worden om de grootste kosten op te vangen.
Blik vooruit op zijn toekomst.

Onnodig om te zeggen hoe waanzinnig trots ik ben op hem.

Mijn middelste, mijn held.

Advertenties

Stabiel slecht

‘Hoe gaat het nu met jullie middelste?’ Ik vind het altijd wat lastig om hier een goed en duidelijk antwoord op te geven. Het is namelijk maar hoe je er naar kijkt.

Eigenlijk gaat het – gezien de omstandigheden – wel redelijk met hem. We spreken elkaar meer, véél meer dan voor zijn ziekte. Dat is fijn. Heel fijn!
Hij lijkt rustiger te zijn geworden, zowel in zijn doen als laten. Leven van dag tot dag, hij kan het als geen ander op dit moment. Ook zijn gezicht is zachter geworden. Geen gehaaste trekken, niet mee opgejaagd.
De bloedplaatjes zijn na een laatste bloedtransfusie in december niet meer onder de 30 gezakt, zijn Hb niet meer onder de 5,3. En ja, hij heeft dus nu al een paar weken geen transfusie meer nodig gehad. Die bewaren ze voor de momenten als de plaatjes onder de 10 zakken, of Hb onder de 5. Daarboven is stabiel genoeg om het zonder te doen. Iedere zak bloed betekent natuurlijk ook materiaal van één tot vijf donoren, met alle gevolgen van dien als je bedenkt dat zijn afweersysteem nu duidelijk stil is gelegd. De bloedwaarden zakken niet meer, dus dat is gewonnen.

Aan de andere kant… als ik uitzoom en het grotere geheel bekijk, die bloedplaatjes, die nu zo mooi rond de 30 blijven hangen zijn natuurlijk bij lange na nog geen 150. Laat staan 450…! En dat Hb gehalte blijft dan wel lekker rondom die 5,3 schommelen, maar vanaf 9 kunnen we pas echt opgelucht adem halen.
Hij slikt ook nog steeds zijn medicatie. Zo’n 13 of 16 pillen per dag. Ik ben de tel een beetje kwijt geraakt… En ja, soms is hij nog steeds behoorlijk ziek van die medicijnen. De ene keer iets meer dan de andere keer. Misselijk, overgeven, diarree, het is een vast onderdeel van zijn dagprogramma geworden. Nu al zo’n acht weken aan een stuk.
En hij is moe. Op oudjaars-avond haalde hij met moeite middernacht. Na de nieuwjaarszoen vertrok hij naar bed. Vierentwintig jaar oud.

En toch, hoe gek het ook klinkt, langzamerhand wordt het een bepaald onderdeel van ons leven. Noem het adaptief vermogen, maar blijkbaar pas je je aan, aan de omstandigheden die je gegeven worden.
Pas als ik aan iemand uitleg wat er met hem aan de hand is en ik grote schrik en angst op het gezicht zie verschijnen, besef ik: middelste is ziek. Ernstig ziek. Hij mag dan op dit moment misschien wel stabiel zijn, maar eigenlijk is het dus stabiel slecht.

Aan de andere kant, dat is nog altijd beter dan gewoon slecht…

alles-komt-goed

Toen geluk nog heel gewoon was…

De laatste tijd dwalen mijn gedachten vaker dan normaal af naar vroeger. Naar de tijd dat het leven nog eenvoudig leek.
Dat er geen gekke dingen waren waar ik me grote zorgen over hoefde te maken. Geen enge ziekten die door het hoofd heen spoken, alleen maar de vraag of we vanavond bloemkool zouden moeten eten met een worst erbij, of dat spaghetti makkelijker zou zijn in verband met de vele sportactiviteiten die nu eenmaal rondom de kinderen gepland moeten worden.
Waren de voetbalshirtjes nu wel of nog niet gewassen? Wanneer was ook alweer de ouderavond? En dat feestje van jongste, zouden we nu wel alle acht de meiden laten slapen bij ons of toch maar naar huis met het hele stel?
Vragen waar ik toen gerust een dag of drie over kon piekeren en die nu zo totaal onbelangrijk lijken.
Na het eten nog een emmer kikkers vangen leek toen niet zo’n goed idee. Nu roep ik: doe maar drie emmers. Of, nog beter, vier emmers! Wat maakt het uit? We zetten ze wel weer terug in de vijver als je weer lang en breed in bed ligt.
Schoongepoetst gezicht, geschaafde knieën, rode wangen van het buitenspelen.
Één en al gezondheid.
Toen, jaren geleden.

Deze dagen betrap ik mezelf er regelmatig op dat ik een intens bleek en smal gezicht onderzoekend opneem. Waren die donkere kringen onder zijn ogen vorige week nu ook al zo zwart of is het écht erger geworden?
‘Hoe voel je je, middelste? Ben je erg moe?’
Ik wil niet overbezorgd klinken, doe ook echt mijn best om vrolijk te zijn. Het lukt me maar half…
Het lange, magere lijf met al die blauwe plekken baart me zoveel zorgen.
Overdag gaat het nog wel, maar in de donkerste uurtjes van de nacht kom ik mezelf weer tegen. Het monster van angst en verdriet besluipt mijn lijf en overvalt me op het moment dat ik misschien het meest kwetsbaar ben.
Dan wil ik niet meer verder met dit moment. De tijd moet stop gezet worden, of nog liever: teruggedraaid!
Naar de tijd van Sesamstraat, natte haartjes op de bank. Verhaaltjes lezen voor het slapen gaan. Mopperen over de drie voetballen die wéér niet opgeruimd zijn, net als de knikkers, voetbalschoenen en tassen die overal in de slaapkamers en gang slingeren. Fietsen kris-kras door de schuur, waardoor ik niet bij mijn eigen fiets kan… Met z’n allen gekke bekken trekken voor de badkamerspiegel. Meer sop in het bad dan water.

Terug naar de tijd dat het leven nog eenvoudig was en geluk heel gewoon.

Was het maar zo simpel.

heimwee

Tweede helft

Nog drie dagen en dan stap ik naar de andere helft van mijn leven.
Ja, ik ben van plan om honderd te worden en dus heb ik nog zeeën van tijd om te genieten van het leven, leuke dingen te ondernemen en de wereld te zien.
Het voordeel van nu is, dat ik – in tegenstelling tot vijftig jaar geleden, toen ik niet eens het flauwste benul had dat ik überhaupt bestond – bewust leef.
Ik hoef niet meer urenlang te slapen om te groeien, niet meer jarenlang naar school om te leren lezen en schrijven, of dagenlang te oefenen om mijn evenwicht te behouden zodat ik op twee wielen kan fietsen. Ik heb mijn rijbewijs al en rij kris-kras door Nederland om de leukste plekjes te ontdekken.
Mijn studie ligt al jaren achter me en ik heb mijn weg in het werkzame leven gevonden.
Het dak boven mijn hoofd staat op een huis waar ik nog steeds verliefd op ben.
Ik weet zo ondertussen wel wat ik leuk vindt en waar ik van gruwel. Ik ken mijn onhebbelijkheden, weet waar ik goed in ben en waar ik van genieten kan. De liefde van mijn leven heb ik gevonden en zwanger worden en kinderen krijgen is voor de volgende generatie weggelegd.
Dat geeft me al snel een voorsprong van zo’n pakweg 25 jaar.
Tjee, nog zo’n 75 jaar te gaan.
Wat een heerlijkheid… 🙂

50

Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder

Nadat ik door hem getagd werd ging ik weer even op het net op zoek naar de serie Ramses. In mijn herinnering ergens in de winter, misschien de herfst nog, op tv uitgezonden en ik had ervan genoten! Tot mijn verrassing kwam ik erachter dat deze serie in januari 2014 op tv was.
2014!
Als in tweeduizendveertien…
Dat is 16 maanden geleden! Méér dan een jaar!
Verbijsterd over het ongemakkelijke gevoel van de tijd dat als los zand tussen de vingers door lijkt te glippen, drong het tot me door dat de tag van hem een herinnering is om te leven.
Nu!
Niet morgen, niet volgende week, maar vandaag.
De tag daagde uit om de begrippen van zijn liedje ‘Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder’ te beschrijven in je eigen leven.
Dus, bij deze:

ramses

Zing – Wanneer zing je?

Ik zing voornamelijk als ik alleen ben. Vroeger dacht ik nog te kunnen zingen en zat ik in het kinderkoor van de kerk. Nadat ik 12 was geworden mocht ik naar het jongerenkoor, maar nadat ik mijn lief had leren kennen en wist hoe zingen écht hoorde te klinken, besloot ik om mijn gezing voor mezelf te houden. En voor mijn gezin.
Maar omdat ik nu eenmaal graag muziek luister en nog liever meezing, zie ik soms weleens aan de verbaasde blikken van een toevallige voorbijganger dat ik niet in de gaten heb dat ik toch per ongeluk meezing met het liedje dat op dat moment via mijn koptelefoontje in mijn oren klinkt.
Sorry daarvoor!

Vecht – Beschrijf de laatste keer dat je gevochten hebt. Voor jezelf of voor een ander.

Als ik al vecht, is het in figuurlijke zin. Mijn vuisten heb ik nog nooit gebruikt, laat staan dat ik heb liggen rollenbollen over de grond.
De laatste keer zal beslist voor een van de kinderen geweest zijn. Daar vecht ik voor. Als een leeuwin.

Huil – Ben je snel geëmotioneerd?

Helemaal niet! Ik slik soms wat tranen weg als ik een zitting moet griffieren waarbij de emoties zo hoog oplopen dat tissues en glaasjes water bijna niet meer voldoende zijn. Ik huil maar een beetje bij zielige films, en als ik blij ben pink ik soms een traantje weg. Nou ja, vorige week huilde ik misschien eventjes, toen mijn lief een emotionele speech gaf tijdens het etentje met de kinderen… Maar voor de rest? Neuhhhh…

Bid – Hoe uit je jouw spiritualiteit? Waar je geloof je in?

Ik mediteer. Ik luister naar mezelf. En mijn innerlijke stem, zonder gelijk zweverig over te willen komen… 😉 Haar boek is een mooie leidraad hierin, dus…. Aanrader!

Lach – Wie maakt jou aan het lachen?

Mijn lief! Met stip op nummer één laat mijn lief me het meeste lachen. De hondjes vormen een goede tweede denk ik, want niets is ontspannener dan kijken naar twee hondjes die het zo naar hun zin hebben samen. Als ik al somber of verdrietig ben, dan weten zij altijd weer een lach op mijn gezicht te toveren.

Werk – Werk je om te leven of leef je om te werken?

Beslist om te leven! Nu heeft dat misschien ook wel met het soort werk te maken dat ik doe. Als ik rond zou kunnen komen van mijn schrijfwerk, fotografiewerk of een andere creatieve inslag, zou ik me zomaar kunnen voorstellen dat werk en leven zodanig met elkaar verweven zouden worden dat ik niet meer zou weten of ik nu aan het werk zou zijn of aan het leven…

Bewonder – Wie bewonder je? En waarom?

Ik bewonder mijn kinderen.
Alle drie!
Het zijn mooie, zelfstandige, verstandige en lieve jonge mensen geworden. Ik bewonder hun manier waarop ze in het leven staan. Twee benen op de grond, ogen wagenwijd open. Ze zijn nieuwsgierig, staan te popelen om te leven vanuit hun diepste ziel. Ik kijk vol bewondering hoe ze keuzes maken en daar ook volledig achterstaan.
Tja, ik ben misschien wel een trotse moeder.
Maar ik ben hun moeder.
🙂
Zo!

Tags doorgeven vind ik moeilijk. Maar toch ben ik wel benieuwd wat zij heeft te vertellen over de begrippen van het liedje van Sjaffy. En aangezien zij nogal van lijstjes houdt…
Dus… Doe je mee Mrs. T??

Ritme

Bij ons thuis zijn er twee werelden verenigd.
Mijn lief houdt van planning, duidelijkheid en structuur. Ik ben meer van het losse, het avontuurlijke en vooral géén structuur. Wat mij betreft kan het linksom, rechtsom of lekker rechtdoor.
Deze twee eigenschappen lijken onverenigbaar, maar – zoals wel vaker het geval is bij tegenstellingen – werkt dit wonderbaarlijk goed bij ons.
Mijn lief houdt zich bezig met cijfertjes en toekomstperspectief, ik droom de dromen hardop en steek hierbij mijn lief aan om af en toe eens lekker buiten de gebaande wegen te dansen. Mijn lief gaat op zoek naar vakantieadressen, bekijkt wat er allemaal te doen is in de omgeving en stippelt routes uit. Ik laat me verrassen en knoop praatjes aan met de plaatselijke bevolking waardoor we soms op de meest vreemde plekken belanden.
Beiden zijn noodzakelijk en beiden leveren iets op.
Een prima combinatie dus!
Dat je door de jaren heen van elkaar leert heeft ook zo z’n voordelen.
Mijn lief verraste mij eens door midden in de nacht met mij naar Parijs te vertrekken. Ongepland, niet voorbereid.
Het was een dag met een gouden randje.
Ik ben in de loop van ons samenzijn bepaalde structuren gaan ontwikkelen.
Rituelen.
Om vastigheid te krijgen aan de dag. Niet teveel natuurlijk, maar toch wel een beetje.
Zo heb ik me na een lange strijd overgegeven aan de financiële organisatie van mijn lief. En heel eerlijk gezegd heeft dat een hoop rust gebracht. Geen verrassingen meer aan het eind van een maand en een stabiliteit waardoor er ruimte in mijn hoofd is gekomen voor nieuwe dingen. Om nog meer te dromen.
In de afgelopen jaren heb ik zelfs een ochtendritueel ontwikkelt.
Daar waar ik jaren geleden in volledige chaos door het huis rende, start ik nu iedere ochtend met hetzelfde ritueel.
En ook dat heeft voor ruimte in mijn hoofd en leven gezorgd.
Benieuwd wat mijn ochtendritueel is? Kijk hier maar eens!
Misschien iets voor jou?

ochtendpaginas