Tagarchief: Wijsheid

Stoer wijf (epiloog)

‘Ik ben nu al benieuwd naar je volgende aflevering!’
Het was een klein berichtje op mijn LinkedIn pagina van een collega als reactie op mijn eerdere berichten over hoe stoer ik me voelde na een lunch in mijn eentje op een terras in een vreemd land en mijn bergwandeling-avontuur.
Ik moest daar even over nadenken. Want, heel gek, wat voor een eerste keer heel stoer en onwennig kan lijken, is na een paar keer alweer een beetje gewoon.
Natuurlijk moest ik mezelf nog steeds over een drempeltje heen helpen als ik iets ging ondernemen de rest van die Oberammergau-week, maar dat had steeds te maken met het gevoel dat het met z’n tweetjes nu eenmaal gezelliger is dan in je eentje. Laten we eerlijk zijn, na een paar keer wat tegen mezelf gezegd te hebben was ik de eeuwige instemming wel een beetje beu. Ik vind het gewoon leuk om hele dagen te kletsen, te filosoferen met andere mensen en urenlang te bomen over van alles en nog wat.
Het hield me echter niet tegen om daarom maar in de tuin te blijven hangen.
Ik stapte dus op dag vier in de auto en reed naar Sloß Linderhof. Eenmaal aangekomen besloot ik mezelf op een rondleiding te trakteren en dus sloot ik aan bij een groep Fransen, Duitsers en Engelsen. Het grappige van Nederlander zijn is wel dat we meerdere talen spreken, dus toen ik de Duitse dochter tegen haar moeder hoorde zeggen dat ik waarschijnlijk alleen onderweg was en dat ze dat best wel zielig vond, moest ik glimlachen.
Zielig was misschien wel het laatste woord dat ik voor mezelf in gedachte had!
Op mijn gemak zwierf ik na de rondleiding door de tuinen. Heerlijk om kleine paadjes in te lopen, kleine dingen te fotograferen zonder dat er iemand op mij aan het wachten was.
Zo’n dikke twee uur later stapte ik weer in de auto en besloot: ik rijd door naar Garmisch Partenkirchen.
De stad is niet geheel onbekend en in de bergen rijden is gewoon leuk, dus… waarom niet?
De soep en het biertje smaakte die middag nog beter dan de eerste, onwennige dag. De zon scheen en ik leunde ontspannen achterover.
Ik overdacht deze bijzondere week en kon niet anders dan tot de conclusie komen: ik kan prima met mezelf overweg. Ik vind het gezellig met een ander erbij, maar ook alleen vermaak ik me prima.
Dat is toch een hele geruststelling!

woman

Advertenties

Moeders, kinderen en vriendinnen #13 met Martin Bril

Als klap op de vuurpijl sloot ik de aprilmaand (feestmaand-want-ik-ben-50-maand) af met een groep vriendinnen.
Rond half elf stroomde mijn keuken vol met prachtige vrouwen. Een uurtje later sloot de laatste de rij die door Tom-Tom verdwaald was (ik noem geen namen 😉 ).
Zet een groep vrouwen bij elkaar en je hebt… een kippenhok (volgens mijn lief), veel slappe lach (volgens alle vriendinnen) en vooral veel therapie (volgens mij).
Er wordt gepraat over werk, rimpels, opleidingen, leeftijd en de dromen die we dromen. Partners komen héél eventjes voorbij, eigen moeders veel langer. We luisteren naar elkaar, begrijpen elkaar en vooral: we troosten elkaar. Veel en langdurig, soms met kippenvel over het hele lijf.
En – zoals dat met de meeste vrouwen met kinderen zo gaat – we hebben we het over de kinderen!
Onze kinderen.
Over die mooie dochters en zonen van ons en over hoe trots we op ze zijn. Hoe ze ons verbazen als we zien wat een mooie jonge mensen het aan het worden zijn die zelfstandig en krachtig in het leven staan. Zelf beslissingen nemen en zich doodgewoon los durven te maken van datgene wat vertrouwd en veilig voor ze is. De wereld intrekken, ontdekken wat er te halen is en soms ook niet…
Onze rol als moeder wordt (vooral door onszelf) onder de loep gelegd, bijgesteld daar waar nodig als we denken te weten dat één van ons wel erg streng is voor zichzelf en er wordt meelevend geknikt  als we het over één van de zorgenkinderen hebben. Niet de zorg als in ‘verzorgen’, maar de zorg voor een kind die worstelt met sommige dingen in zijn of haar jonge leven.
Maar vooral zijn we trots, héél erg trots op die mooie kinderen van ons!
Alle gezichten glimmen en ogen twinkelen als we het over ‘die van ons’ hebben. Leeftijd maakt niet uit, geslacht al helemaal niet!
‘s-Avonds kruip ik dan ook met een grote glimlach onder mijn dekbed en grinnik nog lang na als ik denk aan de app-jes die nog volgden toen iedereen al lang weer thuis was. We hebben allemaal weer iets waardevols opgepikt uit de vele gesprekken en mee naar huis genomen. Ikzelf ben even de zolder opgeklommen om een campingstoel en thermosfles te zoeken. Hij staat klaar voor mijn volgende bezoek. (inside joke; redactie)
Op mijn nachtkastje ligt het laatst gekochte boekje van Martin Bril, ‘De mooiste dochters van de hele wereld.’
Ik denk weer even aan mijn vriendinnen van deze dag en lees de laatste columns in dit boek. Ik zat vanmiddag met de mooiste dochters van de wereld van een aantal moeders aan tafel. Dank jullie wel meiden!

martin

50, so what? #10 van de 52 boeken, samengesteld door Linda de Mol

Geen betere week om dit boek te lezen dan de week waarin de grote vijf-nul, oftewel het onomkeerbare middelpunt van mijn leven, het Sarah-gevoel of – zoals één van de kinderen het gekscherend noemde – de beginnende oma-leeftijd in zicht kwam. (Ik heb voor de veiligheid nog maar even niet geïnformeerd of ik ergens rekening mee moet gaan houden, maar dat terzijde…)
Vijftig. Als in… 50!
Ik vind het wel gaaf eigenlijk. Niemand kan mij nu serieus nog wijs proberen te maken dat ik het allemaal écht nog niet weet, of  dat ik me moet gedragen op die ene manier omdat het nu eenmaal zo hoort. Nee, ik ben 50 en ik heb de wijsheid in pacht! Ik heb gezocht en ik heb de mosterd gevonden. Ik weet hoe dingen werken (en vooral ook: hoe niet!). Ik hoef me de les niet meer te laten lezen door een snotneus die denkt te weten hoe ik mijn leven moet leven. Ik ben ik en dat is heerlijk!
Dit soort ‘wijsheden’ kwam ik ook allemaal tegen in het boekje dat ik vanwege mijn lijst gepland had te lezen in deze speciale week. Een aantal verhalen sprongen eruit.

Zo heeft Kluun echt een kijk op 50 worden die me erg nauw aan het hart ligt.
‘…Van mijn dochters heb ik geleerd dat je als man, zeker als oudere man, nooit – ik herhaal: nooit – je broek moet ophijsen in gezelschap. Wil je een man op leeftijd herkennen, hoef je alleen dáárop te letten. Een twintiger of dertiger zal nooit zijn broek ophalen.’
Meiden, need i say more? 😉

Ook Cécile Narinx heeft een leuke opsomming schrikbeelden en icoonvoorbeelden voor vrouwen rondom hun 50e leeftijd.
Wat wel en wat vooral níet te doen als je de 50-grens gepasseerd bent.
Hilarisch! Ik moest stiekem toch iedere keer weer terugdenken aan het laatste seizoen van De Mol, waarin de legging een veelbesproken onderwerp was.
Grote *tip* van Cécile: kies een look naar een voorbeeldvrouw van je. Neem bijv. Robin Wright en vraag je bij alles wat je koopt af: zou zij dit nu ook kopen? Eigenlijk is de *tip* gewoon: kies een style en hou je daaraan! Sportief, casual, klassiek… ik noem maar iets. Dank voor het advies Cécile. Als jij mij nu Tide portemonnee toestuurt, zorg ik voor de rest!

Sylvia Witteman sloot de rij korte verhalen met een (voor haar zo kenmerkend) humoristisch stukje!
‘Nou ja, 50, 50… Dat is óók maar een getal hè? Ik vind het op z’n zachtst gezegd een beetje raar om daar van alles aan op te hangen. Opvliegers, overgewicht, spataderen, vermoeidheid, huilbuien, incontinentie, vaginale droogte… Je krijgt het allemaal maar naar je hoofd geslingerd opeens. …’

Ik sluit me er bij aan.
Het is maar een getal, hè. En ik voeg er voor het gemak nog maar even aan toe: je bent zo oud als je je voelt. (in mijn geval dus al jááááren 35! 🙂 )
50? So what!

50jaar

Logisch

‘Misschien een leuk onderwerp voor een column?’
Zo stond in het onderwerp van een mailtje dat ik twee weken geleden op mijn werk ontving. Het is deze maand mijn beurt om een column te schrijven en hoewel er geen echte regels zijn is het onderwerp duidelijk.
Integriteit.
Daarover wordt altijd geschreven.
Ik las het artikel en dacht erover na. Het proces van Wilders en de keuze die gemaakt was om op dit proces alleen maar rechters te zetten die geen politieke voorkeur uitspraken of lid zijn van een politieke partij.
Pffttt… lastig onderwerp! Zelfs nadat ik de discussie hierover – aangezwengeld en uitgezonden door de Volkskrant – had nagelezen én beluisterd.
Ik dacht er dus lang over na.
Toen werd het 22 maart.
Europa werd in het hart getroffen door aanslagen.
Tussen alle werkzaamheden door luisterden we naar de radio. Ik volgde zelfs een stukje van de verslaglegging mee op tv. En net als alle andere collega’s gruwden we van de daden, dachten we aan de mensen wiens (soms heel jonge!) levens zomaar weggevaagd waren die ochtend. Ledematen afgerukt, brandwonden, verminkt voor het leven.
We vroegen ons af of iemand van onze familie, vrienden, kennissen of collega’s op het vliegveld aanwezig zou zijn. Ik bedoel, Brussel… Het is soms handiger vliegen vanaf daar voor onze stad dan Amsterdam. Een collega had contact met haar vriend. Zijn zoon zou die dag vanaf Zaventem vliegen. Hij was godzijdank ongedeerd. Een andere collega belde een overleg af, want ook zijn kind was onderweg naar Brussel. Dat was belangrijker. Uiteraard!
We hielden elkaar voor dat we vooral niet angstig moesten worden. Ja, het kwam dichterbij, maar als angst de mens gaat regeren…
Het werkte maar half.
Die middag reed ik op mijn fiets richting huis. Bij de tweede bocht fietste ik een multiculturele straat in. Over het algemeen geniet ik van de bedrijvigheid en vele geuren die vanuit de diverse eetcafé’s de straat op dwarrelen. Soms groet ik ook wat mensen, gewoon omdat ik ze iedere dag weer tegenkom.
Deze middag zag ik vooral gesloten gezichten. Strak, grauw, strijdlustig… En voor het eerst voelde ik me niet op mijn gemak in deze straat. Ik dacht weer even aan mijn te schrijven column, aan Wilders en de keuze om rechters voor dit proces te kiezen zonder uitspraak van politieke voorkeur en angst omvatte mijn hart.
Angst en boosheid.
Angst voor van alles, boosheid omdat ik deze angst toeliet op dat moment.
Aan het eind van de straat fietste ik de hoek om.
‘Het is niet erg dat je angst hebt,’ suste ik mezelf. ‘Op een dag van vandaag is dat ook logisch. Ja, dat is het: het is logisch!’ Denkend aan de man die deze gevleugelde uitspraak ook in ons gezin gebracht had.
Twee dagen later werd ook die zekerheid omver getrokken.
De wereld was plotseling niet meer zo logisch.
Ik was er stil van…

logisch

 

New me

Ineens was ik het zat. Niet zomaar een beetje zat, nee, spuugzat!
Iedere keer ging ik weer aan de slag en iedere keer was ik weer een uur verder om vervolgens zo’n drie weken rust te creëren.
Hooguit.
Want na die drie weken keek ik altijd weer vol afgrijzen naar de spiegel om te constateren dat de landingsbaan, ergens rond mijn haarscheiding, wéér breder was geworden.
En dan baalde ik. Niet zomaar een beetje, nee, dan baalde ik flink!
Wéér een uur van mijn tijd opofferen om er enigszins representatief uit te willen zien.
En waarom? Omdat ‘men’ vindt dat grijze haren bij oude vrouwen hoort? Omdat het wel algemeen geaccepteerd lijkt te zijn dat mannen met hun grijze lokken lopen te pronken (‘kijk eens hoe wijs wij zijn!’) en iedereen er maar van uit gaat dat vrouwen met grijs haar afgedaan hebben. Oma’s zijn. Vrouwen die er niet meer toe doen in het spel tussen man en vrouw.
En ik besloot: ik doe er niet meer aan mee.
Ik ben nu eenmaal grijs als ik niet iedere drie weken die bagger op mijn uitgroei smeer. En ik ben ouder en wijzer. Ik hoef niet meer mee te lopen met de meute die vind dat jeugd bestaat uit gekleurde (donkere) haren en vitaliteit.
Ik maakte dus een mooi bord aan op Pinterest om te zien hoe mooi grijze haren bij een vrouw zijn en stapte met kloppend hart (ja, ik ben en blijf dan toch een vrouw die wankelt op de grens tussen wijsheid en wijs zijn) naar de kapper. Een nieuwe kapper, omdat ik nu eenmaal een haat-liefde verhouding met kappers lijk te hebben. Ze doen in ieder geval nooit wat ik wil en meer dan eens ben ik ongelukkiger thuis gekomen van een kappersrondje dan gewenst.
Goed.
Een nieuwe kapper dus, op aanraden van een mede-forenser die op een dag met een bos prachtig wit haar op het station verschenen was. Nu was dát me een stap te ver, heel eerlijk gezegd, maar ik wilde mijn haren wel in de handen van deze wonderkapper geven, als hij mij mijn eigenwaarde over leeftijd terug kon geven.
Hij liep eens om me heen. Bekeek me van afstand. Duwde zijn vingers diep in mijn haardos en trok scheidingen op plaatsen waar ik niet kon kijken.
‘Grijs,’ constateerde hij. ‘Beslist grijs. Nog niet helemaal, maar wel al goed onderweg.’
‘En ik ben klaar met verven.’ antwoordde ik dapper.
‘Snap ik,’ knikte hij. ‘En dat hoeft ook helemaal niet meer. Volgens mij word jij namelijk heel mooi grijs. Wit. Zilverwit. Ik kan je naar deze mooie kleur helpen.’
Vol ongeloof keek ik hem aan.
‘Hoe?’ Het was het enig zinnige dat ik uit kon brengen.
‘Highlights, lowlights en langzaam je eigen witte haren erdoor laten vlechten.’
Het klonk als muziek in mijn oren.
Vlechten.
Die man is niet alleen kapper, maar ook een poëet.
‘De eerste keer is even heftig,’ waarschuwde hij nog, ‘maar ik weet zeker dat het je mooi zal staan!’
‘Moeten mijn haren kort als ik het grijs laat worden?’ vroeg ik met een benauwde stem, de woorden van mijn schoonmoeder in mijn oren echoënd.
‘Nee!’ Verschrikt keek hij me aan. ‘Niet afknippen hoor! Je zou het nog langer moeten laten groeien. Lang haar hoort bij jou.’
Toen wist ik het zeker. Dit is mijn kapper!
Vier uur later stapte ik naar buiten.
Een rugmassage door de kappersstoel rijker, blonder dan ik ooit ben geweest en helemaal gelukkig.
Ik ben ouder en ik voel me geweldig!
Is het niet heerlijk?

grijs haar

Pinterest

Als groot fan van Pinterest breng ik per week best wel wat uurtjes door met het samenstellen van mijn eigen borden.
Het ontspant me, inspireert me en geeft me zelfs adviezen en wijsheden mee voor de dagelijkse gang van zaken.
Zo heb ik een moodboard waarbij ik mijn droombaan bij elkaar verzin, eentje waar ik gewoon blij van wordt, een ander met mijn favoriete mode- en parfumvrouw en ook eentje met allerlei wijsheden en overdenkingen.
Vooral van die laatste kan ik geen genoeg krijgen. Er zitten grappige uitspraken tussen, gewaagde maar zeker ook hele rake. Uitspraken die me aan het denken zetten. Die me soms ook de moed geven om een knoop door te hakken (na tien keer diep adem te halen) of die me van me stuk brengen. Dagenlang.
Twee jaar geleden had ik via een andere favoriete bezigheid van mij een jaarkalender gekregen met allerlei uitspraken, wijsheden en overdenkingen in één gebundeld. Iedere dag een blaadje omslaan naar de volgende spreuk.
Het leek wel alsof ze geraden hadden dat ik mijn favoriete Pinterestbord wel meer dan één keer per dag binnen mijn gezichtsveld wilde hebben.
Gisteren draaide ik het blaadje voor 9 april om. En ook deze uitspraak kwam binnen.
‘Veel mensen zijn bang om te zeggen wat ze willen. Dat is de reden waarom ze niet krijgen wat ze willen.’
De woorden tolden door mijn gedachten. Ik pakte ze vast, liet ze weer vallen. Alsof ik bang was dat ik me eraan zou kunnen branden.
Dit is precies waar het om gaat bij mij.
Niet willen, niet durven zeggen wat ik wil.
Pas de laatste tijd begrijp ik dat ik hier niets aan heb. Dat het belangrijk is om wél te zeggen wat je wilt. Dat je dan echt niet brutaal of onbeschoft bent, zoals mij vroeger voorgehouden is. Dat het zelfs voor je omgeving een opluchting kan zijn als ze weten wat je wilt (en wat vooral niet!).
Maar hoe komt het dan toch dat ik dit best wel in praktijk kan brengen, behalve als het om mijn ouders gaat?
Is daar nu ook een wijsheid voor?
Ik ga maar weer even Pinteresten…

Madonna