Tagarchief: Werken

Stoerrr

Met mijn lief als beroepsmilitair kon ik natuurlijk op mijn vingers natellen dat hij met drie opgroeiende kinderen in ons gezin naar alle waarschijnlijkheid niet de enige zou blijven die zich ‘s-morgens in een uniform zou hijsen. Jarenlang hield ik rekening met de mogelijkheid dat in ieder geval één van de jongens in zijn voetsporen zou treden.

Oudste heeft er echter nooit écht over nagedacht. Zijn passie was al snel duidelijk: geschiedenis en politiek. Een veilige keuze leek mij, nu de wereld regelmatig in brand lijkt te staan. Middelste koos ervoor om de smaakpapillen van uit-eten-gaande mensen te verwennen. Ik vermoed dat hij af en toe weleens met de gedachte gespeeld heeft om ook militair te worden, maar na het afgelopen jaar is dat een voorgoed afgesloten hoofdstuk geworden.

Jongste koos voor een sportopleiding. Ik begon opgelucht adem te halen. Totdat ze in het derde jaar een stageplek en studierichting moest kiezen.

Defensie ging het worden.

Lief en ik keken elkaar eens aan en dachten op dat moment hetzelfde.
Ik heb tien minuten geworsteld met gedachten over ons meisje binnen een nog steeds overheersende mannenwereld, de zware opleiding en de onvermijdelijke uitzendingen die zouden volgen als ze écht te werk gesteld zou gaan worden.
Toen bedacht ik me dat ze koos voor een leven dat gewoon ontzettend goed bij haar past.
Ze is een doorzetter, kan omgaan met tegenslagen, is meelevend, meevoelend, maar kan ook mensen motiveren en op sleeptouw nemen. Ze wil het beste uit zichzelf halen en ook nog iets voor anderen betekenen. Het actiegerichte in deze toekomstkeuze maakt het een sluitend geheel.

Er werden wat grapjes gemaakt over haar gekozen onderdeel.  Met een liefvader bij de Luchtmacht en een vriend bij hetzelfde onderdeel zou ze wat uit te toon vallen als nieuwbakken Marecheussee’er.
Ze trok zich echter niets aan van wat er gezegd werd en meldde zich aan bij één van de vele informatiedagen. Ze werd opgeroepen en ingedeeld. Drie dagen lang verdween ze van de radar om uiteindelijk weer op te duiken met een positief advies en glanzend groen licht.

Nu is het bijna zover. In augustus gaat ze in opleiding.
Ons meisje.

Het lijkt bijna overbodig om te zeggen dat ze niet schril afsteekt naast haar twee broers. Zo stoer als oudste en middelste de afgelopen maanden waren, zo stoer vinden we haar ook.

Mega-stoer.
Über-stoer.
Gewoon héél erg stoerrr.

Foto: Picore.co

Advertenties

Please hold

‘Heeft u een ogenblik geduld alstublieft?’
Deze vraag heb ik waarschijnlijk al meer dan duizend keer gesteld aan mensen die mij tijdens mijn werk opbellen. Ook ik krijg de vraag weleens als ik iemand probeer te bereiken. En altijd weer mompel ik dan braaf: ‘Ja, natuurlijk.’
Daar waar gewerkt wordt, moet nu eenmaal ook af en toe gewacht worden of iets opgezocht worden. Ik weet het, ik ervaar het, ik kan het me ook heel goed voorstellen.

Toch zijn het dezelfde woorden die ik op dit moment maar moeilijk kan verdragen.
Een ogenblik geduld. Geduld? Gedúld? Hoeveel geduld moeten we nog hebben?
Het liefst wil ik schreeuwen: ‘Nee! Stop! Ik heb geen ogenblik geduld meer!! Wíj hebben geen geduld meer! We zijn klaar met dat wachten. Klaar om iedere keer weer met niets naar huis te moeten gaan en dan nog steeds niet te weten wat er nu aan de hand is. Jullie moeten je werk gewoon doen en wel nu! As we speak. Vandaag. Heute. NOW!

Tien weken. Tien weken wachten we nu al op een diagnose én een behandelplan. Maar ja, zonder diagnose geen behandelplan. Zover kan ik het zelf ook wel bedenken. En die diagnose is er dus nog steeds niet. Ook niet na de tweede beenmergpunctie van afgelopen week. Ook deze tweede punctie liet niets nieuws zien, niets waar uit opgemaakt zou kunnen worden wat er aan de hand is met middelste.
Of liever, wat er aan de hand is met zijn beenmerg.
Oké, ze hebben nogmaals bepaalde zaken kunnen uitsluiten, maar dat is echt niet het enige wat we willen weten. We willen gewoon horen wat er dan wél aan de hand is!
Maar dat kunnen ze niet zeggen. Hij moet nog maar even doorgaan met wat hij nu aan het doen is. Prikken, transfusie en dan na drie dagen gewoon nóg een keer. En nóg een keer. En nóg een keer…

Ik merk aan mezelf dat ik bozer wordt. Gefrustreerder. Ongeduldiger ook. Ik bedoel, wat is kwaliteit van leven? Twee keer in de week een dag naar het ziekenhuis om bloed te laten prikken om aansluitend weer een transfusie te moeten ondergaan? Geen trappen meer kunnen oprennen omdat je dan eenvoudigweg adem tekort komt? Niet meer fietsen? Uit het niets een bloeding krijgen? Altijd met pillen op zak lopen voor het geval er een in- of uitwendige bloeding plaats vindt?
Ik weet het niet, hoor. Een jonge vent moet volgens mij gewoon kunnen sporten, werken, nachten doorhalen, zijn grenzen verleggen, reizen, festivals bezoeken, met zijn vriendinnetje een lang weekend naar haar ouders vliegen die in het buitenland wonen!

Maar dat kan dus niet.
Zijn leven staat op ‘hold’.
Niet alleen om die twee dagen per week naar het ziekenhuis, maar ook vanwege de intense onzekerheid van het niet weten wat er nu eigenlijk aan de hand is. Hoe ziek is hij eigenlijk? Hoe lang gaat dit nog duren?

Een ogenblik geduld…
Als het aan mij ligt is dat geen optie meer.
Nu de artsen nog zien te overtuigen…

please-hold

Veel fietsplezier! (brief aan onze nieuwe fietseigenaren)

Beste nieuwe eigenaars van onze fietsen!

Allereerst wil ik jullie complimenteren met de keuze van deze twee geweldige fietsen. Niet alleen zijn ze mooi om te zien, maar ze rijden echt heerlijk!
Ik kan dat weten, want de afgelopen anderhalf jaar heb ik er menig kilometertje op weggetrapt. Met zeven versnellingen zit je in no time van niets naar pakweg 23 kilometer per uur! Niet dat ik deze snelheid veel haalde, haha, zo’n sportieveling op de fiets ben ik nu ook weer niet. Nee, ik (en mijn lief ook eigenlijk) gebruikte de fiets voornamelijk voor woon-werkverkeer en een snelle boodschap bij de supermarkt in het dorp. Natuurlijk gebruikten we ze ook weleens om in de stad een biertje te gaan drinken, een fiets voelt dan nét iets veiliger dan een auto. Laten we eerlijk zijn.
Maar eigenlijk hebben we onze fietsen voornamelijk gebruikt om de noodzakelijke centen bij elkaar te verdienen, zodat er eten en drinken op de plank is. Ja, ook wij hebben dat dagelijks nodig om te overleven. Natuurlijk namen we het er ook weleens van, de boog kan immers niet altijd gespannen staan. Maar, met twee keer 36 uur op de teller heb ik het gevoel dat we dat ook zo af en toe weleens verdienen. We werken er tenslotte hard genoeg voor. Ik neem aan dat jullie dat wel begrijpen? 🙂
Het was dan ook best wel een verassing dat we vanmorgen klaar stonden om onze bazen weer te verblijden met onze 100% inzet en we tot de ontdekking kwamen dat er blijkbaar meer mensen een fiets nodig hebben om naar hun werk te komen. Wat we wel jammer vonden is dat er geen briefje achtergelaten was of (en daar stonden we best voor open, hoor!) dat jullie niet gewoon even hadden aangebeld om te vragen of jullie van onze fietsen gebruik konden maken. Tijdelijk of pertinent, alles is bespreekbaar natuurlijk! En voor goede reden zijn ook wij best vatbaar.
Nu moesten we in twee minuten bedenken hoe we één en ander voor elkaar moesten krijgen. Natuurlijk willen we onze bazen niet de dupe laten zijn van het misgrijpen op onze vervoermiddelen en dus hebben we alles op alles gezet om toch op tijd op het werk te komen.
Dat is goddank gelukt! Fijn is dat hè?
We zouden het echt vervelend vinden als mensen die op ons rekenen misgrijpen.
Ach, ik hoef dat jullie natuurlijk helemaal niet uit te leggen, jullie begrijpen dat zo ook wel!

Voor nu wens ik jullie veel plezier met onze geweldige fietsen. Rijd er veel mooie kilometers mee en doe voorzichtig. Een ongeluk zit namelijk in een klein hoekje. Vooral als karma op de loer ligt…

Joolzz & Lief

bike

Uniek mens

Vanmorgen werd ik wakker met hoofdpijn. Met mijn ogen gesloten bleef ik even liggen. Pfftt, zou het vanzelf wegtrekken of zou ik iets moeten slikken? Misschien nu direct en dan nog even omdraaien. Ik hoef tenslotte niet te werken vandaag, dus het kan best…
De onrust in mijn lijf maakte dat ik toch maar opstond. Oké, toegegeven, de blaffende hondjes beneden gaven me ook niet echt de rust die nodig was om nog even te blijven sluimeren, maar de onrust was sterker dan de protesterende blafserenade van beneden.
Ik sleepte me naar de badkamer en bekeek mezelf eens goed aan in de spiegel. Donkere kringen onder rooddoorlopen ogen gaven me ook niet direct het ‘jippie-gevoel’. Een klein kwartiertje (en wat make-up) later ging het wel weer. De krullen in mijn haren had ik samengebonden in een elastiek en eigenlijk zag het er best wel weer oké uit.
Beneden drentelde ik wat heen en weer. Zou ik wel of niet de kachel aandoen? Het regende buiten en ik moest eigenlijk wat aanmaakhoutjes uit het houthok halen. Toch maar even een jas aanschieten en de mand met hout vullen. Een kille kamer is tenslotte ook niet alles.
Met de woorden van mijn lief in mijn achterhoofd (‘Doe nu eens een keertje lekker rustig op je vrije maandag! Je hoeft niet persé alles schoon te maken.’), pakte ik een emmer en liet hem vol sop lopen. Ik spoot de kranen in de badkamer met een antikalk-goedje en liet het even inwerken. Ondertussen gooide ik wc-reiniger in de toiletpotten en pakte vast nieuwe wc-rollen. Een klein uurtje later waren wc’s en badkamers weer blinkend schoon.
Al die tijd negeerde ik voor het gemak maar dat ene stemmetje in mijn binnenste dat fluisterde: waar loop je voor weg? Wat wil je niet onder ogen zien?
Tijd voor koffie.
Of..?
Nee, eerst maar even boodschappen doen. Hoewel… afgelopen zaterdag hadden we eigenlijk al alles voor de komende week in huis gehaald. Maar er zou toch nog wel íets zijn wat ik kon halen? Even naar buiten. Even ademhalen.
En toen viel het kwartje.
Ik wilde helemaal niet nadenken. Vandaag niet in ieder geval.
Oudste heeft vandaag een sollicitatiegesprek en ik zou zo graag willen dat het goed gaat. Dat hij morgen mag beginnen. Ik zou de gesprekspartners willen toeroepen wat een heerlijke man mijn zoon is. Wat een harde werker ze aan hem zouden hebben. Toegewijd, loyaal, intelligent en slim. Academisch geschoold, voor wat het waard is tegenwoordig. Oké, misschien niet zo sociaal in de zin van meelevend, meevoelend maar wel sociaal in de zin van: er voor iemand zijn! Zijn onhandigheid in de sociale contacten maakt hij ruimschoots goed door andere eigenschappen.
Ik ben bang dat mensen hem gebruiken, dat ze zien dat hij kwetsbaarder is dan anderen.  Een gevoel dat ik meer bij hem heb dan bij middelste en jongste. Zij redden het wel. Is het niet met de ene baan, dan is het wel met de andere. Bovendien komen zij wel voor zichzelf op!
Oudste is een ander verhaal.
Oudste is een kind mét een verhaal.
Hij vertrouwt iedereen. Wil anderen helpen, zelfs als het ten koste van hemzelf zou gaan.
Lief, maar op het naïeve af…
Niets komt hem als vanzelf aanwaaien. Bij alles moet hij nét iets meer doen dan een ander en vanzelfsprekendheid komt niet in zijn woordenboek voor. Dat maakt hem anders. Dat maakt hem uniek. Maar dat maakt ook dat ik me net iets meer zorgen maak dan bij de andere twee.
Acceptatie. Ik ben al heel ver met hem gekomen. Maar soms, met dit soort dagen bijvoorbeeld, neemt de onzekerheid toch stiekem even de overhand.
Mijn oudste met zijn extra rugzak.
Een prachtige jongeman. Ik hoop maar dat anderen dit ook zien!

moederhand