Tagarchief: Psycholoog

Pantser

‘Tja, ik weet het ook niet…’
De huisarts staat achter me en duwt eens op de ene schouder, trekt aan de andere, laat me mijn hoofd buigen van voor naar achter, van links naar rechts.
‘Maar ik heb echt pijn. Niet altijd, maar bij bepaalde bewegingen.’ Ik reik met mijn linkerarm naar het plafond en krimp dan in elkaar van de pijn. ‘Dit verlamt me gewoon,’ kreun ik.
‘Je gaat maar eens naar de fysio toe,’ besluit de arts dan. ‘Ik vermoed een ontsteking in je schouder, maar nu het koelen en de ontstekingsremmers niet lijken te helpen moeten zij maar verder naar je kijken.’
Ik knik, vind alles goed ondertussen, want al maanden slaap ik slecht van de pijn in mijn schouder.

Als ik een paar dagen later op de behandeltafel van de fysio kruip nadat ze heeft toegekeken hoe ik op een wel heel speciale manier mijn trui uittrek, laat ze me na een paar oefeningen op mijn buik liggen.
‘Ik doe heel zachtjes, maar als het pijn doet moet je het direct zeggen,’ waarschuwt ze me.
Ik mompel wat door het gat van de behandeltafel. Dan houd ik mijn adem in.
‘Auw…’ kreun ik. Ik probeer me nog iets verder in de tafel te drukken. ‘Auw…’ zeg ik nog een keer, wat harder nu.

Ik kan haar niet zien, maar ik voel bijna hoe ze haar hoofd schudt.
‘Je hebt geen spieren meer in je schouders, het is gegoten beton geworden. Stevig genoeg om alle zorgen van iedereen met gemak op je schouders te dragen.’
Ze kent het verhaal van afgelopen jaar door de intake en heeft beloofd dat het goed komt met de schouder, met de pijn. Niet snel, maar het komt goed.

Na de behandeling kom ik overeind en ga vervolgens bijna tegen de vlakte. Duizeligheid overvalt me en ik weet niet hoe snel ik moet gaan zitten.
Een glas water en wat bezorgde klopjes verder sleep ik me naar huis. Naar de hete douche om dan mijn bed in te kruipen. Ik slaap tien uur aan een stuk en word wakker met spierpijn door mijn hele lijf. Gelukkig had ze gewaarschuwd, dus ik neem het als zijnde ‘normaal’.

In de loop van de week ga ik steeds heftiger dromen. Verwerken, bedenk ik me met mijn psychologisch inzicht van de koude grond.
En dan neem ik een besluit.
Ik ga hulp zoeken. Hulp om te verwerken. Want de tranen waar ik zo naar snak blijven uit. Mijn versnellingsbak lijkt kapot. Ik kan tenminste de terugschakeling niet vinden van zijn zes naar z’n drie. Vier misschien… Ik blijf maar rennen om niet te hoeven nadenken. Dat ben ik gewend van het afgelopen jaar.
Maar op die manier mis ik teveel van de omgeving. Van het geluk dat het nu echt heel veel beter gaat met middelste. En vooral van mezelf.

Tijd om mijn pantser uit te gaan doen dus.
Voor het écht te laat is…

Advertenties

Beste ‘Peut’

Zo’n twee jaar geleden raapte ik alle moed bij elkaar en sleepte mezelf richting kapper.

Na een aantal dramatische ervaringen met kappers die niet luisterden, gewoon maar wat aanklooiden of doodleuk deden wat zíj wilden in plaats van naar mij te luisteren, had ik de kappersbezoekjes zo goed als afgezworen. Heel, héél af en toe maakte ik in een ‘ik-wil-wat-anders-en-wel-nú-bui’ een afspraak bij weer een nieuwe kapsalon in de hoop dat ik dan mijn ideale kapper zou vinden om er vervolgens na een paar enthousiaste dagen achter te komen dat ik:
a. niet zo goed kon föhnen als degene die me geknipt had,
b. blijkbaar de verkeerde stylingproducten in huis had om geen pluis of kroes te creëren,
c. mijn haren weer gewoon in een staart propte, zodat er van het zogenaamde nieuwe kapsel niets meer te zien was.

Vaker stak ik na een kappersbezoek mijn hoofd thuis weer onder de kraan, om na een droogbeurt te constateren dat er eigenlijk niet zo heel veel veranderd was als vóór het kappersbezoek van die dag. Behalve mijn bankrekening dan, die mistte plotseling enkele tientallen euro’s. Zonder al te veel resultaat dus…

Bovendien vond ik de gesprekken in de kappersstoel vaak stomvervelend. Het kon me niets schelen waar de kapster ter plekke uitging, hoe vaak ze al niet een poging had gedaan om te stoppen met roken (wat niet gelukt was aan haar geur te ruiken) of hoe leuk de nieuwe make-up lijn was die ze sinds kort ook verkochten.

Als ik in een blaadje las over de innige relatie die sommige vrouwen met hun kappers hadden trok ik vaak afgunstig mijn wenkbrauwen omhoog. Of ik lachte de dame in het blad vierkant uit. Ze zat gewoon glashard te liegen, dat kon niet anders! In mijn hele leven (en ik ben echt geen twintig meer) was ik nog geen kapper tegengekomen die luisterde naar wat ik zei!

Tot twee jaar geleden dus.

Ik trof mijn droomkapper. Mijn eigen prins met gouden handen. Iemand die mijn groeiende aantal grijze haren de hemel inprees. Ik besloot voor een metamorfose te gaan. Hij weigert mijn lang lokken af te knippen, ook al vraag ik er in een stoere bui weleens om. Peinzend kijkt hij me dan in de spiegel aan, loopt wat om me heen, schudt vervolgens zijn hoofd en zegt dan resoluut: ‘Nee, dat gaan we niet doen. Lang haar staat mooi bij jou. Je hebt mooi, dik haar dat krult en dat gaan we vooral zo houden.’
Dan kan ik hem wel zoenen! Ik bedoel, een kapper die gewoon weigert te knippen, waar vind je die nog?

Tegenwoordig is het eerste wat hij vraagt: ‘Hoe is het met je middelste?’ om er dan direct achteraan te vragen: ‘En hoe is het nu met jou?’
Tijdens mijn relaas liefkoost hij mijn haren, verwent mijn hoofdhuid met een massage tijdens het wassen terwijl de stoel waar ik op dat moment in lig een zacht masserende beweging over mijn rug maakt.  Bij het afscheid knijpt hij zachtjes in mijn hand. ‘Hou je goed hè, tot volgende keer.’

Ik zweer het je, zolang ik deze kapper blijf komen, heb ik geen therapeut nodig.

kapper