Tagarchief: Stem

Maatje

En toen was ik plotseling helemaal alleen. Het voelt wat onwennig, maar ik ben vastberaden om er een mooie draai aan te gaan geven.

De dag nadat mijn lief vertrok ben ik dus direct aan het werk gegaan. Heerlijk afleiding in een omgeving die plotseling meer warmte biedt dan een mens kan verzinnen. Want niet alleen de lieve, warme woorden (en armen) verwelkomden mij op die eerste werkdag in het nieuwe jaar, ook een enorme doos vol met cadeautjes, briefjes en kaartjes stond op mij te wachten. Meer dan genoeg om iedere week iets uit te halen en af te tellen tot de terugkomst van mijn lief.
Een mens kan het slechter treffen…

Het eerste weekend werd het voor mijn gevoel pas echt spannend. Hoe zou het gaan, zo in mijn eentje op de bank? Trok ik nu wel of geen flesje wijn open voor mij alleen? (wel dus! ūüėä)
Ging ik nu wel of niet uitgebreid voor mezelf koken of smeerde ik gewoon lekker makkelijk een boterham met een gebakken ei of iets dergelijks? Maar 28 weken alleen maar brood eten is ook zoiets… Dus al snel bedacht ik dat ik beter gewoon mijn maaltje kon klaarmaken en dan wat porties in kon vriezen, zo snijdt het mes aan twee kanten… gezond bezig √©n slim!

Vorige week zaterdag toog ik dus naar de winkel voor de wekelijkse boodschappen, trakteerde mezelf op een paar nieuwe laarzen en kocht wat cadeautjes voor naderende verjaardagen.
Ik trakteerde mezelf op een groot glas verse gemberthee in de stad en bladerde door wat magazines die op de leestafel van ons favoriete koffietentje lagen. Ik luisterde naar de gesprekken om me heen en schreef wat regels in mijn Moleskine die standaard in mijn tas zit. Toen besloot ik dat het misschien wel gewoon een mooie dag was en dat ik mijn eigen gezelschap eigenlijk best wel op prijs stelde.

Ingenomen over zoveel tevredenheid reed ik op mijn gemakje naar huis.

Pas toen ik een overblije hond moest kalmeren omdat hij van gekkigheid niet wist hoe hij mij het beste kon begroeten schrok ik even van mijn eigen stem. Het was bijna drie uur in de middag en hoewel mijn stappenteller de 10.000 passen bijna aantikte, had mijn mond misschien hooguit vijf woorden die dag geproduceerd.

Ik moet meer praten in mijn eentje. Of met de hond!
Mijn thuismaatje.Maatje

Advertenties

Toeval?

Weken geleden zette ik het in mijn agenda: ‘5 juni: sushi eten met de nichten?’
Ik keek er echt naar uit! Niet in de laatste plaats om het gezelschap, maar sushi is ook wel een soort van lievelingseten geworden de laatste jaren. Daar waar ik vroeger alleen bij het woord vis al begon te griezelen, is een heuse liefde voor dit soort gerechten ontstaan.
Het werd weekend.
Zaterdag gingen we eerst oudste helpen die een compleet nieuw interieur had gekocht dat in elkaar gezet moest worden. Na mijn ochtendloopje vertrokken we dus naar Nijmegen.
Uur heen, uur terug en na vijf uur klussen heel wat¬†spierpijn rijker.¬†Ik verdraaide¬†bovendien op een wel heel lullige manier mijn enkel, maar besloot dat sushi eten zittend gebeurde, dus… dat zou de pret echt niet kunnen drukken!
Vanmorgen werd ik wakker met hoofdpijn. Niet zomaar wat hoofdpijn, nee, zo’n serieuze hoofdpijn die bonkt door het hele hoofd. Links, rechts, het zat echt overal.
Anders ga je toch niet… fluisterde iets.
Vastbesloten om me dit etentje niet door de neus te laten boren slikte ik de favoriete cocktail bij pijn die ik van mijn collega had geleerd. En ik wachtte. Ik probeerde me te ontspannen en dronk ondertussen liters verse muntthee. Het bonken verminderde, maar helemaal weg ging het niet. Ik slikte dus nog maar wat tussen de middag, ik hoefde tenslotte pas om twee uur in de auto te stappen. Toegegeven, twee uur heen en twee uur terug voor een portie sushi is best veel. Maar gezelschap wil ook wat, dus ik had het er graag voor over!
Half twee en nog een anti-pijn-shotje verder besloot ik dat de hoofdpijn wel genoeg gezakt was om de reis te ondernemen.
Ik ruimde wat op en pakte mijn spullen.
W√°√°r waren mijn sleutels?
Het hele huis zocht ik af. Alle jaszakken en tassen werden overhoop gehaald en even twijfelde ik of ik voor het gemak maar lief zijn sleutels moest pakken. Ik moest zo ondertussen echt wel weg!
‘Nee, eigen sleutels vinden,’ fluisterde een stemmetje en dus zocht ik braaf door.
Na een kwartier bedacht ik me ineens dat ze weleens in de auto konden liggen. Ik had ze misschien wel tijdens het klussen in het dashboardkastje gelaten… Ik spurtte dus naar de auto en opgelucht viste ik mijn sleutelbos tussen de autopapieren vandaan.
Klaar om weg te gaan!
Voor de zekerheid toetste ik de route in de navigatie, mijn lief zou tenslotte thuis blijven.
Pffttt, ook dat ding werkte niet echt mee vandaag. Minutenlang zat ik te prutsen. Vaag voelde ik iets bonken in mijn hoofd. Vastberaden zette ik de navigatie uit. Dan zou ik het wel zonder doen. Het was tenslotte niet de eerste keer dat ik naar Twente vertrok!
‘Weet je het zeker?’ hoorde ik in mijn hoofd.
Lief en hondjes zwaaiden me uit. Ik draaide de snelweg op en besloot in stilte naar Twente te rijden. Geen herrie aan mijn hoofd, alle rust om eens alleen te zijn.
Vlak na de afslag bij Nieuwendijk ging ineens iedereen bovenop de rem staan. Een stuk waar je tegenwoordig 130 km/uur mag rijden, dus sommige auto’s moesten uitwijken naar de vluchtstrook. Ook ik drukte pompend het rempedaal in¬†en sloeg met mijn hand op de knop om de waarschuwingslichten te activeren. In mijn achteruitkijkspiegeltje zag ik hoe een auto van de rechterbaan naar mijn linkerkant kwam. In volle snelheid. Ik zette me al schrap en zag hem toen een zwaai aan zijn stuur geven. Hij kwam naast mij tot stilstand.¬†Zijn ogen vonden de mijne en flauwtjes lachten we wat naar elkaar.
Toen begon het grote wachten.
En wachten.
En wachten.
Sirenes snelden ons voorbij en mensen stapten uit hun auto’s.
Rode kruizen boven de weg gaven aan: geen doorkomen aan, al zou je het nog zo graag willen!
Ik zuchtte eens en draaide alle raampjes open. Op het dashboard wees de thermometer 31 graden aan.
Na drie kwartier kwam er wat beweging in de rij. Niet omdat we door konden rijden, maar omdat mensen over de vluchtstrook naar de eerste de beste afrit reden, terug naar… tja, naar waar eigenlijk?
Ik wikte en ik woog. Schoof weer een meter naar voren. Woog mijn gedachten nog een keer. En toen de bestuurder naast mij een gat met zijn voorganger wel heel erg lang open liet nam ik een besluit: ook ik zou teruggaan. Twee uur rijden om sushi te eten is best nog wel te doen. Maar drie tot vier uur zou zelfs voor mij te gek gaan worden.
Pas later in de tuin bedacht ik me: wat gek, mijn hoofdpijn is nu echt helemaal weg! En mijn enkel voel ik ook niet meer… En ineens flitste door mijn hoofd: wanneer ben jij eigenlijk ooit je sleutels kwijt geweest?
Ik werd er stil van…

listen

Ooit

Ergens tussen nu en nooit ligt een wereld van verschil.
Het sluimert in je achterhoofd. Wacht op dat ene stemmetje dat aangeeft:
‘Nu. Ja nu! Luister naar me, het is goed…’
Maar wat nu als je doof bent voor al die fluisteringen?
Als je wacht tot het je wakker maakt en luid en duidelijk schreeuwt:
‘Ik bedoel nu! Hoor je me? Nu! Niet nooit…’?
En wat nu als je je eigen taal niet kent? Als je doler bent in eigen lijf?
Ben je dan gedoemd om te verdwalen in je eigen leven?
Of is er toch misschien stiekem ergens nog een beetje ooit?

what if