Tagarchief: Toekomst

Tijd

‘Weet je nog, vorig jaar rond deze tijd? Hoe is het mogelijk dat nu alles zo anders is dan toen..?’
Ik knik voor de zoveelste keer. Het is niet voor het eerst dat mensen dit tegen me zeggen in de afgelopen tijd. Het is iets wat me zelf ook bezig houdt, waar ik regelmatig aan denk.
Hoe graag wilde ik vorig jaar niet eventjes een blik in de toekomst werpen om er zeker van te zijn dat alles wel weer goed zou komen. Dat we (dat middelste!) het niet allemaal voor niets zou doen. Het zou het allemaal gewoon wat makkelijker maken, dacht ik toen.
En kijk nu eens, een heel jaar later.
Soms moet ik gewoon even goed in mijn ogen wrijven als ik middelste binnen zie komen. Hollands Welvaren met de hoofdletter W!
Met het eind van het jaar in zicht gaan we de ziekteperiode definitief afsluiten.
Wie had dat kunnen bedenken?

‘Waar zullen we volgend jaar rond deze tijd zijn? Zal het nog hetzelfde zijn of is alles anders dan?’ Voor de zoveelste keer stel ik deze vraag aan mijn lief. Het is iets wat me bezig houdt de laatste weken.
In de toekomst kijken wil ik niet meer. Ik wil de dag van vandaag zo lang als mogelijk vasthouden. De wetenschap dat mijn lief over een kleine twee weken voor bijna zeven maanden op uitzending gaat geeft me een wee gevoel in de maag. De knoop zit op dezelfde plek waar vorig jaar de angst van middelste zat.
En toch is dit anders.
We gaan er vanuit dat lief in de zomer weer veilig terug naar huis komt en we het leven weer gaan oppakken om dan rond deze tijd van het jaar terug te kijken en te zeggen: dat hebben we weer eens goed gedaan! Opnieuw een hobbel genomen.

Tijd, het blijft iets bijzonders.
De ene keer wil ik er doorheen razen, de volgende keer met alle geweld tegenhouden.
Maar tijd heeft daar geen boodschap aan. Tijd gaat door. Net als iedereen.

En dus vieren we het leven op dit moment.
Het enige juiste moment!

Advertenties

Samen vooruit

Of ik twee van mijn columns wilde voorlezen tijdens de patiënten contactdag. En misschien ook een nieuwe column wilde schrijven om bij het programmaboekje te voegen.
Ik hoefde daar geen seconde over na te denken. Natuurlijk wilde ik dat doen!
Ik schreef mijn column, overlegde met de redactie van de patiëntenvereniging, paste wat aan en vertrok op de bewuste zaterdag naar het midden van het land.
Nieuwsgierig; hoe zou de dag eruit gaan zien? Zenuwachtig; zou het voorlezen wel goed gaan? Onzeker ook; had ik de juiste columns uitgezocht en zouden de gasten het niet gek vinden?
Ik besloot het allemaal maar over me heen te laten gaan.

Na het welkomstwoord las ik mijn allereerste column voor. Degene die ik precies een jaar geleden schreef, aan het begin van middelste zijn ziekteperiode. Doordrenkt van angst, vol onzekerheden. Stiekem was ik blij dat ik hem thuis al weer een paar keer had doorgelezen. Ik voelde de wurggreep weer net zo heftig als een jaar geleden.

Tijdens de lunch spraken mijn lief en ik met een jonge vrouw. Zij staat op hetzelfde punt waar middelste begin dit jaar stond: medicatie die niet doet wat het zou moeten doen en nu voorzichtig kijken naar de opties van stamceltransplantatie. Het geluk dat middelste ten deel viel – een broer als match – is niet op haar van toepassing, zij is aangewezen op een donor van een vreemde.

Ook spraken we een jongeman die qua leeftijd niet ver van oudste af zit. Hij is al 12 jaar ziek. Iedere twee weken krijgt hij een infuus met medicatie, die hem weer de komende twee weken boven water moet zien te houden. Zijn levenslust en optimisme verraste me. Ik stelde me voor hoe middelste iedere twee weken zijn medicatie zou moeten gaan krijgen door middel van een infuus en voelde me nietig. Net als de vader van de jonge man, die zijn tranen eventjes niet kon bedwingen. Niemand die dat erg vond, niemand die hem schuins aankeek. We wisten wat hij voelde, we herkende zijn onmacht.

Na mijn laatste voordracht schoof ik terug op mijn plaats. De dame naast mijn lief draaide zich naar me om en bedankte me. Tranen rolde over haar wangen. Ik kon niets anders doen dan naast haar gaan zitten en haar vast houden.
En dat was precies goed.

Al met al was het een bijzondere dag.
Een dag waarbij de artsen die aanwezig waren veel vertelden over de onderzoeken die op dit moment lopen om Aplastische Anemie en PNH zo goed mogelijk in een gewoon leven te integreren of zelfs te genezen. Een dag vol troost; niemand hoefde hier iets uit te leggen, we (her)kenden elkaar. Een dag vol hoop ook, door de verhalen van iedereen die aanwezig was. Om samen door te kunnen, met een blik op de toekomst.