Tagarchief: Werk

Zeventig

Op dinsdagavond merk ik dat ik onrustig word. De volgende dag moet middelste weer naar het ziekenhuis voor zijn eerste controle nadat hij uit het ziekenhuis is gekomen. Wat zullen de bloeduitslagen zijn? Hoe tevreden zullen de artsen zijn? Zal hij toch weer een zak bloedplaatjes of gewoon bloed nodig hebben of zullen de waarden voldoende zijn om het weer naar volgende week te overbruggen?

‘s-Nachts lig ik lang wakker. Ik draai van mijn linker- op mijn rechterzij, staar wat naar het plafond en probeer de opkomende hoofdpijn en maagzuuraanval te negeren.
Als de klok 02.23 uur aangeeft zwaai ik mijn benen over de rand van het bed en sluip naar beneden. Zouden er nog ergens Rennies liggen of een ander maagzuur onderdrukkend middel? Verschillende tassen haal ik overhoop en de doos met medicatie ruim ik uit en weer in.
Geen Rennies.
Wel paracetamol gelukkig. Ik kan in ieder geval iets tegen de hoofdpijn nemen.
Dan herinner ik me plotseling iets uit mijn zwangerschappen.
In het donker loop ik naar de keuken en trek de koelkastdeur open. Ik mik de twee paracetamol in mijn mond en spoel ze weg met een paar grote slokken melk. Geen idee of je paracetamol met melk kunt innemen, maar in mijn herinnering helpt de melk in ieder geval om mijn maag wat tot bedaren te brengen.

Als ik eindelijk weer in bed lig komen de tranen.
Ik denk aan middelste en aan de periode die achter ons ligt.
Tien maanden lang heb ik het gevoel gehad dat de dood vanuit een donker hol naar hem lag te loeren. Afgelopen maand heb ik zelfs het gevoel gehad dat de dood hem uitdaagde, dichterbij sloop, hem recht in de ogen probeerde aan te kijken. Het besef dat de dood met mijn middelste geflirt heeft grijpt me naar de keel.
Hete tranen verschroeien mijn wangen en mijn lichaam schokt van het inhouden verdriet dat zich plotseling een weg naar buiten baant.

Toch moet ik in slaap gesukkeld zijn, want plotseling schiet ik wakker van de wekker.
Aan de ontbijttafel kijkt mijn lief me onderzoekend aan.
‘Wat is er met jou aan de hand?’ vraagt hij. Ik kan niet eens antwoord geven. Verschrikt trekt hij zich tegen hem aan en laat me huilen. Minutenlang.
Als het eindelijk weer wat beter gaat was ik mijn gezicht en maak me opnieuw op.
Hoe dan ook, ik wil naar het werk vandaag.
Op een controledag moet ik vooral bezig blijven.

Ook op het werk blijven de tranen regelmatig stromen. Ik veeg ze driftig weg, soms laat ik ze echter even gaan, als ik zie dat een collega het helemaal niet gek of erg vindt. Als ik tegen het eind van de dag naar huis fiets ben ik kapot. Total loss.

Eindelijk belt middelste dan op. Ik weet niet hoe snel ik de telefoon moet oppakken.
‘Ha middelste,’ roep ik vrolijk, uit alle macht mijn echte stemming onderdrukkend. ‘En? Hoe was het?’
‘Ja, wel goed,’ zegt hij. Ik probeer aan de toon van zijn stem te horen hoe hij zich voelt. ‘Ze zijn wel tevreden over me. Ik ben alweer wat kilo’s aangekomen, dat is mooi natuurlijk.’
Samen grinniken we wat.
‘Alleen mijn nierwaarden zijn niet zo goed. Die worden nu goed in de gaten gehouden de komende tijd. Ik moet meer drinken, heeft de hematoloog gezegd. In het ziekenhuis werd ik natuurlijk 24 uur per dag gespoeld door het infuus, dus dat moet ik compenseren. Komt goed.’
We bespreken even hoe hij dit het beste doen kan.

‘En je bloed? Zijn die uitslagen al bekend?’ vraag ik dan eindelijk.
Middelste lacht.
‘Ja, die heb ik ook al. De witte bloedcellen en dan met name de stamcellen zijn verdubbeld ten opzichte van vorige week, mijn Hb is van 5,7 naar 5,8 gegaan. Dat is niet zo heel veel meer, maar het is in ieder geval niet gedaald.’
Ik hmmm met hem mee en beaam dat dit niet slecht is.
‘En de bloedplaatjes zijn 70 nu.’
Ik hoor de lach in zijn stem en laat even bezinken wat hij net gezegd heeft.
‘Je meent het…’ zeg ik dan. ‘Zeventig?? Als in…70?? Gewoon, van uit jezelf??’
‘Gewoon, vanuit mezelf!’

Als ik de telefoon neerleg moet ik weer huilen. Nu van blijdschap.
Die nacht slaap ik als een roos.

Advertenties

Stoer wijf (1)

Omdat de cursus van mijn lief midden in de zomer viel, en deze bovendien in Oberammergau (off all places!) werd gegeven, besloot ik met hem mee te gaan. Niet omdat het moet, maar omdat het kan. Bovendien… bergen en wij is net zoiets als thee met suiker, brood met boter; sommigen vinden het heerlijk, anderen moeten er niet aan denken. Ik (wij) behoor (behoren) tot de eerste categorie. Wij vinden het heerlijk! Ik moet ook altijd wat tranen wegslikken als ik de hoge bergtoppen zie en voel dan spontaan een rust over me heenkomen. Alleen al de wetenschap dat ik over stromende watertjes kan springen, toppen ga beklimmen en grenzen ga verleggen is voldoende om spontaan in jodelen uit te barsten!
Deze keer zou het echter anders zijn. Lief was immers niet voor niets hier, hij zou maar bar weinig van de bergen mee kunnen maken. Nou ja, vanuit het klaslokaal misschien een beetje en na vijf uur, als de lessen afgelopen waren, maar dat is te kort tijd om serieus de bergen in te trekken. Zoveel is zeker.
Ik stelde me thuis dus voor hoe ik overdag mezelf zou vermaken met wat lezen, schrijven en misschien wat wandelen. Op de stoere momenten stelde ik mezelf zelfs voor dat ik met rugzak en kaart de bergen in zou gaan, het avontuur tegemoet. Dan barste ik bij voorbaat al spontaan in lachen uit, want wie gaat er nu in z’n eentje de bergen in? Zelfs ik wist wel beter!
De eerste dag verkende ik het dorp wat, liep bij de Tourist Information naar binnen en bekeek wat wandelingen.
Plotseling hoorde ik mezelf vragen hoe de wandeling in de Klamm te combineren was met de wandeling naar een hut.
Eenmaal buiten lachte ik mezelf uit.
Begrijp ik je nu goed? In je eentje? De bergen in? Met een kaart? Yeah, right. Dream on. Ga eerst maar eens in je eentje lunchen op een terras in dit wildvreemde dorp, fluisterde een stemmetje. Dat is volgens mij al spannend genoeg!
Omdat ik meestal (meestal hè!) wel luister naar dit soort stemmetjes besloot ik me aan deze uitdaging te wagen. Ik slenterde wat door het dorp en streek toen neer op een terras gevuld met stelletjes en gezinnen.
Toeristen.
Op de vraag of ik alleen was knikte ik argeloos ja (ik voelde echter iets héél anders, dat kan ik u verzekeren!). Niet veel later zat ik te smullen van een kop soep met daarnaast een glas Radler. Om mezelf een houding te geven lag mijn Moleskine naast mijn bord en probeerde ik wat indrukken te noteren.
Het echtpaar dat een klein kwartier later bij mij aan tafel schoof maakte echter wel dat ik me iets minder bekeken voelde… Het gesprek dat met hen volgde was niet alleen leuk maar ook een welkome afwisseling van het dialoog dat ik in mijn hoofd met mezelf voerde.
Opgefleurd door deze twee mensen besloot ik onderweg naar het huisje: ik ga gewoon wandelen! Naar het volgende dorp, via de bergroute die aangegeven staat achter ons huisje. Dat moet te doen zijn!
Met mijn fototoestel over mijn schouder geslingerd volgde ik de bordjes richting Unterammergau. Af en toe steil omhoog en over kleine paadjes, soms ook plat en goed begaanbaar. Maar altijd met zicht op beider dorpen, dus redelijk veilig.
Vlak voordat lief thuis kwam plofte ik in de stoel van onze tuin.
En, heel gek, ik voelde me stiekem toch wel een stoer wijf!

wandeling dag1a wandeling dag1b  wandeling dag1c

Passie

Een poosje geleden vertelde ik dat ik een artikel had gelezen over hoe je van je passie je werk kunt maken. Op dat moment pikte ik alleen de eerste vraag eruit om voor mezelf te beantwoorden. Mijn held(in), mijn voorbeeld. 
Van meerdere mensen kreeg ik het verzoek om de andere vragen ook nog even te delen. Dat wil ik graag doen natuurlijk, maar niet zonder de auteur van dit artikel te benoemen. Al een tijdje lees ik mee bij Lodi Planting. Niet altijd volg ik zijn beweringen, soms vind ik het net allemaal iets té, maar soms laat hij me even nadenken. En daar gaat het me toch eigenlijk om.
Ook met deze zeven vragen dus.

  1. Wie is jouw held/heldin? Beroemdheid en/of iemand uit je omgeving.
  2. Wat zal er worden gezegd als jij afstudeert of weggaat bij je bedrijf?
  3. Wat zou je doen als geld en tijd geen issue was?
  4. Wat deed je graag als kind?
  5. Wanneer heb je eer van je werk?
  6. Wanneer doe je dingen moeiteloos?
  7. Wat zou je morgen doen als je wist dat je niet kon falen?

Bij vraag 2 gaat het bij mij al fout. In mijn hoofd hoor ik mensen zeggen: ‘Ben je nu helemaal gek geworden? Je hebt een vaste aanstelling, een leuke baan, fijne collega’s en bovendien heb je financiële verplichtingen!’ Vooral dat laatste drukt zwaar op mijn schouders. Ja, we hebben een huis, mét hypotheek en kinderen die we zo nu en dan ook nog willen ondersteunen als het moet of als we er zin in hebben. Dus… moeilijk!
Als geld en tijd geen issue was (vraag 3) dan werd ik een hippie! Alles wat me lief is in een camperbus stoppen en lekker rondzwerven. De wereld zien. Gewoon af en toe werken voor het geld dat nodig is om op dat moment te leven. Eten, drinken, kleding. Veel heb ik niet nodig dan. Maar ja, ook mijn lijf wordt ouder en ooit komt er een tijd dat ik niet meer reizend mijn geld kan verdienen. Wat doe ik dan? En hup, ik ben weer terug bij vraag 2!
Vraag 4: als kind schreef ik al kleine verhaaltjes. Met een nichtje werkte ik zogenaamd aan ons eigen weekblad. Inclusief strip, horoscoop en interview. Dagdromen was iets wat zelfs op mijn rapport regelmatig terugkwam. ‘Joolzz zou minder uit het raam moeten staren, dan volgt ze misschien de lessen beter,’ was iets wat regelmatig terugkwam op de periodieke cijferlijsten. Ook had ik al vroeg een eigen fotostelletje en maakte hele fotoalbums – inclusief tekeningen en plaatjes die uit tijdschriften geknipt waren -. Dus als ik die dingen bij elkaar optel…
5. Eer van mijn werk? Als ik er zelf blij van wordt! 🙂
6. Als ik iets leuk vindt en het druk heb, de vrijheid krijg en mijn eigen weg mag volgen heb je geen kind aan mij! Maar ja, wie heeft dat niet?
Wat ik morgen zou doen als ik nu weet dat ik niet ga falen (laatste vraag)? Opleiding tot (foto)journalist volgen en de wereld rondtrekken!
Ach een mens mag toch ook nog wel een beetje dromen?

passie

Tweede helft

Nog drie dagen en dan stap ik naar de andere helft van mijn leven.
Ja, ik ben van plan om honderd te worden en dus heb ik nog zeeën van tijd om te genieten van het leven, leuke dingen te ondernemen en de wereld te zien.
Het voordeel van nu is, dat ik – in tegenstelling tot vijftig jaar geleden, toen ik niet eens het flauwste benul had dat ik überhaupt bestond – bewust leef.
Ik hoef niet meer urenlang te slapen om te groeien, niet meer jarenlang naar school om te leren lezen en schrijven, of dagenlang te oefenen om mijn evenwicht te behouden zodat ik op twee wielen kan fietsen. Ik heb mijn rijbewijs al en rij kris-kras door Nederland om de leukste plekjes te ontdekken.
Mijn studie ligt al jaren achter me en ik heb mijn weg in het werkzame leven gevonden.
Het dak boven mijn hoofd staat op een huis waar ik nog steeds verliefd op ben.
Ik weet zo ondertussen wel wat ik leuk vindt en waar ik van gruwel. Ik ken mijn onhebbelijkheden, weet waar ik goed in ben en waar ik van genieten kan. De liefde van mijn leven heb ik gevonden en zwanger worden en kinderen krijgen is voor de volgende generatie weggelegd.
Dat geeft me al snel een voorsprong van zo’n pakweg 25 jaar.
Tjee, nog zo’n 75 jaar te gaan.
Wat een heerlijkheid… 🙂

50

Logisch

‘Misschien een leuk onderwerp voor een column?’
Zo stond in het onderwerp van een mailtje dat ik twee weken geleden op mijn werk ontving. Het is deze maand mijn beurt om een column te schrijven en hoewel er geen echte regels zijn is het onderwerp duidelijk.
Integriteit.
Daarover wordt altijd geschreven.
Ik las het artikel en dacht erover na. Het proces van Wilders en de keuze die gemaakt was om op dit proces alleen maar rechters te zetten die geen politieke voorkeur uitspraken of lid zijn van een politieke partij.
Pffttt… lastig onderwerp! Zelfs nadat ik de discussie hierover – aangezwengeld en uitgezonden door de Volkskrant – had nagelezen én beluisterd.
Ik dacht er dus lang over na.
Toen werd het 22 maart.
Europa werd in het hart getroffen door aanslagen.
Tussen alle werkzaamheden door luisterden we naar de radio. Ik volgde zelfs een stukje van de verslaglegging mee op tv. En net als alle andere collega’s gruwden we van de daden, dachten we aan de mensen wiens (soms heel jonge!) levens zomaar weggevaagd waren die ochtend. Ledematen afgerukt, brandwonden, verminkt voor het leven.
We vroegen ons af of iemand van onze familie, vrienden, kennissen of collega’s op het vliegveld aanwezig zou zijn. Ik bedoel, Brussel… Het is soms handiger vliegen vanaf daar voor onze stad dan Amsterdam. Een collega had contact met haar vriend. Zijn zoon zou die dag vanaf Zaventem vliegen. Hij was godzijdank ongedeerd. Een andere collega belde een overleg af, want ook zijn kind was onderweg naar Brussel. Dat was belangrijker. Uiteraard!
We hielden elkaar voor dat we vooral niet angstig moesten worden. Ja, het kwam dichterbij, maar als angst de mens gaat regeren…
Het werkte maar half.
Die middag reed ik op mijn fiets richting huis. Bij de tweede bocht fietste ik een multiculturele straat in. Over het algemeen geniet ik van de bedrijvigheid en vele geuren die vanuit de diverse eetcafé’s de straat op dwarrelen. Soms groet ik ook wat mensen, gewoon omdat ik ze iedere dag weer tegenkom.
Deze middag zag ik vooral gesloten gezichten. Strak, grauw, strijdlustig… En voor het eerst voelde ik me niet op mijn gemak in deze straat. Ik dacht weer even aan mijn te schrijven column, aan Wilders en de keuze om rechters voor dit proces te kiezen zonder uitspraak van politieke voorkeur en angst omvatte mijn hart.
Angst en boosheid.
Angst voor van alles, boosheid omdat ik deze angst toeliet op dat moment.
Aan het eind van de straat fietste ik de hoek om.
‘Het is niet erg dat je angst hebt,’ suste ik mezelf. ‘Op een dag van vandaag is dat ook logisch. Ja, dat is het: het is logisch!’ Denkend aan de man die deze gevleugelde uitspraak ook in ons gezin gebracht had.
Twee dagen later werd ook die zekerheid omver getrokken.
De wereld was plotseling niet meer zo logisch.
Ik was er stil van…

logisch

 

Wensenpotje

Er was een tijd dat ik er een beetje lacherig over deed. Dat ik het misschien zelfs wel wat te ver gezocht vond en me bovendien ook een beetje afzette tegen de hype van dát moment: The Secret.
Goed, ik was het ermee eens dat je pas iets kon veranderen als je het écht zelf wilde, maar om nu te denken dat je een wens de lucht ingooit en dat het dan ook uitkomt…? Dat vond (en vind!) ik toch moeilijk te geloven. Ik bedoel, een ander komt niet naar je toe met een vraag of een voorstel dat overeenkomt met misschien wel je diepste wens. Zo van: ‘Hé, ik bedacht me ineens, als ik jou nu eens dit huis cadeau doe met al je wensen en dromen erin verweven. Zou dat geen goed idee zijn?’ of ‘Kijk, ik heb hier jouw droombaan voor me liggen. Ik heb hem speciaal voor jou bewaard! Doen?’
Ik denk zelfs dat ik het niet eens zou doen! Gewoon, omdat ik het niet zou vertrouwen. Welke gek zou mij een huis geven of een wereldbaan aanbieden, terwijl er honderdduizend anderen zijn die precies diezelfde baan willen hebben en er misschien wel veel beter in zijn ook?
Nee, zo werkt het niet. Dat weet ik zeker.
Maar hoe komt het dan toch dat ik toch al echt meerdere malen heb meegemaakt dat het maken van een wensenpotje (of een Bucketlist zoals ze het ook wel noemen) stiekem zoveel vruchten afwerpt?
Het moet bijna wel iets te maken hebben met inwendig programmeren of zoiets. Iets psychologisch dus…
Vandaag keek ik eens naar mijn Bucketlist 2015 op Pinterest en schrok bijna van alle wensen die ik vorig jaar had toegevoegd en die afgelopen jaar waren uitgekomen. Op een paar na. En zelfs daar zit schot in…
Een klein overzicht…

* Neem een abonnement op je favoriete tijdschrift     *check* (Happinez is het geworden, per april van dit jaar)
* Lees het boek: Playing Big van Tara Mohr, en doe er iets mee!     *check* (en hoe!)
* Ga dansen aan zee     *check*  (samen met mijn lief)
* Stuur veel kaartjes aan lieve mensen     *check*  (zo leuk om te doen!)
* Laat die tattoo zetten!     *check*  (in juni liet ik er een op mijn voet zetten. Hij is me zo dierbaar!)
* Accepteer je grijze haren. Ze horen bij je leeftijd!     *check*  (Mooi oud worden kan best!)
* Creëer je eigen schrijf-yoga-meditatieplek     *check*  (mijn lief richtte een mooi kamertje in deze zomer, speciaal voor mij!)
* Ga het gesprek aan op je werk om er meer uit te halen dan er nu inzit!     *check*  (nieuwe baan sinds 1 juli!)
* Maak voor 2016 een nieuwe Bucketlist     *checkerdecheck!!*

En jij? Wat doe jij om je wensen uit te laten komen voor 2016? Een Bucketlist? Een wensenpotje? Ik ben benieuwd!!

2016

Vrij

Het is donker. Pikdonker. Voorzichtig trekt hij zijn been onder zijn zoon vandaan die tegen hem aan in slaap gevallen is. Uitgeput. Hongerig. Langzaam, om hem vooral niet wakker te wakker te maken. Als zijn zoon onrustig kreunt houdt hij een moment zijn adem in. Laat hem alsjeblieft nog even slapen, bidt hij. Weggedoken in vergetelheid. Ze zitten hier nu al zo lang. Zou er ooit een eind aan deze nacht gaan komen?
Aan de andere kant van hem hoest iemand. Gemompel gaat als golf door de menigte heen.
Met hoeveel zouden ze hier zitten? Honderd? Tweehonderd? Hij heeft geen idee. Hij weet alleen dat het koud is en toch ook bedompt. Een geur van angst vermengd met oud zweet prikkelt zijn neus. Hij heeft frisse lucht nodig. Hij komt zuurstof tekort. Paniek golft door hem heen. Grijpt hem naar de keel.
Rustig blijven, adem halen, niet teveel nadenken!
Sissend laat hij zijn adem ontsnappen en sluit zijn ogen.
Groene velden, wuivend graan, zonnebloemen, daar moet hij aan denken. Niet aan de onzekerheid die voor hem ligt.
Langzaam komt zijn lijf weer wat tot rust.
Hij trekt zijn zoon tegen hem aan, streelt zijn haren. Zijn hand glijdt over de jas van zijn zoon, voelt de ruwe stof, de knopen. Dan voelt hij het stukje stof met de fijne steken. Zijn vrouw heeft het vlak voor hun vertrek op de jas van haar zoon en haar man genaaid. In gedachten ziet hij haar hoofd liefdevol gebogen over haar werk. Ze wilde het er netjes ophebben. Links op de revers. Op de plek waar het hart zit.
Zijn hand glijdt naar zijn eigen jas. Het voelt aan als een ster.
Een glimlach glijdt over zijn gezicht.
Het zal beter worden. Hij weet het zeker.
Dan schrikt hij op van een klap. Om hem heen beginnen mensen te schreeuwen. Jongens huilen.
Dan hoort hij stemmen buiten de ruimte. Deuren worden opgegooid en struikelend over elkaar klimmen ze naar buiten.
Ze zijn er geweest. Het is allemaal voor niets geweest.
Zijn arm klemt om zijn zoon heen. ‘Houd mij vast, laat mij vooral niet los!’ schreeuwt hij. De grote donkere ogen van zijn zoon kijken zijn vader angstig aan. Met twee handen houdt hij de arm van zijn vader vast. Ze zullen hem moeten loshakken als ze hem van zijn vader gescheiden willen krijgen.
Plotseling horen ze mensen roepen.
‘You are safe! Don’t worry. You’re safe now. We will take care of you.’
Dekens worden om hen heen gelegd en bekers warme thee wordt tussen de verkleumde handen gedrukt.
Verdwaasd kijken ze elkaar aan. Hebben ze het echt gered? Zijn ze echt veilig? Tranen van opluchting rollen over de wangen. Ze gaan naar een veilig land. Een land waar geen oorlog is. Waar ze niet hoeven te vrezen voor hun leven. Hij hoopt dat ze naar het land kunnen gaan waar hij ooit over gelezen heeft. Waar kinderen iedere dag gewoon naar school gaan. Waar een toekomst gloort voor kinderen. Ook die van hem. Waar op zondagavond iedereen voor de televisie zit en kijkt hoe mensen taarten bakken of met een knop koffertjes geld bij elkaar raden. Misschien kunnen zijn vrouw en twee dochtertjes snel naar hen toekomen.
Warme kleding, eten, een huis, scholing, het lijkt ineens allemaal dichtbij. Hij wil er best voor werken. Hij heeft zijn hele leven tenslotte gewerkt, waarom nu dan niet? Hij kan andere vluchtelingen helpen. Ze les geven misschien. Hij was in zijn land een gerespecteerd leraar. Hij kan dat hier voortzetten. Maar hij wil ook best helpen op een boerderij, in een winkel of in een fabriek. Als dit nieuwe land hem helpt, wil hij beslist iets terug doen.
Een lach breekt zijn gezicht in tweeën. Een klein moment van stil geluk.
Misschien kan zijn zoontje zelfs gaan voetballen over niet al te lange tijd. Als ze in het land van Robben terechtkomen… Of van Van Persie.
Hij is de mensen nu al dankbaar.
Zijn vingers vinden weer het stukje stof op zijn jas.
‘The angel helped you, my friend,’ hoort hij naast zich. Zijn ogen vinden de blauwe ogen van een jonge vrouw. Vriendelijk knikt ze naar de beschermengel die zijn vrouw op de jassen heeft genaaid.
Stralend kijkt hij haar aan.
‘Yes, it did,’ zegt hij dan.
Hij weet niet dat zijn reis nu pas echt begint.
Onderweg naar hét vrije land…

vluchteling